Leesgroep Gent Leest – ‘In orbit’ van Samantha Harvey

20 maart 2026

Volgens Confucius is het beter een mijl te reizen dan om duizend boeken te lezen. Met onze geenszins eigenwijze leesgroep hebben wij zijn wijsheid op zijn kop gezet. We lazen één boek en reisden zo 398.416 mijl in één dag en ervaarden 16 zonsopgangen en 16 zonsondergangen. Geen wonder dat wij met een (vaak heel brede) glimlach begonnen aan de bespreking van In orbit van Samantha Harvey.

Zes astronauten verzamelen in een internationaal ruimtestation meteorologische gegevens en voeren er wetenschappelijke experimenten uit. Maar meestal observeren ze. Gezamenlijk kijken ze naar de stille blauwe planeet, ze cirkelen eromheen, draaien langs continenten en door de seizoenen, ze zien gletsjers en woestijnen, de toppen van bergen en de deining van oceanen.

Hoewel ze van de wereld afgescheiden zijn, kunnen ze toch niet ontsnappen aan de constante aantrekkingskracht van de aarde. Ze ontvangen het nieuws dat de moeder van een van hen is overleden en daarmee komen de gedachten op over een terugkeer naar huis. Ze kijken toe hoe een tyfoon zich samenpakt boven de mensen van wie ze houden, en zijn vol ontzag en angst. De kwetsbaarheid van het menselijk leven vult hun gesprekken, hun angsten en hun dromen. Zo ver van de aarde hebben ze zich nog nooit zo’n onderdeel ervan gevoeld.

De Britse Samantha Harvey (1975°) is de auteur van vijf romans en een non-fictieboek. Ze heeft onder meer op de shortlist gestaan van de Orange Prize for Fiction en The Guardian First Book Award en in 2024 won ze de Booker Prize met ‘In orbit’. Harvey woont in Bath.

(Uitgeverij De Bezige Bij, 2024, p. 176, oorspronkelijke titel ‘Orbital’ – 2023, vertaald door Kitty Pouwels.)

Waren wij even gul met het geven van sterren aan het boekenfirmament? Niet iedereen zo bleek, maar voor een meerderheid was het één en al flonkering met als uitschieter de adembenemende beleving van een waar leesdelirium. De waarderingen lagen tussen 2,5 en 5 sterren met een mooi gemiddelde van 3,75.

Samantha harvey

Er is heel veel appreciatie voor de poëtische manier waarop Harvey de aarde beschrijft. De kop van de recensie in De Tijd geeft het goed weer: Liefdesverklaring aan een gewonde planeet. Eén kanttekening bij al de fraaie beschrijvingen: niet alle kleuren van de regenboog komen aan bod. Heel sterk is de auteur dan weer in het verbinden van het visuele met het auditieve. Het leidt tot een mooi slotakkoord.

Haar licht is een koor. Haar licht is een ensemble van een triljoen dingen die zich voor één moment samenvoegen voordat ze terugvallen in het rin-tin-tin en het tollend getuimel van de statisch-galactische houtblazers-regenwoudtrance van een wilde zingende wereld. (p. 173 -174)

Veel lof ook voor de beschrijving van het leven in een ruimtestation. Hoe verloopt een dag? Welke taken voeren zij allemaal uit? Wat doet een lang verblijf in de ruimte met een mens? Zij zijn de proefkonijnen voor de toekomst. Het is duidelijk dat de auteur daarrond veel onderzoek gedaan heeft. Tegelijkertijd bleven sommigen op hun honger om meer te weten te komen over de zes personen. Wie zijn zij?

Al voelen wij wel heel goed wanneer machteloosheid hen treft. Astronaut Chie verneemt dat haar moeder gestorven is. Alle zes moeten zij toekijken hoe een tyfoon zich ontwikkelt en toeslaat. De auteur laat dit sterk contrasteren met een fragment op aarde waarin een groep mensen in een kapel schuilt en miraculeus overleeft.

En er zijn meer dualiteiten in het boek. Als lezer word je voortdurend gedwongen tot reflectie. (Zie ook zeker het laatste fragment in dit verslag.) De ruimtelust van de mens: nieuws-gierigheid of ondankbaarheid? En wat te denken van de politiek van begeerte waarop de astronauten uitkijken? De beschouwingen hierover van p. 93 tot 96 rekenen wij tot de sterkste bladzijden van het boek.

Ze krijgen zicht op de politiek van de begeerte. De politiek van groeien en graaien, een drang naar meer tot in de miljardste macht, dat is wat ze beginnen te zien als ze naar beneden kijken. Ze hoeven niet eens naar beneden te kijken, aangezien ook zij deel zijn van die machtsverheffing, zij meer dan wie ook – in hun raket waarvan de boosters bij de lancering net zoveel brandstof verbruiken als een miljoen auto’s.

De aarde wordt gemodelleerd door de onversneden kracht van de menselijke begeerte, die alles heeft veranderd: de bossen, de polen, de stuwmeren, de gletsjers, de rivieren, de zeeën, de bergen, de kusten, de lucht. Een planeet gevormd en ingericht door begeerte. (p. 96)

En er zijn nog boeiende beschouwingen. Over kijken: het schilderij Las Meninas van Velázquez, de foto die Chie heeft van haar moeder, de beroemde foto die Michael Collins nam. De vraag van de dochter van astronaut Pietro: is de vooruitgang mooi? Is interplanetair leven mogelijk? Is er nog leven in het heelal? Over onze nietigheid.

Hij (Pietro) lijkt op het punt te staan wakker te worden en te zeggen: Ons leven hier is onnoembaar triviaal en gewichtig tegelijk. Zowel repetitief als uniek. We zijn enorm belangrijk en helemaal niet. We leveren een menselijke topprestatie, alleen maar om erachter te komen dat onze verrichtingen niets te betekenen hebben, en dat dat begrijpen de grootste prestatie van elk willekeurig leven is – op zichzelf niets en tegelijkertijd veel meer dan alles. Een laagje metaal scheidt ons van de leegte, de dood is zo nabij. Het leven is overal, overal. (p.155)

Het is een beschouwing die ons allemaal raakt, al is dat met een verschillende impact. Het inzicht van onze relativiteit kan enerzijds teleurstellend en beangstigend werken, anderzijds kan het hoopvol en bemoedigend stemmen, zelfs rust gevend zijn.

Dat dit boek bovendien de (soms al aanwezige) fascinatie voor het onmetelijke heelal (nog meer) prikkelt, hebben ze daags nadien mogen merken tijdens de publieksavond van de UGent Volkssterrenwacht Armand Pien.

Dirk Lambrecht