Leesgroep Gent Leest – ‘De wereld van gisteren’ van Stefan Zweig

2 oktober 2026

Laten wij eens een nieuw leesseizoen anders beginnen. Na zes jaargangen trouw aan fictie zetten wij de gezegende zevende in met non-fictie. Een boek met klassieke status van een auteur die tot de top van de wereldliteratuur behoort.

Op 22 februari 1942 pleegde de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig samen met zijn vrouw zelfmoord in Brazilië. Als emigrant op de vlucht voor het naziregime had hij daar kort voor zijn dood zijn herinneringen opgetekend aan een wereld die naar hij vreesde op het punt stond te verdwijnen. De in 1944 postuum verschenen autobiografie biedt een indrukwekkend beeld van het oude Europa waarmee Zweig zich als (geassimileerde) jood, geëngageerd schrijver en humanist sterk verbonden voelde. Op zijn veelvuldige reizen naar Europese metropolen kwam hij in contact met vele invloedrijke intellectuelen en kunstenaars van zijn tijd, zoals Romain Rolland, Maxim Gorki en Einstein. Ook schetst hij een weergaloos, intiem beeld van zijn geboortestad Wenen, dat rond de eeuwwisseling

Stefan Zweig Fundo Correio da Manhã 3 cropped tif

als het onaantastbare centrum van de moderne Europese cultuur gold, met bekende schrijvers als Arthur Schnitzler en Hugo von Hofmannsthal, musici als Gustav Mahler en Arnold Schönberg, en ‘de outsider’ Sigmund Freud. In dat supranationale Wenen werd Zweigs ijveren voor een verenigd Europa geboren.

(Uitgeverij De Arbeiderspers, 2022, p. 464, oorspronkelijke titel ‘Die Welt von Gestern’ – 1944, vertaald door Willem van Toorn.)

Doet verandering van spijs lezen? Op twee lezers na die het boek aan de kant schoven omwille van helemaal niet appetijtelijk en de heel kleine druk, kon de meerderheid het smaken. Met appreciaties gaande van 3 tot 4,5 op 5 kwamen we zelfs uit op een gemiddelde waardering van 4 op 5.

Soms gelezen omwille van de status van het boek en de volgehouden inspanning voor de leesgroep, meestal echter graag tot heel graag gelezen. Hoe dan ook, zeker eensgezindheid over het feit dat van de lezer een bijzondere inspanning verwacht wordt. Af en toe passages herlezen, naar een (vertaal)woordenboek grijpen en achtergrondinformatie opduiken, worstelen met namedropping: niemand die eraan ontsnapte. Het personenregister telt liefst 12 bladzijden, geen homo universalis in onze rangen die al deze mensen kent.

Het geheel vormt een indrukwekkend tijdsdocument – van 1882 tot 1942 – geschreven vanuit een opmerkelijke liefde voor Europa. Een uitgesponnen (of langdradige?) les in hoe de geschiedenis zich telkens herhaalt, zij het op een andere manier. En het kan leiden tot een deprimerend gevoel bij de lezer. Al naargelang de mindere of de grotere bekendheid met een tijdsslot neemt je fascinatie af of neemt zij toe. Je leert veel bij, niet in het minst over de staat van het onderwijs en de seksuele mores aan het einde van de 19de eeuw. Na het lezen van dit boek heb je een extra koffer nodig om je toegenomen politieke, maatschappelijke en culturele bagage in te checken.

Het is heel opvallend hoe Zweig steeds erg lovend is voor de mensen met wie hij in contact kwam. Daarbij kan je het gevoel hebben dat de schrijver er iets te veel naar streeft zelf aardig gevonden te worden en dat hij toch geregeld wegdrijft van zijn openingszin Ik heb mijn eigen persoon nooit zo belangrijk gevonden dat ik in de verleiding ben geweest, anderen de verhalen van mijn leven te vertellen. (p. 9) Komt daarbij de kwestie of het eigenlijk wel passend is om dit boek als een autobiografie te bestempelen. In welke mate presenteert Zweig zich hier als authentiek? Hij rept met geen woord over zijn intieme relaties, ook niet met de twee vrouwen met wie hij trouwde. Een belangrijk onderdeel van zijn privéleven blijft – trouw aan zijn beginzin – voor ons op slot.

Handen op elkaar voor Zweigs schrijfstijl: boeiend, meeslepend, zwierig en elegant, een

De wereld van gisteren

plezier om te lezen. Zoveel kunde blijkt bekroond met een sublieme slotzin: Maar elke schaduw is in diepste wezen toch ook een kind van het licht, en alleen wie licht en donker, oorlog en vrede, hoogtepunten en dieptepunten heeft meegemaakt, alleen die heeft waarachtig geleefd. (p. 419) Of inhoudelijk toch minder bewonderenswaardig in het licht van het zelfgekozen levenseinde van de auteur?

Van 1923 tot 1933 was Zweig heel succesvol als schrijver. Volgens de auteur zelf is de verklaring: Het bestaat uit een voortdurend overboord gooien van ballast, een voortdurend verhelderen en concentreren van de innerlijke opbouw, terwijl de meeste anderen er niet toe kunnen besluiten iets wat ze weten te verzwijgen, en met een zekere verliefdheid zichzelf meer en diepgaander dan ze eigenlijk zijn willen laten zien in elke gelukte regel, stel ik er een eer in altijd meer te weten dan naar buiten blijkt. (p. 310) Wie van Zweig enkel dit boek gelezen heeft, wrijft zich de ogen uit. Maar wat blijkt volgens hen die al fictie van hem lazen? Zijn novelles zijn meesterlijke illustraties van de door hemzelf beschreven werkwijze. Zo zwaaien wij graag uit met het aanbevelen van ‘Reis naar het verleden’, ‘Schaaknovelle’ en ‘De wonderen van het leven’.

Dirk Lambrecht
Foto cop. Wikimedia Commons