Jean-Paul Den Haerynck
Geen dag zonder literatuur.

Poëzie tussen wachten en stromen

28 september 2022

Een bundel poëtisch proza om in onder te duiken, zoals je in een lonkende rivier springt.
Wat doe je en wat doe je niet als je ergens op iets wacht? Is het verloren tijd als het verwachte niet gebeurt, of is het een manier van omgaan met je leven, je verlangens, je mislukkingen?
In 2010 bouwde de Rotterdamse kunstenaarsgroep Observatorium in het Duitse industriële Ruhrgebied een installatie op, die ze Warten auf den Fluss noemden, ‘wachten op de rivier’. Het concept ging uit van een houten zigzagbrug met overkapping, waarin je kon verblijven terwijl je wachtte op het binnenstromen van de Emscher, een zijrivier van de Rijn. Die zigzagvorm had een specifieke functie: een meanderende rivier imiterend, verandert je uitzicht als je je binnen de installatie verplaatst of van de ene hoek in de andere kijkt.

De ’42 vensters’ in de titel van de bundel – vertaald door Ton Naaijkens, een kwaliteitsgarantie! – staan dus voor veranderende uitzichten (én inzichten). De Duitse dichteres van tekstinstallaties Barbara Köhler (1959-2021), bewonderaar van Gertrude Stein, zette die op papier, nadat ze in 2016 wekenlang in ‘Warten auf den Fluss’ verbleef. Ze wachtte met de kunstinstallatie mee, liet de voorbijgaande tijd in zich doordringen, noteerde gedachten en gevoelens, verwerkte er in stilte of in sporadische gesprekken met voorbijgangers de onverwachte dood van haar vader.
In 42 tekstblokken experimenteerde ze geduldig met bedachtzame verwoording, efficiënt gebruik van grammatica en interpunctie, met de samenhang tussen tekens en betekenis, tussen meerdere talen en ver-talen.

Toch bleven de teksten lichtvoetig en zinvol, kantelend tussen filosofisch-poëtisch proza en diepzinnige opmerkingen bij het wezen van rivieren, landschappen, menselijk ingrijpen. Want wat gebeurt er nu precies tussen bron en monding (ontstaan en opgaan), op oevers en bruggen en in het aanpalende land, hoe wisselt heden in verleden, welke invloed heeft stroming, ruisen, meanderen? Of overzetten, stilte, kanaliseren? Welke richting kan de blik uit, hoe verloopt de spanningsboog van verlangen, zich vervelen, de wachttijd verdragen?

“we hebben gewacht. Niets verwacht en niets/ bepaalds. Wij hebben onze opwachting gemaakt bij de aankomende/ rivier door niet te geloven dat hij ook zou komen, ons toe zou/ komen”

Bij herhaling worden de regels een soort mantra van scharnierwoorden (en -klanken): tijd en onderscheid, verbinding en afbraak. Wat verschuift er in het uitzicht tussen dagen met zon of regen, met wind of nevel? Hoe wordt niets plots iets, een vreemd oord een vertrouwde plek? Hoe verhouden zich oppervlak en diepte, lichaam en verbeelding in zo’n grensgebied tussen twee oevers, onnuttig weiland of bos, braakland en achtergelaten idylles? Wat maakt valse vrienden: See of Meer, Hier en gisteren, lac of lake?
Zoveel mogelijkheden tot ontwaken biedt Köhler aan, dat het fluïdum waarin je met haar woorden verkeert, voortdurend openbreekt, een ander perspectief toont: de vrouwelijke stem? de toch begrensde tijd?

Is tijd altijd een overgang, een rafelrand van het leven?

En wat zijn wij, mensen, daarin: wie telt, wie beweegt? Wie staat stil, wie trilt en wervelt als een blad in de stroom? Welke opties dienen zich ongevraagd aan, wat gaat definitief verloren?
Barbara Köhlers prozagedichten zijn verraderlijk vlotte teksten, die gebaat zijn bij een vertraagde en herhaalde lezing, zodat elke betekenislaag, elke verschuiving en/of vertaling in de woorden tot ons doordringt. Feit en contemplatie wisselen onvermoed van plaats, voorzetsel, afleiding en tussenwerpsel wedijveren om aandacht. Het zijn tenslotte ‘gemaakte’ gedichten, maar in de goede zin, zoals we voor onszelf een bed maken, zoals we voor onszelf tijd maken.

WIR HABEN GEWARTET, we hebben gewacht. We hebben ons herinnerd
& we hadden de tijd. We hebben samen gegeten, gedronken, feest
gevierd, gepraat, gezwegen; we zijn gaan slapen & gaan dromen.
’s Morgens werden we wakker & waren op ’n andere plaats, in de
tijd. En de tijd was vrij en we waren wakker,
wach, we waakten
& wachten – dat was een zonder-woord-gevoel: tegenwoordigheid,
GEGENWART, in gesprek ook, met je tegenover: ’n tegengeschenk,
tegenwoord, tegenwoordig. Present, geschenk & gift. Er was een
woord voor, een bed voor een tijd en voor een rivier: gemaakt.

Jean-Paul Den Haerynck
Geen dag zonder literatuur.

42 vensters op Warten auf den Fluss
Titel:
42 vensters op Warten auf den Fluss
Auteur:
Barbara Köhler
# pagina's:
144 p. : ill.
Uitgeverij:
Poëziecentrum
ISBN:
9789056550998
Materiaal:
Boek

Gerelateerde leestips