Wat als één moment in je jeugd je hele leven blijft sturen?
Als kleine jongen is Martin Oonk ernstig ziek en moet hij zich overleveren aan alles wat artsen hem aandoen. Wanneer hij eindelijk genezen is, neemt hij zich heilig voor dat niets of niemand hem ooit nog op die manier kan bedreigen. Maar of hij daarmee werkelijk ontsnapt? Zijn defensieve houding maakt hem tot een niet al te goede zoon, een moeilijke broer en een gemankeerde levenspartner. En precies op het moment dat hij als vader lijkt te overwinnen wat hem altijd heeft belemmerd, wordt hij opnieuw ingehaald door de werkelijkheid, die hem weer opsluit in zijn eigen verhaal. Zo zou je Laatste man bondig kunnen omschrijven. Maar dat is uiteraard te eenvoudig om een roman van Reugenbrink te omschrijven.
De roman start met hartverscheurend hoofdstuk waarin de kleine Martin overgeleverd is aan de medische wereld. Waarom dat weten we dan nog niet maar dat die traumatische ervaring als kind een enorme impact zal hebben op zijn leven is een feit. In dit gedeelte heeft de figuur van Raymond Moulijn (1962–2010), zoon van Feyenoord-icoon Coen Moulijn (1937–2011) een grote impact. Raymond werkt op onnavolgbare wijze Martin los van het knellende gevoel van de pijlers van het ziekenhuisbed. Voetbal is een draadje dat doorheen het hele verhaal slingert, scenes waar ik - wegens gebrek aan interesse - wel diagonaal overging.
Deze roman is niet zomaar een rechtlijnige opeenstapeling van gebeurtenissen in een levensloop. Ten eerste is er de afwisseling van het ik- en hij- perspectief waardoor je als lezer toch wel scherp op je stoel blijft zitten maar er is ook de constante lijn van de gevolgschade van het opgelopen trauma dat doorheen het leven van de hoofdfiguur blijft kleven. Reugebrink toont geen overwinning op dat trauma, maar wel het moeizame proces van inzicht terug in dat ik- & hij perspectief die de levensloop van Martin Oonk bepalen. Dit wordt geduid in zes hoofdstukken - volgend op de jeugdige ziekenhuisopname in het hoofdstuk 0 (als een nulmeting) - die de namen dragen van steden, Rotterdam (1969), Los Angeles (1976), Londen (1981), Haren (1992), Oldenburg (2004) en Berlijn (2024). Alle zes delen zijn met elkaar verbonden door uitgesproken, neergeschreven en ook onuitgesproken tijd-, sociale- en plaatsgebonden linken. Een toonbeeld van compositie die dient om datgene te vertellen waarvoor deze roman staat. Ben je echt vrij om het leven te leiden dat je wil of lijd je onder het leven?
De complexe verhouding van de protagonist tot zijn stervende vader, de bezorgdheid van zijn moeder en de schuldgevoelens richting zijn zus Aline beknellen Martin om te zijn wie hij echt wil zijn of denkt te zijn. Ik vroeg mij dikwijls af tijdens het lezen: “Wat bepaalt je leven? Jijzelf of de omstandigheden?” Ik ben er nog steeds niet aan uit en zal het waarschijnlijk ook nooit zijn. Heel zijn leven wordt bepaald door de gevolgschade van dat medisch trauma, hij draagt dit als een soort van verkleving met zich mee. Een verkleving die ook soms wel zijn voordelen heeft maar waar hij zich op het einde van de roman en ook op eigen latere leeftijd niet kan van losmaken.
De roman opent en sluit in een ziekenhuis, waardoor het begin en het eind samenvloeien met de vraag of het ook anders had gekund. Maar er is nog veel meer in deze roman dan Martin Oonk. De wijze waarop Reugenbrink graaft in de karakters van de nevenpersonages en hun eigen impact op Martin Oonk is diepgaand. Het zijn stuk voor stuk identiteiten die mee een rol spelen het leven van… Die interacties zorgen dikwijls voor hilarische en pijnlijk accurate omschrijvingen van je eigen leven.
Reugebrink bouwt geen simpele levenslijn, maar een ingenieuze compositie van ik- en hij-perspectief, familiebanden die wringen, humor die snijdt en momenten die briljant herkenbaar zijn. De vraag die blijft hangen: leid jij je leven, of leidt je leven jou?
Laatste man is een roman die je niet alleen leest, maar voelt — scherp, eerlijk, ontregelend, en onmogelijk weg te leggen.
Synopsis
Wat als je het gevoel hebt dat je gevangenzit in een verhaal waaruit je niet kunt ontsnappen? Als kleine jongen is Martin Oonk ernstig ziek. Hij moet zich overleveren aan wat artsen hem allemaal aandoen. Eenmaal genezen neemt hij zich voor dat niets of niemand hem ooit nog op die manier kan bedreigen. Maar of hij daarmee aan zijn ziekte ontsnapt? Zijn defensieve houding maakt hem tot een niet zo goede zoon, een slechte broer en een gemankeerde levenspartner. En juist wanneer hij het als vader lijkt te overwinnen, wordt hij ingehaald door de werkelijkheid die hem terugwerpt in zijn eigen verhaal. Laatste man stelt de vraag naar de mogelijkheid om werkelijk vrij te zijn, los van wat de tijdgeest ons, vaak zonder dat we het weten, oplegt. En als die vrijheid niet mogelijk is, kun je dan schuldig zijn aan wat de omstandigheden je ingeven?