Sien Volders stelt nieuw boek voor
Op 11 februari ontmoetten Heleen Debruyne en Sien Volders elkaar op het podium in zaal De Blauwe Vogel van de Krook, dankzij een samenwerking tussen de Gentse stadsbibliotheek en Creatief Schrijven vzw. Redacteur Esther De Reys ging luisteren naar het gesprek tussen de twee auteurs en ontdekte uit eerste hand dat Volders werkt aan een nieuwe roman.
Het gesprek opent met de stelling dat schrijvers het liefst praten over zaken waar ze op dit moment mee bezig zijn, een stelling die Sien Volders meteen op haar eigen openhartige en laconieke manier ontkracht. Ze praat en schrijft niet graag over zichzelf, zegt ze, al weet ze niet waarom. Als antropologe is ze wel uitermate geïnteresseerd in de ander: haar schrijven komt voort uit het verlangen te observeren en het verlangen te begrijpen hoe situaties in elkaar zitten. Al in de eerste vijf minuten toont Volders zich als een intelligente en charismatische auteur, die durft lachen met zichzelf en die strooit met interessante quotes. Zo loopt ze weliswaar “gillend weg van haar eigen emotionele beleving”, maar dat hoeft niet te betekenen dat haar werk afstandelijk te noemen is. Haar boeken (Noord, Oogst en Bij Twijfel Altijd Noord) zijn naar eigen zeggen een emotionele beleving van wat ze observeert.
Niet over jezelf willen schrijven betekent dat je het genre van autofictie schuwt. Volders geeft toe dat ze als beginnend auteur dacht dat het schrijven van autofictie gemakkelijk was: je hoeft maar in jezelf te kijken om een verhaal te hebben. Sinds Bij Twijfel Altijd Noord, dat een combinatie van schrijfdagboek en kortverhaal moest worden, is ze daarover van mening veranderd. Het is daar dat haar besef ontstaat dat ze het moeilijk vindt om verhalen op zichzelf te betrekken. Het boek eindigde uiteindelijk als kortverhaal, ze schreef zichzelf er volledig uit.
Voor Volders moeten de verhalen dus elders vandaan komen. Haar romans starten altijd met een concreet beeld. Haar debuutroman Noord vond zijn oorsprong bij het zien van een ondergesneeuwde Dodge Charger op een reis naar Dawson City (Yukon, Canada). Ook voor Oogst kan ze het concrete begin aanduiden: een artikel over Roemeense vrouwen die op plantages werken in Sicilië spiegelde haar een beeld voor van mensen in bloedhete kassen op een idyllisch eiland. De rest van het verhaal is geschiedenis.
“De eerste versie schrijven is echt verschrikkelijk”
Het beginbeeld is één ding, maar daarna begint het echte werk. Volders noemt zichzelf een plotter en een onderzoeker. Daar gaat ze graag ver in. Oogst startte met het lezen van een artikel, maar mondde uit in gesprekken met sociologen ende voorzitter van de Siciliaanse boerenbond, het lezen van honderden interviews en meerdere reisjes naar Italië, waaronder één met haar elfjarige zoon.
Na het onderzoek volgt het plotten. Volders werkt eerst haar verhaal uit via post-its op een A3-papier. Vervolgens deelt ze de hele roman secuur in hoofdstukken op en schrijft ze per hoofdstuk een aantal kernpunten op. Pas daarna begint het schrijven. Omdat het verhaal zich als een beeld in haar hoofd afspeelt, vindt Volders het erg moeilijk om dat beeld te vertalen naar tekst op papier. In de tweede fase, wanneer ze kan herschrijven en het hele verhaal opnieuw in elkaar mag puzzelen, kan ze weer genieten van het proces.
Het publiek mag meteen meegenieten van het voorgestelde schrijfproces. Volders’ nieuwste roman, De Havelozen, ontstond uit het beeld van een bejaard koppel op een bankje. Volders trakteert de aanwezigen op een lezing van dit beginbeeld. Ze waarschuwt de luisteraar: het boek is nog niet af en dat mag duidelijk zijn door haar eigen, kritische onderbrekingen tijdens het lezen. Achteraf drukt ze de schrijvers in spe uit het publiek op het hart dat voorlezen essentieel is bij schrijven, want alleen zo weet je wanneer een zin echt goed zit. Goede nalezers kunnen je vertellen waar het beter kan.
“Alles is altijd cyclisch: het komt goed, maar wij gaan het niet meer meemaken”
De Havelozen is een atypische briefroman, vertelt Volders, waarin twee personen elkaar ontmoeten en zijdelings in elkaars leven blijven, maar elkaar toch niet volledig vinden. De relatie tussen de hoofdpersonages speelt zich af tegen een politieke verhaallijn. Hij is een bluesmuzikant, zij is een jonge, beloftevolle psychiater, die aan het begin van het boek gevraagd om mee te stappen in een kabinet van een toenmalige extreemrechtse partij. Tegen haar eigen principes in zegt ze ja op die positie. De politieke context van het verhaal is sterk aanwezig, maar niet de essentie. De roman heeft zo gelijkenissen met Brueghels De Val van Icarus, een dramatisch schilderij waarvan het echte onderwerp slechts een kleine stip in de verte is. Je ziet vooral achtergrond, maar eigenlijk gaat het verhaal over iets anders.
Het gesprek over De Havelozen brengt een kleine maatschappijkritische zijsprong ten berde. Volders is, als auteur en CAW-medewerker, erg betrokken bij het thema “havelozen”. Ze heeft het over pragmatisch omspringen met mensen aan de zijkant van de maatschappij, over economisch voordeel en menselijkheid. De meest menselijke houding, stelt ze daarbij, levert meestal ook het meest op. Ze ontleende haar titel rechtstreeks van een uitspraak van Bart De Wever enkele jaren geleden, waarbij hij twee personen omschreef als “dakloos” en “haveloos”. Hier krijg je Volders op haar best, ze is grappig en tegelijkertijd snoeihard. “Waarom noemen we mensen altijd dakloos?” vraagt ze zich af. “Daar creëer je zo’n afstand mee. We beschrijven andere mensen toch ook niet als villabewoners?” En tegelijkertijd met haar cynisme ademt Sien Volders toch positivisme (en humor) uit. Ze gelooft dat alles uiteindelijk goed komt, al zullen de mensen in de zaal het misschien niet meer meemaken.
“Niemand mag ooit een bloempot zijn"
Sien Volders is een auteur die toevallig in het vak gerold is. Haar hele voorkomen straalt dat ook uit: ze gelooft nog steeds niet helemaal dat ze een auteur is, ze is behoedzaam wanneer ze verhalen oppakt en uitwerkt. Een van haar eerste ervaringen met schrijven leidde er bijvoorbeeld toe dat ze even het contact met een vriendin verloor. Daardoor bleef ook bij haar latere werken, zoals Oogst het gevoel hangen dat ze overkomt als een aasgier, iemand die verhalen van een ander steelt. Ze had nooit ambitie om schrijver te worden, maar is het toevallig geworden en zo lijkt ze alles in haar leven te doen, want intussen is ze sinds kort ook scenarioschrijver. Scenarioschrijven vindt Volders veel beperkende dan literatuur, maar juist omwille van die wetmatigheden ook een goede vingeroefening voor schrijvers. Ze leerde in de filmwereld onder andere al om haar personages veel meer uit te denken: personages zijn geen bloempotten, maar moeten een duidelijke functie hebben in het verhaal.
Het gesprek gaat als een trein voorbij en elke toehoorder heeft aan het einde ervan een overdaad aan schrijftips kunnen sprokkelen: over schrijfroutines, loslaten, al doende leren en dat zelftwijfel voor elke schrijver normaal is. Uiteindelijk zegt Volders wat zoveel auteurs zeggen: dat je moet oefenen en dat je geduld moet hebben. Alleen weet ze het - uiteraard - op een betere manier te verwoorden.
De Havelozen komt dit najaar uit. Als het leest zoals Sien Volders spreekt, dan is dat zonder twijfel iets om naar uit te kijken.
Foto cop. Lieve Blancquaert.