Een goudmijn van een kindertijd
Het is waar. Een ongelukkige jeugd is een goudmijn voor de schrijver. Tove Ditlevsen bewijst het ten overvloede en overvloedig in Kindertijd, het eerste boek van de Kopenhaagse Trilogie, het trio van boeken dat meestal als het hoogtepunt van haar schrijven beschouwd wordt.
En wellicht terecht. Ik heb lang niet alles gelezen van Ditlevsen. Aan de poëzie ben ik zelfs nog niet begonnen en haar 'stukjes' voor kranten en tijdschriften zijn niet eens vertaald. Maar in de tussenstand steekt dit eerste boek van de cyclus van drie er alvast boven uit.
Dat heeft voor een deel met eenvoud te maken. In sommige van haar verhalen en romans durft Ditlevsen wel eens experimenteren. Dat zet me op het verkeerde been, omdat ze ogenschijnlijk heel toegankelijk schrijft. Maar voor het merendeel is Kindertijd een vlotte pageturner.
Nu is de kindertijd natuurlijk niet alleen omdat hij ongelukkig is een cadeau voor een goed schrijver, maar ook omdat zij nu onbeschaamd in de huid van het kind dat ze was kruipt, met die kinderlijke en prepuberale ideeën van hoe de wereld er vanuit dat gezichtspunt zou uitzien. Inclusief het onbegrip erover. Ditlevsen laat haar ik-personage ook om de haverklap van leeftijd veranderen. Niet in chronologische volgorde, bedoel ik.
Een aantal zinnen zijn zo mooi en de gedachten erachter ook, dat je jaloers bent omdat je ze niet zelf bedacht hebt. 'Het is zo vreemd dat mijn moeder het nooit in de gaten heeft als ik lieg. De waarheid gelooft ze daarentegen bijna nooit', vindt de tienjarige Tove. Als haar vader over een derde persoon vindt: 'Hij was niet normaal!', dan is haar bedenking 'Ik weet dat het vreselijk is om niet normaal te zijn en heb er zelf een dagtaak aan om te doen alsof ik het wel ben.'
Ditlevsen formuleert onweerstaanbaar grappig over haar trieste jaren in haar buurt en huis. Voor een vrouw moet ze, zegt ze, op een bepaalde dag bijzonder op haar hoede zijn omdat ze één dag per maand tijdelijk ontoerekeningsvatbaar is. Hilarisch is het belijdenisfeest dat het einde van Tove's jeugd en meteen dus ook het einde van het boek betekent. 'Tante Agnete heeft een lied voor mij geschreven omdat ze een dichtader heeft die bij dit soort gelegenheden opengaat.' Het vraagt om verfilmd te worden.
Je moet jong tegen de wereld aankijken en uit een arbeidersgezin dat het niet breed heeft afkomstig zijn om het woord halfhonger uit te vinden. Halfhonger heb je als je allemaal lekkere geuren opsnuift van etenswaren die je jezelf niet kan permitteren, omdat er thuis geen geld voor is, en bijgevolg knabbel je op je saaie geur- en smaakloze droge boterham.
Kindertijd is een schitterende instap in de schitterende boeken van een bijzondere vrouw en auteur. En al helemaal voor wie houdt van hoe het er in een kinderbrein aan toe gaat. Zeker als dat een kind is dat de hele tijd twijfelt over hoe het zich moet bewegen in die wereld, en nog denkt dat zij het is die raar is en de wereld normaal.
Synopsis
Tove groeit na de Eerste Wereldoorlog op in een arbeiderswijk in Kopenhagen waar werkloosheid en armoede heersen. Ze heeft weinig vriendinnen, vult haar poesiealbum met zelfgeschreven gedichten en hunkert naar acceptatie.