Leesgroep Gent Leest – ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ van Anjet Daanje
Wat een aanvang van de zesde jaargang. ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ bleek de grootste uitdaging die onze leesgroep zich ooit oplegde. Met veel zomerse leestijd dachten de meesten dat het wel zou loslopen, maar al vlug bleek dat ontspanning hand in hand ging met inspanning. Verwondering alom tijdens het lezen. Was er ook bewondering?
Eliza May Drayden, het hoofdpersonage van ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’, is al dood als de roman in het jaar 1847 in het Yorkshire dorpje Bridge Fowling begint. Ieder volgend hoofdstuk schuift ten opzichte van het voorgaande een stukje op in de tijd, totdat het verhaal in het elfde hoofdstuk in onze huidige tijd is aangeland. De roman vertelt dan ook niet over Eliza May Draydens leven, maar over haar roerige leven na de dood.
De lezer leert Eliza May kennen via de levens van anderen, en via biografieën en verhandelingen over haar, want zij was de schrijfster van een uitzonderlijke roman, die tijdens haar leven werd verguisd, maar die in de loop van 170 jaar door steeds meer lezers als een meesterwerk wordt gezien. Over haar leven is bitter weinig bekend, de omstandigheden waaronder ze stierf zijn een mysterie, en naast haar roman is de enige tekst die ze heeft nagelaten een aantekenboekje met daarin geheimzinnige tekeningen, gedichten en tabellen.
Anjet Daanje liet zich voor haar roman inspireren door het leven en werk van de negentiende-eeuwse schrijfster Emily Brontë. ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ borduurt voort op de ingenieuze verhaalstructuur van de roman ‘Wuthering Heights’. Waar ‘Wuthering Heights’ twee vertellers heeft en het verhaal twee generaties en twee keer achttien jaar omspant, heeft ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ elf vertellers die de lezer meenemen in een verhaal dat zich over drie eeuwen uitstrekt.
(Uitgeverij Passage, 1ste druk mei 2022, p. 650)
Anjet Daanje (pseudoniem van Anjet den Boer) werd geboren in 1965 te Wijster in de Nederlandse provincie Drenthe. Zij is wiskundige van opleiding. Voor haar filmscenario’s en literair werk ontving zij al flink wat prijzen. ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ spant de kroon met vier prijzen:
de Boekenbon Literatuurprijs, de Libris Literatuurprijs, De Inktaap (gekozen door jongeren), de prijs van de KANTL voor proza. Zelf beschouwt ze de Constantijn Huygensprijs 2023 voor haar hele oeuvre als het summum.
Hoe oordeelden wij nu over het boek, die opvallende prijzenslokop in de Nederlandse literatuur van de voorbije jaren? Ons kritische sterrenensemble kwam uit op een gemiddelde score van 3,65 op 5. De waarderingen lagen tussen 2,5 en 4,5. Van het ervaren van matig leesplezier tot ervan genoten hebben.
De meest opvallende constante was dat iedereen het (her)lezen als een opgave ervaren heeft. Het lezen van de elf hoofdstukken – die eigenlijk elf boeken binnen één kaft vormen – vraagt energie, veel energie. Als lezer moet je langs meerdere klippen die niet in één bult te vatten zijn, die bijdragen tot de fascinatie of er net nefast voor zijn. Er is de overbevolking – zelfs met de alomtegenwoordige Dood – van personages verwikkeld in ongezonde relaties. Er is veel somberte. Humor is voor velen de grote afwezige. Er is het kluwen van mythevorming rond Eliza May Drayden. Er zijn de eindeloze spiegeleffecten, de lege graven, de onuitroeibare vliegen. Er is alom mysterie, de raadselachtigheden stapelen zich op. Er is het wachten op de ooievaar en de dromedaris die zich na lang lezen in omgekeerde volgorde aandienen. Voor de lezer een opgave om deze metaforen te interpreteren. In essentie komt het erop neer dat er meerdere interpretaties van een verhaal kunnen zijn zoals er meerdere perspectieven op het leven kunnen zijn.
Nagenoeg iedereen gaf aan dat het ene verhaal meer aansprak dan het andere. Het meeste bijval genoten de hoofdstukken 7 en 9, respectievelijk over tweelingzussen die zich als één zus aan de buitenwereld presenteren en over twee zussen die worstelen met hun Duitse afkomst langs vaderszijde en in een briefwisseling aan elkaar een volledige verzonnen wereld ontwerpen. De verbeeldingskracht van Anjet Daanje draait dan op het hoogste toerental en wordt bijzonder gesmaakt. De appreciatie van het eerste hoofdstuk rond de aflegster Susan lag het verst uiteen: heel uitnodigend om verder te lezen of juist niet.
Vormt het slothoofdstuk een zinvolle toevoeging? Het strijkt in elk geval de eer van het meest bevreemdende hoofdstuk op. Wanneer Heleen na een noodlottige val in de keuken – al of niet gestoord door een bromvlieg – in een levende dode verandert, experimenteert haar man Ties om aan het besef van Tijd en Ruimte te ontkomen. Hij probeert het weer te geven in tabellen en codes wat een dunne draad vormt met de raadselachtige aantekeningen van Eliza May Drayden. Niet iedereen is fan van de afsluitende filosofische uitdaging.
De elf verhalen hebben een vrij uniforme stijl met meestal lange, vloeiende zinnen. Zelf beweert Daanje dat ze een evolutie betracht heeft van een archaïsche en bijbelse stijl naar een meer moderne stijl. De afwezigheid van dialogen is opvallend en nergens komt een personage in de ik-vorm aan het woord. Wat een listig vernuft toch dat het steeds een alleswetende verteller is die ons als lezer in het doolhof weigert de hand te reiken.
Glimmend van trots dat we dit literaire unicum lazen en het vrij en vrank konden bespreken, gingen we vlotjes over tot de keuze van ons volgende boek.
Dirk Lambrecht
Foto cop. Serge Ligtenberg.