Waar stilte en taal elkaar dragen
Ik ben geen digitale lezer, hou daarvoor te veel van papier en het gewicht van een boek in mijn hand. Op lange zwerftochten met de camper is het uiteraard wel een mooi ‘lichtgewicht’ voordeel. Ik schrijf dit omdat ik ‘Ik zal je schrijven’ digitaal kon lezen en er nu zoveel spijt van heb dat ik mij dit peace of art ook fysiek ga aanschaffen. En er waarschijnlijk ook enkele dierbare personen ga mee verblijden tijdens de komende feestdagen. Ik kom graag nog even terug op dit ‘lichtgewicht’ van 107 pagina’s dat doorgaat als een novelle maar dat een ‘zwaargewicht’ wordt tijdens het lezen.
De schitterende doordachte lay-out waarin de witregels en witvelden lezen als tekst en de spaarzame woorden die flirten met prachtige melancholische poëzie overwelmden mij zo erg dat ik het daags nadien opnieuw las. Na een avondlezing wou ik terug proeven of die schoonheid de dag nadien overeind bleef. Geloof mij, ze staat gebeiteld voor eeuwig.
De opzet is simpel (als eenvoudig), twee geliefden schrijven naar elkaar. Adam zit aan het front en Miriam wacht op hem thuis. Ze schrijven brieven en die brieven mag je lezen. ’t Voelt als een eer. Een universele gegeven doorheen de tijd. Helaas.
Maar wat Nele Baplu met die eenvoud doet is meesterlijk. Het is de kunst van het weglaten en het creëren van rusttijden om het verhaal in je hoofd te laten ronddwalen en vorm te geven. Vergis je niet, doorheen die prachtige taal is het ongemeen hard, zoals alleen maar oorlog het slechtste in een mens kan bovenhalen maar evengoed zorgt voor warmte en empathie tussen individuen.
Inhoudelijk over het verhaal schrijven zou afbreuk doen aan de kans om het te lezen, een kans die je zeker niet mag laten liggen.