Paarse Zetel met Gaea Schoeters
Eén dag later dan voorheen aangekondigd ontvangt Griet Pauwels op vrijdag 2 oktober auteur, librettist en scenarist Gaea Schoeters op vrijdag 2 oktober 2026. De editie 2026-2027 wordt afgetrapt met een afgeladen volle zaal. Redacteur Jan Matthys kon er door de datumwissel helaas niet bij zijn. Redacteur Lut probeert hem waardig te vervangen.
Dat Gaea zich niet in hokjes laat vangen, en dat ze moeiteloos literatuur, maatschappelijk engagement en verbeelding met elkaar verbindt. Wel inderdaad, zo oogt het alvast in het eindproduct van wat de auteur de laatste jaren neerzette. Vergeten we echter niet de lange weg die Gaea ervoor afgelegd heeft.
De schrijver, net als ikzelf geboren in Sint-Niklaas, werd dit jaar 50, maar dat weerhield haar er geenszins van zowat overal in binnen- en buitenland op te duiken. Maar wanneer begon Gaea’s kennismaking met literatuur? We horen haar met veel humor vertellen over de verschillende manieren waarop haar ouders haar onderdompelden in allerlei verhalen. Zo las haar vader haar ergens tussen haar 2 en 3 jaar “In de ban van de ring” voor en was enigszins gefrustreerd toen de kleine Gaea dat toch niet zo goed leek te begrijpen.
Toen Gaea in haar puberteit dagboeken schreef, leek ze toch al wat af te wijken van “het oprechte dagboek”. Ze leek al vroeg voor een publiek te schrijven, was de al dan niet betrouwbare verteller en niet zozeer de haar hart uitstortende puber. Ook belangrijk daarbij is dat Gaea in de tijd tussen haar 13e en haar 21e op die manier al heel wat kilometers aflegde in het schrijfambacht. Gaea ziet die vroege schrijfjaren als oefentijd voor zowel het goed leren kijken, observeren van de werkelijkheid, als het oefenen met hoe je diezelfde realiteit op verschillende wijze kan beschrijven.
In haar opleiding als tolk en als scenarist, maar evenzeer in haar vroege werk als journalist en televisiemaker doet ze hierin werkervaring op die haar later als schrijver ook weer van pas komt. Of je kiest voor de rechte lijn, of je kiest voor de omwegen, eigenlijk maakt dat in wezen niet zo veel uit, aldus Gaea: “Alles wat ik er leerde over menselijke psychologie, over verhaalstructuur, over narratologie gebruik ik nog steeds. Zelf vindt ze de rechte weg misschien wel de minst interessantste.”
Ik wil schrijver worden omdat …
Toen Gaea 13 was, zag ze de film Henry en June in de cinema en dat was voor haar het moment waarop ze besefte dat boeken werden geschreven door “levende mensen die daar hun beroep van maakten”. Haar moeder reageert met enige zin voor realisme: dat ze maar beter goed nadenkt want dat de kans erg groot is dat ze op een zolderkamer in totale armoede en met een alcoholprobleem zal eindigen. Gaea stelde zich eerder voor dat ze hele dagen lang, omgeven door mooie vrouwen, op café zou zitten, dan even wat uren achter een typemachine doorbrengen en dan naar de uitgever die bijna zat te wachten op net dat manuscript. De werkelijkheid, nu ja, die ligt er ergens tussenin.
De romans van Gaea
Met Trui Hanoulle reisde ze in juni 2007 30.000 km ver en zeven maanden lang door 15 moslimlanden. Deze reis heeft Gaea’s wereldbeeld op verschillende manieren voor goed veranderd. Eerst en vooral haar eigen overtuiging dat de Westerse blik, indien dan niet de enige, dan toch wel de beste manier was om naar de rest van de wereld te kijken. Uit deze reis leerde ze dat het uitwisselen van beschaving uitdrukkelijk een tweerichtingsverkeer is.
Toen ze terugkwamen van deze reis vonden plots 4 uitgeverijen het een goed idee daar een boek over te maken, werd Gaea herinnerd aan haar voornemen om schrijver te worden en opende zich ook daadwerkelijk een deur naar dat schrijverschap. Diezelfde samenloop van omstandigheden op een veel grotere schaal mocht Gaea ook met Trofee ervaren. Ze heeft dus met dit boek meer “geluk” gehad dan met de boeken voor Trofee.
Gaea vertelt ons ook over de A- en de B-lijnen in haar werk: enerzijds de romans die bijna vormexperimenten zijn over de verschillende manieren waarop je een verhaal kan vertellen, en of dat dan zo anders ligt met taal dan met muziek, beeld of schilderkunst; anderzijds de eerder plotgedreven romans. Die laatste liggen commercieel beter in de markt. Toch is Gaea niet van plan het daar in de toekomst bij te houden.
Trofee, de doorbraak
Gaea krijgt een advertentie te zien op Facebook waar ze leert dat ze in Pakistan een vergunning kon kopen om te gaan jagen op een zeldzame steenboksoort. Met dat geld, betaald door jagers dus, werd dan voor precies diezelfde steenboksoort een kweek-en beschermingsprogramma gefinancierd. Dit principe - enkel de waarde van dieren (mensen?) die in dergelijke financiële termen kan uitgedrukt worden, zijn het waard beschermd te worden - fascineerde haar enorm.
Zo is ze beginnen researchen want de jacht was een terrein waarvan ze helemaal niks kende en ook in Afrika, waar het boek zich zal afspelen, was ze nog nooit geweest. Ook haar verhaalboog was haar op enkele minuten duidelijk, wat niet voor elk boek het geval is, én ze had heel hard van bij de aanvang het gevoel dat dit boek iets zou veranderen.
Vertaald in 22 talen, in Duitsland bij benadering 200.000 verkochte exemplaren
Het verhaal en de vorm
“Hunter White leeft voor de jacht op groot wild: in die ultieme krachtmeting met de natuur voelt hij dat hij leeft. Maar als hij naar Afrika vertrekt om een neushoorn te schieten, de laatste van de Big Five die hem nog ontbreekt, geeft het lot de jacht een andere wending. Zijn droom verandert algauw in een nachtmerrie die hem steeds dichter bij de duisternis in zijn eigen hart brengt. Is er nog een weg terug?”
Gaea vond het een (ironische) uitdaging om het vormelijke van de koloniale jachtroman (denk Ernest Hemingway) te gebruiken voor een roman die een maatschappelijke kritiek wil zijn op “the white gaze” waarmee we nog steeds naar het Afrikaanse continent kijken. Om de lezers volledig mee te krijgen in een – zeker op het einde – onwaarschijnlijk verhaal waarbij je door de ogen van een jou niet vertrouwd persoon als Hunter White kijkt, moet je als auteur heel betrouwbaar overkomen. Dat kan enkel als alle details tot in de kleinste aspecten kloppen. Gaea heeft voor dit boek dan ook een indrukwekkend aantal uren research (meer dan 2 jaar!) neergezet. Om een personage als Hunter White te creëren vond Gaea een gemeenschappelijk iets tussen haar en Hunter, ondanks het feit dat ze heel erg veel van elkaar verschillen als mens. Dat gemeenschappelijke element was de liefde voor de natuur. Vanuit dit gemeenschappelijke element is er een soort van dialoog kunnen ontstaan tussen Gaea en Hunter waarin uiteindelijk het hele personage vorm gekregen heeft.
Persoonlijk vind ik dit niet alleen interessant om te horen hoe een personage vorm krijgt in het hoofd van een auteur. Het zegt ook iets fundamenteels over de verbinding tussen mensen, ook al verschillen die keihard van mening, en over de empathische functie van literatuur. Toch blijft het personage Hunter vlijmscherp: de witte rijke Amerikaan die zich alles kan en mag permitteren en als er iets een probleem zou vormen, hij ook met geld alles, letterlijk, alles kan kopen. Voor hem is heel Afrika een soort van “pretpark van de jacht”. Dat dit éne – niet nader benoemde - land ook een sociale, culturele, economische en politieke realiteit kent, is voor hem van nul en generlei belang.
En dan ontstaat daar eigenlijk een botsing tussen 2 culturen: Hunter realiseert zich dat hij plots heel kwetsbaar is. Hij wordt voor zijn overleven afhankelijk van wat hij voorheen als een inferieure cultuur zag. In die zin houdt Hunter ons als lezers ook een spiegel voor want ook in ons resoneert nog altijd in ons collectieve geheugen diezelfde koloniale blik. Zo vreemd is Hunter dus ook niet voor de lezer. Ook dat helpt om je mee te sleuren in het verhaal. Afhankelijk van je reeds afgelegde dekoloniserende traject schuurt het meer of minder maar er is één ultiem kantelpunt in het boek waar elke lezer met een normaal ontwikkeld ethisch kompas denkt “nu sla ik dit boek dicht, het is mooi geweest.”Het is het moment waarop Hunter besluit om na de mislukte neushoornjacht dan maar voor de mensenjacht te gaan.
Het is met dank aan o.m. Jef Geeraerts dat we de lezer ook over dit moeilijke punt in het boek kunnen halen. Want hier speelt de kracht van de erotiek van het zwarte lichaam, een blik die door Gaea heel bewust wordt ingezet. Op het moment dat Hunter de zin uitspreekt “De jongen is een mooi roofdier” heeft hij de jongen ontmenselijkt en kan hij de jacht beginnen. Om te kunnen begrijpen wat verteld wordt over de Afrikaanse gemeenschap die zogenaamd goedkeurt een jongen voor de jacht op te offeren, moeten we inzien dat het boek niet noodzakelijk “de waarheid” vertelt. Het hele boek wordt verteld uit het perspectief van Hunter en net die overtuigingen zijn voor hem belangrijk om aan zichzelf te verantwoorden hoe hij denkt en handelt.
Langs dezelfde lijnen gedacht kan, als een trofeeënjacht een vorm van natuurbehoud is, een mensenjacht een vorm van ontwikkelingshulp zijn. In deze analogieën toont zich de vlijmscherpe systemische kritiek die Gaea in dit boek neerzet.Het was dan ook geen toeval dat Trofee eerst en meest aansloeg in Duitsland, wetende dat Duitsland geen kolonisatie- en dekolonisatieliteratuur kent, lang bij WOII is blijven hangen om dan direct naar de verhalen over de Duitse éénmaking over te stappen. Op het moment dat Trofee verscheen gaf dit Duitsland een manier om het over Namibië te hebben zonder het woord Namibië te moeten uitspreken.
Het geschenk
Eigenlijk was het niet Gaea’s bedoeling dit verhaal te schrijven en zeker niet zo kort na Trofee. Het Geschenk was als idee dan ook eerder de werkende uitgeverslogica (dit thema slaat aan, schrijf nog eens zoiets). Maar toen zat Gaea op een Duitse trein en las het ondertussen ook al beroemde “echte” krantenberichtje dat de president van Botswana 20.000 olifanten wou schenken aan Duitsland, maar dan moesten ze wel vrij kunnen rondlopen. (Het artikeltje kaderde in het gewijzigde jachtvergunningenbeleid van Duitsland voor landen als Botswana). Dat openingsbeeld, waar het boek ook werkelijk mee begint, is een enorm sterk beeld voor een roman. Tegelijk was er de thematische link met Trofee én met Duitsland het succesland in de verkoop. Vertaald in 10 talen en een bestseller in Duitsland.
Mits een complete genrewissel, en vooral het helemaal op humor te gooien kon Gaea zich bevrijden van de verwachting om “nog eens een mindfuck-roman te schrijven”.
“Plots wemelt het in Berlijn van de olifanten. Algauw wordt duidelijk dat de dieren niet uit de dierentuin komen, maar een geschenk van de president van Botswana zijn. 20.000 olifanten heeft hij de Duitsers cadeau gedaan, als ‘dank’ voor de verscherpte wetgeving met betrekking tot de invoer van jachttrofeeën. ‘Jullie Europeanen willen ons vertellen hoe we moeten leven. Misschien moeten jullie zelf maar eens proberen hoe het is om met megafauna samen te leven.’ De bondskanselier zit met de handen in het haar: hij moet deze crisis snel en daadkrachtig aanpakken. Want straks zijn er verkiezingen en zijn politieke tegenstanders ruiken bloed…”
Gaea vertelt dat ze al lang een boek wou schrijven over de manier waarop het politieke midden reageert op de druk van extreemrechts. En hoe dat leidt tot de angst om nog wezenlijke politieke problemen aan te pakken. En hoe dit ook weer leidt tot de strijd van partijen om van verkiezing tot verkiezing te proberen aan de macht te blijven en niet meer dan dat. Als je dat echter in die termen benoemt, is er, ook hier in deze zaal, weinig begeestering op te merken. Als je dat combineert met 20.000 olifanten gaat dat ineens veel beter én merk je ook dat dit bij jongeren erg goed aanslaat. Zo krijg je plots een handig hulpmiddel om het met jongeren over de grote problemen van onze tijd te hebben, over oplossingen, zijn die best op korte of op lange termijn vormgegeven, enzovoort.
Feminisme
Waarom schrijft een schrijver die op andere plekken fulmineert over de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de literatuur tot 2x toe een boek vanuit een mannelijk hoofdpersonage? Gaea verklapt dat ze het liefste schrijft vanuit perspectieven die verschillen van dat van haarzelf en dat ze blijkbaar nog steeds bezig is aan een poging het fenomeen man te begrijpen.
Ze geeft ook wel mee dat er in Het Geschenk meerdere vrouwen figureren en dat de keuze om de oplossing in handen van Hannelore Hartmann te leggen (Hannelore H. is het type vrouw die het systeem in vraag stelt) een bekende valkuil is voor vrouwen: let op je ganzen als je als vrouw gepromoveerd wordt of een bijzondere opdracht krijgt. Negen kansen op tien gaat het om iets waar achteraf op 2 manieren op gereageerd wordt: lost de vrouw het probleem niet op, dan “kon ze het niet” en wordt ze uiteraard afgeserveerd. Lost ze het wel op, dan zeggen ze in het beste geval dank u, maar … mag ik dan mijn stoel terug? Erika Lange is een ander type vrouw. Zij heeft zichzelf binnen het systeem en binnen bepaalde grenzen aangepast. Zij probeert in het redelijke midden naar kleine oplossingen te zoeken. Zij stelt ook op een bepaald moment de fundamentele vraag: “Wat wil je nu eigenlijk? Wil je het goede doen of wil je blijven meedoen?”
De olifanten tot thema van het boek maken doet ons als lezer nieuw en onbevangen in het verhaal waar we dat niet hebben met thema’s als klimaat, of extreemrechts. Daar zijn onze posities al ingenomen en bepaald. En heel vaak zit er heel weinig informatie achter die posities. Ze zijn bitter weinig op echt weten gebaseerd. Op een frisse manier opnieuw van nul beginnen nadenken is dan een bevrijdende positie en hopelijk kunnen we dat dan bij uitbreiding ook over die andere thema’s.
Wat er gebeurt met woorden
Moet literatuur geëngageerd zijn? Literatuur “moet” niks! Wat bedoelt Gaea dan met het woord elitair? (Ze brak een lans voor elitaire literatuur).
De laatste jaren worden woorden soms ten onrechte beladen met valse ladingen die onterecht zijn maar die we er moeilijk van af krijgen: elitair, intellectueel, Vlaams, … zijn enkele voorbeelden. Elitair staat dan voor: overbodig, linkse hobby, subsidieslurpers, … en zo worden we in die hoek geduwd. In plaats van dat woord zelf te blijven definiëren hebben we vaak de neiging “ons ertoe te gaan verhouden” want “elitair mag niet meer” dus moeten we dit woord gaan verbreden.
Maar wie heeft eigenlijk beslist dat het woord “elitair” negatief is? In Gaea’s wereld is het iets waarnaar je kan reiken, een vuurtoren in de verte voor een soort van volksverheffing, in positieve zin dus. Ze gelooft enorm in het aanreiken van iets wat voor mensen nét te moeilijk is, omdat je mensen dan het gevoel geeft dat ze kunnen groeien. Ook als het over leesbevordering gaat, klopt deze redenering. Jongeren hebben wèl interesse in fysieke boeken, in verhalen, in vertragen, want dat is wat een boek hen biedt in tegenstelling tot de digitale wereld.
De “vrome leugen” van Gaea: Vrijages in een lange traditie
In 2025 maakte Gaea bekend dat zij de auteur was die onder het pseudoniem Pia Fraus erotische verhalen schreef in de ZiZo (het magazine van de toenmalige holebifederatie, nu çavaria) en die later bundelde onder de naam Vrijages. Heel veel goede Franse erotische verhalen verschenen ook onder een pseudoniem, dus het hoort eigenlijk bij de traditie. Daarnaast wou Gaea een duidelijke grens bewaren tussen de auteur en de literatuur. Dat is in onze tijden al niet zo makkelijk meer maar het wordt nog moeilijker als het om erotische verhalen gaat. Want zowat alles wordt tegenwoordig gelezen als grotendeels autobiografisch. Zeker als je dan nog eens alle verhalen in de Ik-vorm schrijft. Dat maakt net het verschil tussen visuele porno en erotische literatuur dat je de lezers hun verbeelding laat gebruiken. Dat wordt moeilijker met een auteursfoto op de achterflap.
Bij de eerste druk was Gaea vooral ingegaan op de vraag van ZiZo om “ook iets voor de meisjes te doen”. Naderhand is ze gaan nadenken over het feit dat heel wat van de vrouwelijke seksualiteit zoals die is neergeschreven door de eeuwen heen, feitelijk is beschreven vanuit de mannelijke blik. Ook voor haar heeft het heel lang geduurd voor ze besefte: “De hele manier waarop ik kijk naar relaties, naar seksualiteit, naar erotiek, naar hoe we met elkaar omgaan, hoe we met elkaar naar bed gaan, dit alles is eigenlijk door mannen bedacht.” Misschien wordt het wel eens tijd om daar opnieuw van nul naar te gaan kijken. Het verschil tussen porno en erotiek is redelijk makkelijk uit te leggen. Porno gaat over handelingen, over wat er gebeurt. Tussen wie dat gebeurt is eigenlijk niet belangrijk. Erotica gaat over de spanning die erachter zit, over de uniciteit van die ervaring.
Tot slot vertelt Gaea nog over de mannelijke paniek die ze in de bioscoopzaal zag ontstaan, toen op het grote scherm in de film Babygirl “een echt vrouwelijk orgasme” werd getoond. Ze zag de mannen naar hun vrouwen kijken en hoorde hen luidop denken: “Oei, heb ik dit wel al eens zien gebeuren…”Naar aanleiding hiervan werkt Gaea momenteel samen met Lara Taveirne aan een boekje met verhalen over het vrouwelijke orgasme. Ook stelden ze vast dat het vrouwelijke orgasme in de literatuur zo goed als niet bestaande is. Daar wilden ze dan alvast iets aan veranderen. Samen bundelden ze ervaringen van 20 vrouwen van alle nog levende generaties. Deze super spannende oefening wordt op 8 december in de Grote Post in Oostende voorgesteld.
The Dead Ladies Show, een kinderboek over filosofie, een theatershow in Duitsland … en … en … en
Het concept van de Dead Ladies Show leerde Gaea in Berlijn kennen: 3 vrouwen geven 3 lezingen over 3 vrouwen die niet meer leven maar wel van belang waren in de kunsten, de wetenschappen, de sport, … en te veel vergeten werden om goed te zijn. Ze werden (on)bewust niet opgenomen in de canon van de geschiedenis. De Dead Ladies Show wil dat corrigeren. Gaea maakte er een eigen concept van samen met haar partner Annelies Van Parijs. Ze combineren dit model met de klassieke muziek van telkens twee componistes die live wordt uitgevoerd.
Gaea Schoeters, ze is inderdaad niet in een vakje te stoppen, ze lijkt wel van alle markten thuis, ze houdt ervan om in de doos naar vrijheid te zoeken.
(Her)beluister deze aflevering op SoundCloud