Bart Moeyaert in de Paarse Zetel. Verslag

12 december 2020

Schrijver Bart Moeyaert is een veelzijdig man die zich niet gemakkelijk in een hokje laat plaatsen. Op zijn 19de debuteerde hij met Duet met valse noten, waarna vele pareltjes volgden zoals bv. Kus me en Het is de liefde die we niet begrijpen. Hij schreef ook romans voor oudere lezers, gedichten, theaterteksten, was stadsdichter van Antwerpen in 2006 en viel in de prijzen in binnen- en buitenland. Vorig jaar culmineerde dit alles in de Astrid Lindgren Memorial Award, de Nobelprijs voor de jeugdliteratuur zeg maar.

Bart Moeyaert was te gast in de Paarse Zetel in De Krook Gent op 10 december 2020.
Moeyaert vertelt dat hij zeer veel las als kind. Als jongste van zeven kinderen vluchtte hij ook in zijn verhalen. Hij schreef om zich als kleinste naar wie niet al te veel geluisterd wordt, toch te kunnen uiten.

Gastvrouw Griet Pauwels polst naar zijn ambivalente houding en gevoelens t.o.v. zijn debuut. Moeyaert wilde evolueren en zwoer daarom een tiental jaar lang dat debuut wat af om anders bekeken te worden. Griet Pauwels wijst hem erop dat het desondanks toch erfgoed geworden is, waarop Moeyaert instemmend zegt dat hij er nu wel weer trots op kan zijn.

Moeyaert vertelt in veel boeken over zichzelf. Hij verdoezelt wel dat het over zichzelf gaat, maar hij schrijft altijd op die manier. Hij observeert wat rond hem gebeurt en vertaalt dat dan naar zichzelf.

Aidan Chambers had met Dansen op mijn graf een zeer grote invloed op Moeyaert. Dit boek gaat over twee jongens die verliefd worden. De toen 19-jarige Bart had zelf twijfels en dit boek kwam heftig aan bij hem: hij vond het boek zeer goed, maar het gaf hem ook emotioneel een mep. Bovendien zat hij zelf vast in het idee dat een boek chronologisch moet worden verteld en zag hij hier dat dit niet hoefde én dat je bovendien meerstemmig kon schrijven. Dit alles had invloed op zijn derde boek: Suzanne Dantine. Vanaf dan kon hij niet meer terug naar de stijl van zijn eerdere boeken.

Pauwels polst waarom Moeyaert zo hard vocht tegen het keurslijf ‘jeugdliteratuur’ waarin hij geplaatst werd.

Moeyaert legt uit dat dit eigenlijk geen relevant onderscheid is: een boek kan in het ene land onder jeugdliteratuur vallen en in een ander land bij de volwassen boeken geplaatst worden. Bovendien moet je in de krant vechten om een vermelding als je jeugdliteratuur schrijft. Een recensent die een voldoende groot artikel aan je mag wijden, maakt je bekend bij het publiek. Je leert er als schrijver ook van bij hoe de leeservaring van je boek is. Als jeugdauteur krijg je die kansen bijna niet.

Moeyaert is schatplichtig aan Astrid Lindgren. Alle boeken die je als kind leest, vormen je potgrond, vertelt hij. Pas toen hij het juryverslag kreeg, besefte hij dat hij inderdaad in de geest van Astrid Lindgren schrijft. Ook hij ziet kinderen voor vol aan. Hij is dan ook blij dat hij dankzij de ALMA een speech mocht geven over het belang van de kindertijd. Ook worden zijn boeken sindsdien in zeven extra talen vertaald.

Pauwels wijst erop dat Moeyaerts personages vaak loners zijn: ze zijn nukkig en niet in staat om te communiceren. Moeyaert lacht en zegt: “Ik dacht dat je het over mij had.” Hij vertelt dat hij het als jongste moeilijk had met communiceren en snel leerde om alleen te zijn. Als Pauwels hem erop wijst dat zijn laatste boek wel hoopvoller eindigt dan vele andere van zijn boeken grinnikt hij en vertelt dat hij nu wel lichter leeft dan vroeger. Hij is beter geworden in relativeren en wil nu meer meegeven dat het morgen wel weer beter gaat.

Pauwels merkt op dat je Moeyaerts boeken traag moet lezen. Ze moet herlezen ook. Dit is niet evident vandaag de dag. Moeyaert beaamt dit, maar vindt dit geen probleem. Enkel een langzaam lezend kind zal Bianca uit Tegenwoordig heet iedereen sorry écht leren kennen. Een ander schrijver schrijft dan wel sneller, maar Moeyaert weet wat voor soort kind hij zelf was en hij schrijft voor zulke kinderen.

Het hele leven is heel anders geïllustreerd dan de vorige boeken, merkt Griet Pauwels op. Ze vraagt of het belangrijk is voor Moeyaert om de illustrator van zijn boeken heel bewust te kiezen. Moeyaert legt uit dat als hij jaren werkt aan een boek, hij ook wil dat het omslag klopt. Tijdens het schrijven groeit al het gevoel wie er voor hem klopt als een bus bij het boek waaraan hij werkt. Zo werkte hij al met grote namen als Gerda Dendooven en nu voor Het hele leven met Peter Van den Ende (wiens Zwerveling door de New York Times tot een van de 25 beste kinderboeken werd verkozen).

Moeyaert is niet alleen schrijver, maar ook dichter. Volgens hem zorgden zijn gedichtenbundels ervoor dat hij ophield te zeggen en te geloven dat papieren woorden geen macht hebben. Toen hij in 2006 stadsdichter werd van Antwerpen, merkte hij dat woorden mensen woest konden maken of troost konden geven. Woorden op papier deden er wel degelijk iets toe. Op verzoek van Griet Pauwels leest Moeyaert Kies voor uit Gedichten voor gelukkige mensen.
In zijn laatste gedichtenbundel Helium spreekt Moeyaert over de liefde voor zijn ouders. Hij leest het titelgedicht uit deze bundel voor over de dood van zijn vader. De slotregels van dit gedicht zijn als volgt:

“Als rook erboven werd hij een gedachte.
Je kunt hier weinig anders doen
dan zijn, een tijd graag zien
en daarna op z’n zachtst verdwijnen.”

Ze verklaren volgens Moeyaert perfect hoe mensen als helium lichter dan lucht worden als ze langzaam verdwijnen. Zo kwam hij dus op de titel voor deze bundel.

Ter afronding probeert Griet Pauwels om Bart Moeyaert te overhalen een tipje van de sluier op te lichten over welke projecten hij nog op stapel heeft staan. Ze heeft gehoord dat er een nieuw boek rond visverwerking aankomt, waarvoor Moeyaert tijdelijk in de sector aan het werk ging. Moeyaert merkt echter op dat dit project voor hem voelde als iets dat pas voor over een paar jaar is en dat hij nu met iets anders bezig is. Hij laat zijn lezers graag nog even in spanning hieromtrent.

Een andere invalshoek waarover Pauwels heeft gehoord, is over de kindertijd van Moeyaerts moeder. Moeyaert vertelt dat hij de vele dagboeken van zijn moeder kreeg met haar verzoek ze te bewaren en er misschien ooit iets mee te doen. Hij heeft zich er echter nog niet toe kunnen zetten ze open te doen. In Broere kreeg de lezer de visie mee van het kind op de kindertijd. Voor Moeyaert is het een interessant gegeven om zich af te vragen wat er zou gebeuren als hij met de blik van zijn moeder diezelfde periode van zijn kindertijd herbeleeft en herschrijft. Zij was van zijn beide ouders de stille ouder. Het zou heel interessant zijn om haar stem over deze periode te laten gaan, maar tegelijk is het voor hem nog niet evident om hieraan te beginnen.

Moeyaert vertelt ook met een grijns dat hij filmnieuws heeft, maar ook daarover wil hij zijn publiek niet meer vertellen. Bovendien speelt hij met het idee om een libretto voor opera te maken in het Nederlands. Het lijkt hem interessant om te kijken hoe onze taal zich wel of net niet leent voor een opera. Dus plagend zegt hij dat het misschien wel dit wordt, wie weet.

Hoe het ook zij, deze veelzijdige woordenkunstenaar is duidelijk nog niet van plan om ermee te stoppen. We kijken dan ook vol nieuwsgierigheid uit naar het vele moois dat we nog van hem mogen verwachten.

©Sofie De Braekeleer