Tussen verbeelding en verleden: het spook dat blijft terugkeren in Glyph
Het begint allemaal wanneer Petra en haar zusje Patch als kinderen een gruwelijk verhaal uit het verleden horen en samen een spookfiguur verzinnen. Is het een fantasie, een spel van verbeelding? Of is het iets dat werkelijk bestaat? Dertig jaar later begint het opnieuw.
Petra heeft Patch al jaren niet meer gesproken wanneer op een dag een spookpaard door haar slaapkamer raast en het meubilair kort en klein trapt. Zonder aarzelen belt ze haar zus. Wat ooit een kinderlijke uitvinding leek, keert terug als een ontregelende kracht in het heden. Het verleden blijkt geen afgesloten tijd, maar een aanwezigheid die als een spook door het nu waart.
In Glyph van Ali Smith staan opnieuw taal, herinnering en de rafelranden van de werkelijkheid centraal. Net als in het complementaire, niet vervolgend eerste deel van dit tweeluik beweegt ook deze roman nadrukkelijk tussen heden en verleden. Het verhaal volgt de relatie tussen twee zussen, getekend door jeugdherinneringen, verlies en familiegeschiedenis, en verweeft hun persoonlijke ervaringen met bredere historische reflecties. Smith onderzoekt of we oog hebben voor de geschiedenis die ons heeft gevormd — en voor de geschiedenis die wij nu zelf aan het schrijven zijn.
De spookachtige aanwezigheid krijgt gestalte in de figuur van ‘Glyph’, die meer is dan een naam of motief. Zij belichaamt wat zich niet eenvoudig laat uitspreken of vastleggen: wat ontbreekt in onze waarneming, wat tussen woorden blijft hangen. Daarmee is de roman niet alleen een talig experiment maar ook een meditatie over zusterschap, over wat herinnering bewaart en vervormt, en over wat onzegbaar blijft. Soms geestig en steeds scherp, is het bovendien een ontroerend boek over de verhalen die wij maken — en de verhalen die ons maken — en over wat er nodig is om zorgzaamheid, solidariteit en verzet levend te houden in een wereld die steeds harder wordt.
De fragmentarische structuur vraagt om een open en aandachtige leeshouding. Glyph ontvouwt zich niet als een klassiek opgebouwd verhaal met een duidelijke dramatische lijn, maar als een reeks herinneringen, taalvondsten en verschuivende perspectieven. Voor sommigen levert die aanpak een rijk en menselijk geheel op, waarin speelsheid, intellectuele ambitie en emotionele diepgang samenkomen in één samenhangend literair project, helaas voor mij werkte dit niet.
De fragmentatie was voor mij te moeizaam en te weinig samenhangend om er enig leesplezier aan over te houden. De losse scènes en associatieve sprongen maken het boek niet eenvoudig of vlot leesbaar. De nadruk op stijl en taal gaf mij de indruk dat de vorm het soms wint van de structuur. Het lezen was erg inspannend — misschien zelfs met tegenzin — maar toch achteraf aanvoelend dat het de moeite waard was.
Glyph laat zich niet gemakkelijk vastpinnen. Voor de ene lezer is het een inventieve, talig gedurfde roman die het persoonlijke en het politieke subtiel verweeft; voor de andere een te losse constructie waarin samenhang ontbreekt. Misschien schuilt de kracht van het boek juist in die spanning: het dwingt tot vertraging, tot herlezing, tot het aanvaarden van onvolledigheid. Ik heb het niet graag gelezen — maar ben wel blij dat ik het gelezen heb.