Leesgroep Gent Leest – ‘Zwarte september’ van Sandro Veronesi
De Italiaanse auteur Sandro Veronesi neemt in de hedendaagse Europese literatuur een vooraanstaande plaats in. Tegelijkertijd mag hij gerust een publiekslieveling genoemd worden. Illustratief is bijvoorbeeld dat op Gent Leest liefst negen stadslezers zijn roman ‘De kolibrie’ (2020) een leestip waard vonden. Het vorig jaar verschenen ‘Zwarte september’ mag ondertussen op hetzelfde forum ook op heel wat bijval rekenen. Al of niet terecht? Met de weegschaal van onze leesgroep als betrouwbaar ijkpunt, krijg je een gefundeerd antwoord.
‘Zwarte september’ vertelt het verhaal van de twaalfjarige Gigio Bellandi in de zomer van 1972, aan de noordwestkust van Toscane. Hij ontdekt muziek, boeken, liefde, maar zijn onschuld wordt bruut verstoord door een tragische gebeurtenis. Rond Gigio vermengen slachtoffers en daders zich als onvergetelijke Veronesi-personages: zijn watersalamander-vader, zijn leeuwinnenmoeder, zijn moedige zusje, en de twee die het meest van belang zijn voor zijn plotse bloei: zijn mysterieuze oom Giotti, en Astel Raimondi, het meisje met vlechtjes ‘zwart als zwarte onyx’ dat erin slaagt het onuitwisbare stempel van de liefde op hem te drukken.
Een halve eeuw later overdenkt Gigio zijn leven. In ‘Zwarte september’ beschrijft Sandro Veronesi zoals alleen hij dat kan de kracht en het verlies van liefde en het vermogen om verdriet te overwinnen en verder te gaan. Maar Zwarte september is ook een roman over de suggestieve kracht van woorden (moeflon moeflon moeflon moeflon moeflon) en over de verleidelijke en levensreddende kracht van de taal.
Sandro Veronesi (1959) werd met romans als ‘In de ban van mijn vader’, ‘Kalme Chaos’ en ‘De kolibrie’ wereldwijd een publiekslieveling – en bestsellerauteur. Hij won in de loop der jaren verschillende grote prijzen. Hij is een van de twee schrijvers die tweemaal de Premio Strega wonnen, de belangrijkste literaire prijs van Italië.
(Uitgeverij Prometheus, 2025, p. 336, oorspronkelijke titel ‘Settembre nero’ – 2024, vertaald door Welmoet Hillen.)
Na de round-up gaf onze weegschaal een gemiddelde waardering van 4,05 op 5 aan. De individuele waarderingen lagen tussen 3 en 5 en die waren opvallend leeftijdsgebonden. Zo de ouden zongen, zo piepten de jongen niet. Hoe groter de herkenbaarheid van de sfeer van de jaren 70 waaraan Veronesi uitvoerig en gedetailleerd aandacht besteedt, hoe hoger het toegekende waarderingscijfer.
Iedereen vond alvast dat het boek mooi geschreven was en vlot las. De personages met voorop de 12-jarige Gigio zijn boeiend en zalig beschreven. Een memorabele rol is weggelegd voor oom Giotti. De connectie met de Italiaans-Ierse setting is een pluspunt. Minder eensgezinde appreciatie was er voor de structuur van het verhaal. Enerzijds wordt de opbouw tot aan de tragische gebeurtenis als veel te lang ervaren in verhouding tot de afwikkeling van de impact ervan, de kabbeling van de lange tijd is dan eerder nefast voor het leesplezier. Anderzijds wordt diezelfde opbouw als juist heel passend voor dit verhaal ervaren, het lange uitkijken naar de tragiek charmeert, het bad vol heerlijk opgeroepen nostalgie door Veronesi blijft moeiteloos warm: het strandgebeuren in geuren en kleuren; de verering van sporthelden gevoed door radio, tv en plakboeken; de O.S. voor het eerst via kleuren-tv; de (sport)actualiteit met de terreur van Zwarte September; de verheffing door muziek; de strips; het (latente) racisme.
Het vertelstandpunt intrigeert want het is 50 jaar later wanneer Gigio probeert voor ons zijn gelukkige zomer en zwarte september zo helder mogelijk te herinneren. Voor zijn belevenis van die zomer neemt hij alle tijd en hij laat indringend voelen hoe hij als 12-jarige minder kind en meer volwassen wilde zijn. Zijn haar was wel gaan krullen maar waar blijft toch het lichaamshaar? Haar en het aanraken van haren, het is een visueel en tactiel motief dat fascineert in zijn verhaal.
(… ) die zomer, toen ik met mijn krullen op het strand verscheen, Astel verscheen met net zulke vlechtjes als haar moeder – nog mooiere zelfs. En het verlangen om de hare aan te raken bleek meteen een heel ander verhaal. (p. 28)
Herhaaldelijk richt verteller Gigio zich tot de lezer waarom hij het nodig acht alles zo gedetailleerd mogelijk te vertellen, hij last zelfs symbolisch een tragisch verhaal in dat hij als volwassene meemaakte op een Iers strand en waar langzaamheid levensreddend bleek. Enkel op deze manier zal de lezer ten volle de tragiek van zijn zwarte september kunnen bevatten, evenals het wonder dat zijn zus Gilda en hemzelf daarna te beurt is gevallen.
En zoals een muntstuk één op een miljoen keer op zijn kant valt, vonden wij, hoe onwaar-schijnlijk ook, in dat tweede leven allebei een evenwicht. En onze ouders ook. Daarom zeg ik dat we door een wonder zijn gered. (p. 242)
In de 200ste aflevering van de podcast Drie Boeken praatte Wim Oosterlinck met Sandro Veronesi. Zijn roman ‘Zwarte September’ ligt dan nog niet in het vizier maar het treft dat de auteur uitlegt waarom hij een roman een mirakel vindt. Veronesi verwijst naar Sartre met wie hij het eens is dat de roman de plaats is waar verliezers winnen. Een opvatting mooi in de lijn met het motto vooraan ‘Zwarte september’ dat van Samuel Beckett is en luidt I can’t go on. I’ll go on. Wie andere romans van Veronesi las, zal niet verrast zijn over deze opmerkelijke visie.
Overigens heeft de auteur in ‘Zwarte september’ heel fijnzinnig zijn liefde voor taal en literatuur verweven. Liefhebbers van literaire referenties (W.H. Auden, R. Kipling,) en taalfeestjes komen ruim aan hun trekken. Bravo voor het zelf bedachte woordspelletje van Gigio, de uitdaging van Astel voor Gigio om Engelse songteksten en tongue twisters voor haar te vertalen (leuk om dit met het Italiaanse origineel te vergelijken), het bijzondere hoofdstuk 27 met de aangehouden afwisseling van mijn vader zegt … en mijn moeder zegt nadat Gigio hoofdstuk 26 had afgesloten met:
Vanaf hier heb ik moeite me te herinneren hoe het is gegaan. Vanaf hier zijn al mijn herinneringen gevat in een strip waarin je steeds hetzelfde plaatje ziet (het jongetje dat staat te luisteren, de stemmen van de ouders achter de deur) en alleen de inhoud van de tekstballonnetje verandert. Alles is verstoken van details. Alles is verstoken van tijd. Alles is versneld. Alles is opgeslokt door het zwarte gat dat alles zal verzwelgen. (p. 222)
Veel zwart dus, maar allesbehalve van toepassing op onze waardering voor het boek.
Dirk Lambrecht