Liever een geromantiseerd levensverhaal of toch een biografie?
Liever een geromantiseerd levensverhaal of toch een biografie? De vraag hangt af van de lezer natuurlijk. Miss Guggenheim is het geromantiseerde verhaal over de bekende kunstverzamelaarster Peggy Guggenheim. Als telg uit een rijke Joodse familie in New York had de kleine Peggy weinig of niks te kort. Zij en haar zussen kregen privé onderwijs en haar kunstminnende vader nam zijn dochters elk jaar mee naar de musea, opera’s en tentoonstellingen in Europa tot hij in 1912 de reis met de Titanic niet overleefde.
Kunst kende ze van jongs af aan in haar familie. Haar oom was de beroemde Solomon Guggenheim die de Solomon R. Guggenheim Foundation had opgericht om verschillende musea te beheren. In tegenstelling tot andere mecenassen verzamelt Peggy Guggenheim geen kunst als belegging of gewoon omdat ze het zich kan veroorloven maar vooral voor de gevoelens die ze bij haar oproepen. ‘Zich onderdompelen in een kunstwerk was niets anders dan het ontdekken van een nieuwe wereld, alsof haar lichaam reageerde op de beeldtaal van de werken.’
De Amerikaanse Leah Hayden schreef deze biografische roman over een vrouw die voor altijd een stempel zou drukken op de surrealistische en moderne kunst. Hayden studeerde in Heidelberg en de VS en schreef met Miss Guggenheim haar debuut.
De roman volgt Peggy Guggenheim vooral tijdens de jaren ’40 tot ‘58. Het zijn de jaren waarin ze mét haar kunstverzameling probeert te ontsnappen uit het door de Duitsers bezette Europa en in Amerika haar eerste kunstgalerie tracht op te richten. Het verhaal zit gevat in het bezoek van Frederick Kiesler wanneer die Peggy Guggenheim in 1958 opzoekt in haar palazzo in Venetië. Zijn bezoek is het startschot voor hun herinneringen.
De jaren tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn voor Joden, al hebben ze een Amerikaans paspoort, jaren van spanning. Niet enkel Peggy Guggenheim wil het continent verlaten, duizenden anderen willen dat ook. Alleen is het voor Peggy iets gemakkelijker door haar geld en haar connecties in de kringen die er toe doen. Wanneer het boek begint is ze een vrouw van veertig die niet bijzonder veel geeft om haar uiterlijk en haar kleding. Geld geeft ze liever aan kunst en aan het steunen van jonge kunstenaars. Haar donkere haar en haar (volgens haarzelf) te grote neus geven haar iets te veel een Joods voorkomen wat haar meer dan eens in een hachelijke positie brengt wanneer ze door de Franse politie in opdracht van de Duitsers wordt ondervraagd. Ze is dan al gescheiden van haar eerste man Laurence Vail, een schrijver en beeldhouwer, waarmee ze twee kinderen heeft.
In 1942 trouwt ze met de Duits-Franse Max Ernst, een kunstschilder. Door zijn huwelijk met Peggy Guggenheim slaagt hij er in om Marseille te verlaten en naar New York te vluchten. Ook haar gigantische verzameling kunstwerken moeten de oceaan over worden gesmokkeld. Ze wil immers haar droom om ooit een galerie te beginnen niet opgeven. Koppig blijft ze manieren zoeken om alles bij elkaar te houden en ze slaagt er uiteindelijk in om alles, Laurence, de kinderen én haar kunstwerken in New York te krijgen.
In New York zoeken de uitgeweken kunstenaars elkaar op en Peggy wordt het middelpunt. Ze steunt jonge kunstenaars met haar geld en haar aandacht, ook omdat ze nooit haar droom heeft opgegeven om haar eigen kunstgalerie te beginnen. Ze wil geen museum in de klassieke stijl zoals haar oom Salomon die heeft maar een museum naar haar eigen visie. Ze is ervan overtuigt dat kunst niet moet worden opgesloten in zware vergulde lijsten en zonder interactie maar dat kunst luidruchtig moet zijn. ‘Kunst moet raken, verwarren, beledigen.’. Een visie die gerust visionair mag genoemd worden. Ze slaagt er uiteindelijk in om haar eigen galerie, Art of This Century, te openen. Het is een bijzondere plaats waar het abstract expressionisme en het surrealisme worden ondersteund en gepromoot. Niet alleen toont ze werken van Europese kunstenaars die al langer expressionistische werken maken, maar haar grootste verdienste ligt er misschien in dat ze het publiek in New York liet kennis maken met jonge Amerikaanse kunstenaars als Jackson Pollock, Kandinsky en Mark Rothko.
In de jaren ’40 en 50’ was het woord feminisme nog niet zo gangbaar als nu, toch kunnen we zeggen dat Peggy Guggenheim behoorlijk wat dingen klaarspeelde die we nu als feministisch zouden omschrijven. Ze vocht zichzelf een plaats op een terrein dat voornamelijk door mannen werd gedomineerd. Ze organiseerde regelmatig tentoonstellingen met werk van uitsluitend vrouwelijke kunstenaars al bevat haar immense kunstcollectie voornamelijk werk van mannelijke kunstenaars.
Peggy Guggenheim is koppig en doortastend en weet bijzonder goed wat ze wil. Tegen de gangbare gewoonte in is de Art of This Century niet gevestigd in een gewoon gebouw waar de kunst tegen de muren hangt. Ze neemt voor de inrichting de eigenzinnige decorbouwer en architect Frederick Kiesler in dienst. Samen maken ze van het gebouw een kunstwerk dat ten dienste staat van de tentoongestelde kunst en de kijker dwingt tot interactie met de getoonde werken. Al die dingen, de galerie, de catalogus, haar altijd groeiende verzameling komen er omdat Peggy Guggenheim zich nooit heeft laten ontmoedigen en ze zijn het resultaat van haar visie, haar hard werken en haar koppige wilskracht.
Haar liefdesleven was minstens zo kleurrijk en chaotisch als de kunstwerken waar ze zo van hield. Na haar scheiding van Laurence Vail onderhield ze met hem een vriendschap die ze nooit vond tijdens hun huwelijksjaren. Ze woonde even samen met de Britse schrijver John Holmes in Frankrijk maar haar langste relatie had ze met Max Ernst. Die relatie liep bepaalt niet over rozen, Max houdt volgens haar nog veel te veel contact met zijn ex-minnares Leonora Carrington en andere vriendinnen en dat geeft scènes van jaloezie. Zelf is ze ook bepaalt niet monogaam en uiteindelijk zal hun huwelijk stranden. Net als met Laurence blijft ze na de scheiding ook met Max op een vriendschappelijke voet verder gaan. Ze kent diepe vriendschappen in haar leven maar de échte, levenslange liefde heeft ze nooit gevonden.
‘Nooit stilstaan’ is haar motto en dat blijkt wel uit deze roman. Is dit boek een literair hoogstandje? Niet echt, maar het heeft ook niet die pretentie. Wél leest het heel vlot weg en geeft het een inkijk in de New Yorkse kunstscène van de jaren na de Tweede Wereldoorlog. De grootste verdienste van dit boek is misschien nog wel dat het me aanzet om de autobiografie van Peggy Guggenheim te gaan lezen, een fascinerende vrouw die voor altijd een stempel heeft gedrukt op de kunst en hoe er naar te kijken.
Synopsis
Peggy Guggenheim (1898-1979) emigreert begin jaren veertig naar New York en doet er alles aan om haar droom waar te maken: een eigen galerie opzetten om haar collectie Europese moderne kunst te exposeren.