Uitgelezen 2.0. in DE VOORUIT op 23 september 2025
Een nieuw Uitgelezen-seizoen gaat van start!
Met een glimlach heet Ruth Joos het publiek welkom, samen met een panel waarin vertrouwde gezichten en nieuw bloed elkaar ontmoeten: Anna Luyten, Jesse Vandamme en Jan Dertaelen. Voor er over boeken gesproken wordt, polst Ruth nieuwsgierig naar hun vakantie-ervaringen. Die blijken net zo gevarieerd als de panelleden zelf: van studeren tot een reis door Schotland, in het gezelschap van een hond met de welluidende naam Vino. Daarna schuiven ze drie boeken naar voren, klaar om het seizoen mee af te trappen.
De drie boeken
Het geschenk van Gaea Schoeters - Querido (2025) - 122 p.
Ruth Joos opent: “Gaea Schoeters werkt gestaag aan haar carrière en eist steeds nadrukkelijker haar plek op in het literaire landschap. Het geschenk is duidelijk een politieke satire. En je moet het maar voor elkaar krijgen: 20.000 olifanten in Berlijn laten neerstrijken, als geschenk van Botswana na een conflict over jachttrofeeën.”
Anna Luyten benadrukt hoe zeldzaam dit genre is: “Politieke satire wordt veel te weinig geschreven. Schoeters doet het ongelofelijk slim: zo dicht bij de werkelijkheid dat je er meteen namen van echte politici op kan plakken. Tijdens het lezen dacht ik vaak: dit is net als op kantoor of in de actualiteit. Degene
die het leger wil inzetten, degene die alles zacht wil aanpakken, degene die advies gaat vragen bij een oudere politica… Schoeters legt de belachelijkheid van de hedendaagse politiek genadeloos bloot, en dat maakt het zo sterk."
Ruth vraagt zich af hoe ze dat tempo volhoudt. Jesse Vandamme vergelijkt het met cinema: “Het boek leest als een film, bijna Hollywood. Ik heb het in één ruk gelezen, alsof je een binge-sessie doet. Ze zet grote setstukken neer en houdt je in spanning. Ondanks de absurditeit – tienduizenden olifanten in een stad – voelt het verhaal geloofwaardig. De conflicten die eruit ontstaan, herken je meteen als plausibel. En dan dat einde… bijna filmisch, ontroerend zelfs, ik had een krop in de keel.” (Publiek lacht als hij bijna te veel prijsgeeft en door Ruth wordt tegengehouden.)
Jan Dertaelen erkent dat de satire veel clichés gebruikt, maar vindt dat Schoeters er diepte aan geeft: “De minister van Financiën die op zijn geld zit, de wijze oudere politica die tevoorschijn komt, de bondskanselier als toonbeeld van degelijkheid… ja, het zijn karikaturen, maar ze hebben ook vlees en bloed. De bondskanselier bijvoorbeeld: heel zijn leven is politiek, maar gaandeweg sluipt er een zekere kwetsbaarheid in, zelfs een hernieuwde verbondenheid met zijn vrouw. Je voelt dat die olifanten hem iets leren.”
De olifanten zelf krijgen een hoofdrol. Anna vertelt: “Hun groepsgevoel, hun zorg voor elkaar, hun rouw—mensen kunnen daar niet aan tippen. Er is die scène waarin een olifantje geboren wordt, heel de natie kijkt ontroerd mee. Even later sterft een moeder-olifant in een verkeersongeluk. Terwijl de mensen enkel aan het verkeer denken, staan de olifanten stil om te rouwen. Dat is echt bondgenootschap. Er is zelfs een bioloog die uitlegt hoe olifanten kijken en denken, en daardoor wordt het verhaal nog rijker.”
Jesse sluit zich daarbij aan: “Het boek krijgt daardoor een filosofische en ecologische dimensie. Het gaat niet enkel over co-existentie, maar over hoe we in ecosystemen met elkaar verweven zijn.”
Volgens Anna raakt Schoeters zo ook een kernvraag: “De president van Botswana zegt: jullie willen de jacht verbieden, maar weten jullie wel wat het is om dagelijks met die dieren te leven? Je kan de problemen niet buiten Europa houden. De wereld is één ecosysteem, en Schoeters legt die illusie van afzondering genadeloos bloot.”
Jan vindt het bijzonder hoe slim de politieke reacties worden geportretteerd: “Elke actie roept onmiddellijk een reactie op, en Schoeters zet dat hele scala scherp neer. Wanneer de oppositie spreekt, hoor je het discours van de ‘Afrikanisering van Europa’, het pleidooi voor ‘eigen volk eerst’. Alleen gaat het hier niet over migranten, maar over olifanten. En precies dat maakt het een rake kritiek op de maatschappij vandaag.”
Ruth merkt fijntjes op: “Op een bepaald moment wordt er een expert aangesteld, en natuurlijk is het een vrouw… je weet dat komt niet goed.”
Besluit van het panel: Het geschenk is volgens Ruth “ontroerend, grappig, slim en bijzonder goed geschreven.” Anna prijst het ritme: “Het is heerlijk om te lezen, je kan er echt in bingen.” Jesse noemt het “een overtuigend en verrassend boek, filmisch en aangrijpend.” En Ruth besluit: “Een schitterende keuze om dit Uitgelezen-seizoen mee te starten.”
Mario en de magiër van Thomas Mann en Koenraad Tinel - De Arbeiderspers (2025) - 304 p.
Ruth leidt in:“Koenraad Tinel heeft er zijn Mario en de magiër van gemaakt, in een vertaling van Els Snick. Thomas Mann schreef de novelle in 1930, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, en je voelt dat er van alles op til is. Een gezin voelt zich in een Italiaanse badplaats niet welkom, er hangt iets broeierigs. En dan komt Cavaliere Cipolla op: een gebochelde hypnotiseur die met zweep en blik het publiek bespeelt. In de kelner Mario vindt hij zijn prooi. Als je denkt: ik wil eens Thomas Mann lezen – dit is een geweldige manier om te beginnen. Ik vind het magistraal: Thomas Mann fantastisch, Koenraad Tinel fantastisch, die twee samen, dat is meesterschap.”
Anna: “Ik vind dat we dit echt moeten bezingen. Die beelden zijn zo sterk, van bij het eerste beeld al. Je wordt meegesleurd: door de hoogmoed van de journaliste, de dommigheid van de intellectueel, de verleider… Het is een wervelstorm van gezichten die je aankijken. En die magiër die zichzelf als marionet opvoert… dat is tegelijk verleiden, vervoeren én beroeren.”
Ruth: “En de woorden en beelden staan zo mooi naast elkaar. De tekst springt: soms hier, soms daar, nooit gewoon onderaan de pagina. Je kijkt en je leest tegelijk. Prachtig gedaan.”
Jan: “Wat ik ook interessant vind: het is niet altijd een-op-een. Soms schildert hij gewoon iets helemaal anders. Maar de sfeer blijft, dreigend en onheilspellend. En dan Tinel zelf… Hij is 91, ik ben ooit bij hem thuis geweest, in Vollezele. Hij woont in een vierkantshoeve met twee ateliers: gigantische sculpturen in ijzer en staal, maar ook een prachtig schildersatelier, vol licht en boeken. Zijn werktafel is afgeschermd met plastic panelen, overal verfspatten. En dat zie je hier terug: die energie spat letterlijk van de bladzijden.”
Jesse: “Ik had nog nooit een graphic novel gelezen. Ik ben geen beeldmens, maar dit was zó sterk. Je zit niet gewoon in een verhaal, je zit helemaal in die wereld. Die Cipolla, dat is zogezegd een goochelaar maar eigenlijk een hypnotiseur, en de hele massa ondergaat wat hij oplegt. Hij spreekt over discipline, en je voelt dat hij daar genot uithaalt, bijna erotisch. Heel raadselachtig. Voor mij bijna Lynchiaans.”
Anna: “Ja, en tegelijk herken je dat spektakel. Iedereen blijft kijken, ook al weet je dat het fout loopt. Net zoals we blijven kijken naar figuren als Trump. Dat massale, dat verslavende… dat zit erin.”
Jan: “Voor mij gaat het vooral over het bespelen van de massa. Een zaaltje vol dorpelingen en toeristen, hij daagt ze uit, beledigt ze, en toch: ze blijven kijken. Zo makkelijk laat een massa zich manipuleren. Dat maakt dit verhaal zo sterk.”
Ruth: “En wat mij erg raakt: hoe voorzichtig Tinel spreekt over zijn familie, over zijn ouders. Opgegroeid in een fout gezin, en toch liefde voor zijn vader. Dat moet verschrikkelijk zijn geweest. Je voelt die worsteling in de tekeningen. Dit is niet zomaar illustreren, dit komt van heel diep.”
Jesse: “Ja, dit is echt een bewerking. De tekst is van iemand anders, maar al de rest is van hem. Had ik dit verhaal gewoon gelezen, had ik het nooit zo beleefd. Dat is de kracht van dit boek.”
Ruth besluit: “Geslaagd. Meer dan geslaagd. Dankjewel, Koenraad Tinel en Thomas Mann.”
Verbruikt licht van Lara Pawson - Uitgeverij Koppernik (2025) - 152 p.
Ruth: “Iets bijzonders nu: Verbruikt licht van Lara Pawson, Britse oorlogsjournaliste en literair recensent. Ze heeft in Angola, Ivoorkust, Mali en Ghana gewoond en schrijft op haar site altijd scherpe, doordachte recensies. Dit boek is moeilijk om te lezen: ze beschrijft alledaagse objecten – een glas water, een broodrooster, een stofzuiger – en via die objecten ontstaan herinneringen en verhalen, vaak verbonden met gruwelijke gebeurtenissen die ze heeft gezien of onderzocht. De eerste tien pagina’s dacht ik: wat gebeurt hier? Hoe kan ze met zulke kleine dingen zo’n groot verhaal vertellen?”
Jan: “Ik moet eerlijk zijn: halverwege het boek dacht ik bijna af te haken. Maar het is een enorme prestatie. Ze observeert een object, en daar komt een heel universum uit: een broodrooster leidt naar een verhaal dat ze ooit hoorde in Spanje. Je leert intieme dingen over haar perspectief, zonder echt iets te weten over haar achtergrond. Dat houdt zich 150 pagina’s lang vol. Geen plot, geen grote scènes, alleen subtiele onthullingen. Het daagt je als lezer.”
Jesse: “Voor mij zit er een enorme belangstelling voor objecten in, de geschiedenis van alles wat sterft of verdwijnt: bloemen, dieren, mensen. Dan ineens een zin: ‘Toen was mijn vader ingestort.’ Het gaat over wreedheid, over lust, fantasie en het kapotmaken van dingen… en tegelijkertijd over huiselijkheid en intimiteit. Die verschuivingen, van een object naar iets totaal anders, zijn continu en verrassend. Vandaag was ik in de Action, zag fietslampjes van een euro en dacht: hoe lang ga ik hiernaar kijken?” Het publiek lacht bij deze anekdote.
Anna: “Wat Jesse vertelt, dat vind ik nu keigoed. Je gaat anders naar de Action nadat je dit boek gelezen hebt." Publiek lacht. "En dat is een immens compliment. Ik vind het een ongelofelijk goed boek: slim, maar ook dense. Elk object heeft een biografie, en beïnvloedt tegelijk die van de persoon. Pawson toont hoe overal geweld in sluipt. Je gaat koffie zetten, en tegelijk denk je terug aan gruwelijkheden die je gezien hebt. Ik herken dat: na mijn werk in oorlogssituaties zag ik geweld overal terug, in de kleinste dingen. Pawson doet dat briljant. Soms gaat ze wel heel ver – een broodrooster dat haar aan een clitoris doet denken – daar ben ik nog niet. Maar de manier waarop ze seks, geweld en herinneringen door elkaar weeft, vind ik enorm fascinerend.”
Ruth: “Wat we nu allemaal gehoord hebben: open het boek, lees drie à vijf pagina’s, en je zit er weer middenin. Agressie, geweld, seksualiteit, iets moois of iets kleins – telkens komt het terug. En ze houdt dat consequent vol.”
Anna: “Het is wel een boek dat ik in stukjes lees. De naam van de buurvrouw doet me denken aan antropologen die waarschuwen dat Europa niet beseft dat wat in Afrika gebeurt een voorafspiegeling is van wat ons te wachten staat. Ook dat zit in het boek. Alles blijkt verbonden: wat er aan de andere kant van de wereld gebeurt, zit vervat in de objecten om ons heen.”
Jan: “Ik zie het ook als een poging om verbindingen anders te maken. Het is eigenlijk een filosofisch werk, en bijzonder indrukwekkend.”
Ruth: “Als we de drie boeken samen bekijken, zie je dat ze allemaal waarschuwen.”
Anna: “En dat ze veel met elkaar te maken hebben. Het gaat telkens over naar de wereld kijken, niet enkel naar ons kleine stukje.”
Jan: “Boeken die je uitdagen en doen nadenken.”
Signalementen
Jan tipt Het lichtje in de verte van Antonio Moresco. In Italië een gevierd auteur, hier nauwelijks bekend. Het boek vertelt over een man die in totale eenzaamheid leeft in een verlaten bergdorp. Elke nacht ziet hij een mysterieus lichtje aan de overkant van de vallei, dat hem op zoektocht drijft. Een prachtig geschreven en gelaagde roman.
Anna brengt Een vrouw apart en de stad van Vivian Gornick. Gornick, intussen 91, schreef dit boek op haar tachtigste. Ze beschrijft het leven van een vrouw die kiest voor onafhankelijkheid, met literatuur en de stad als metgezellen. In scherpe en doordachte taal toont ze hoe wandelingen met een homoseksuele vriend uitgroeien tot een diepe, niet-romantische intimiteit.
Jesse koos voor Monogamy van psychoanalyticus Adam Philips. In 121 aforismen onderzoekt hij de centrale rol van monogamie in onze cultuur en relaties. Ironisch, uitdagend en prikkelend. Jesse noemt het “een gevaarlijk boek” en het publiek lacht instemmend.
Ruth stelt Dikke kus, dag-dag van Claire-Louise Bennett voor, haar derde boek. Het volgt de gedachtestroom van een vrouw die terugblikt op haar vroegere liefdes en een aflopende relatie. Thema’s als afscheid en de blijvende aanwezigheid van liefde worden verweven met boeken, brieven en herinneringen. Bennett schrijft geniaal en eigenzinnig. De seksscène, rechtopstaand tegen een forse Korinthische zuil in het Londense financial district is onvergetelijk. Ruth vertelt er terzijde bij dat ze Bennett ooit interviewde: een ontmoeting die, met diva-
allures en een hoge, hysterische lach, zo bevreemdend was dat ze er nog weken van droomde – tot hilariteit van het publiek. Ontdek de leeswereld van Ruth Joos.
Vooruitlezer
Paul Demets presenteert zijn nieuwe dichtbundel Moederkoren. Hij laat zich inspireren door het werk van cineaste Chantal Akerman, die hem al sinds de jaren tachtig fascineert. In zijn poëzie projecteert hij zijn eigen ervaringen op Akermans thematiek van tijd, eenzaamheid, migratie en vrouw-zijn. Tien jaar na haar overlijden gaat zijn bundel de dialoog aan met haar oeuvre. Demets leest enkele gedichten voor.
Actrice Sachli Gholamalizad zorgt tussendoor en op het einde voor muzikale intermezzo’s met enkele Iraanse liederen. De avond wordt afgesloten met een ontladende tombola waar men de boeken kan winnen die werden voorgesteld.
De besproken boeken worden aangeboden op de aanwezige boekenstand.
Volgende Uitgelezen gaat door op dinsdag 28 oktober 2025 om 19u30 in De Vooruit, Gent.
Tine Englebert
Foto © Michiel Devijver.
_______________
Uitgelezen is een programma van Behoud de Begeerte en VIERNULVIER in samenwerking met Bibliotheek De Krook, Iedereen Leest en Poëziecentrum.