Onvoorspelbare mystiek, magisch-realisme en bizarre personages
Nova Ruda, een dorpje aan de Pools-Tsjechische grens, vandaag skigebied, vroeger armtierig gebergte. Nova Ruda, van de middeleeuwen tot vandaag, waar eigenaardige personages leven op een boogscheut van mekaar.
Er is de ik-figuur die samenleeft met R., de man met de vreemde naam Zo-en-Zo en de oude pruikenmaakster Marta die enkel tijdens de zomer in haar huis verblijft. Marta vertelt nooit over zichzelf maar kan wel uren aan een stuk doorpraten. Het is nooit duidelijk wanneer iets waar is of verzonnen. De roman is gevuld met een lappendeken van verhalen die soms worden verteld door Marta maar soms ook niet.
Daarbij gebruikt Tokarczuk korte, fragmentarische hoofdstukken en springt ze heen-en-weer in de tijd. Zoals ook in ander werk van Tokarczuk komen sprookjesachtige en fantastische elementen voorbij: een vrouw die de toekomst voorspelt, een spookverschijning, een weerwolf. Op die manier ontstaat een mozaïek van verhalen, dromen en gedachten die samen het portret vormen van een Pools dorp door de eeuwen heen.
Is dit een bibliografisch werk? Een verzonnen geschiedenis? Hybride schrijfsels? Naar aanleiding van dit boek gaf Tokarczuk zelf haar interpretatie: ze creëerde zelf het raadselachtige oude personage Marta, maar in contact met lezers viel haar op dat één detail, de uitgelubberde knoopsgaten van Marta’s vest, bij velen beklijfde. Jaren later lieten kleinkinderen van de bouwers van het huis dat Tokarczuk had gekocht, haar foto’s zien uit de tijd waarin ze zelf nog in het dorp woonden waar de roman zich afspeelt. Op één ervan stond een oude vrouw met uitgelubberde knoopsgaten in haar vest. Het bleek de oma van één van die kleinkinderen te zijn. Haar naam was Marta. Tokarczuk was met stomheid geslagen – ze had de vrouw voor zover ze wist nooit gekend. Toch moest ze de figuur ooit als beeld opgepakt hebben. Ze ontdekte ook iets dergelijks over een andere figuur in die roman, de monnik Paschalis. Ze wist niet hoe ze aan die figuur was gekomen. Maar na voltooiing van het boek stuit ze in oude schoolschriften van haarzelf, op aantekeningen over een monnik die het karakter had dat zij Paschalis had toegedicht. Ze was hem vergeten, maar blijkbaar hadden elementen in het verhaal dat ze bedacht had hem uit haar eigen onderbewuste naar boven gehaald.
Olga Tokarczuk noemt het ‘de kracht van het creatieve proces – het in tijd en ruimte gelijktijdig optreden van niet-gerelateerde gebeurtenissen’. Dat is wat Jung, naar wie ze herhaaldelijk verwijst, inventieve synchroniciteit noemt. Volgens Tokarczuk maken ook lezers het mee dat fictie ineens iets wakker schudt dat de lezer altijd als iets strikt persoonlijks had beschouwd.
In 2018 kreeg Olga Nawoja Toarczuk als Poolse feministische schrijfster de Nobelprijs voor Literatuur. De jury prees haar voor haar verhalende verbeelding die met encyclopedische passie het overschrijden van grenzen voorstelt als een vorm van leven. Haar werk lijkt uit de wereld van de mythen en legenden op te duiken, het heeft iets magisch-realistisch. Ze schrijft over de wereld van elke dag waarin dingen gebeuren die met de wetten van de stervelingen niet verklaard kunnen worden. Olga Tokarczuk wordt in de moderne literaire wereld op handen gedragen. Deze roman wordt bijvoorbeeld al voor de derde keer uitgebracht met een projectsubsidie van het Nederlands Letterenfonds.
Mij kan de schrijfster niet bekoren. Haar onvoorspelbare mystiek, het saaie verhaal, het zweverige paranormale magisch-realisme zoals we dat van Sinterklaas wel aannemen, mag wel vertederend klinken, poëtisch of in een mistige transcendente stijl geschreven zijn, dit Huis voor de dag, huis voor de nacht, blijft voor mij hangen in zweverigheid, in vrije associaties zonder diepgang of spanning. Mijn welgemeende excuses aan iedereen die zich hierin wel kan vinden.
Synopsis
In een Pools dorp spelen zich vreemde taferelen af.