Leestip van Wouter De Raes

Lenin. Leven en legende van Victor Sebestyen

9 maart 2020

“Lenins geboorte was het ergste dat de Russen ooit is overkomen, het op één na ergste was zijn overlijden.” Winston Churchill

In 2017, het herdenkingsjaar van een eeuw Russische Revolutie, verscheen de eerste omvangrijke en grondige in het Nederlands vertaalde biografie van Lenin sinds decennia en toch ging de publicatie van Lenin. Leven en legende van de Britse journalist en historicus Victor Sebestyen bijna geruisloos in de Belgische pers voorbij. Volkomen ten onrechte. Over Lenin zijn al bibliotheken vol geschreven, maar meestal gaat het over de revolutionair, de ideoloog en de dictator. Lenin publiceerde duizenden artikels in kranten en tijdschriften, waaronder vooral over marxisme, theoretische economie en politiek, maar die teksten zijn volgens Sebestyen voor de meeste mensen vrij ontoegankelijk geworden. Verwacht in dit nochtans omvangrijke boek dus geen grondige analyse van Lenins ideeën of geschriften. Die worden uiteraard wel vermeld en besproken waar het noodzakelijk is om zijn politieke handelingen, zijn levensloop en zijn ideologische en persoonlijke disputen met zijn tegenstanders en rivalen binnen zijn eigen partij te begrijpen, maar Sebestyen probeerde in deze biografie expliciet vooral op de ‘mens’ Lenin te focussen. Lenin als persoon kwam nauwelijks uit de verf in de boeken die tijdens de Koude Oorlog over hem verschenen, zowel in die van zijn tegenstanders als in de hagiografieën die over hem in de Sovjetunie werden gepubliceerd. Geen van beide kampen wilde hem menselijk laten lijken, omdat een menselijke Lenin niet goed paste in hun ideologisch gekleurd beeld van de werkelijkheid.

Een van de verrassingen die het onderzoek voor deze biografie volgens de auteur heeft opgeleverd is het feit dat bijna alle belangrijke verhoudingen in Lenins leven relaties met vrouwen waren: zijn vrouw en tevens politieke en logistieke steunpillaar Nadja Kroepskaja, zijn maîtresse Inessa Armand, zijn moeder, zijn schoonmoeder en zijn zusters. Hij had weinig echte vrienden, en de vrienden die hij had verloor hij allemaal weer, vanwege de politiek. Zijn broer Dimitri was de enige man die hij tutoyeerde.

Het liefdesleven van Lenin krijgt in dit boek dus veel aandacht. Hij hield er een quasi perfecte ménage à trois op na. Zijn vrouw werd goed bevriend met zijn minnares en samen zouden ze, na Inessa’s Armand vroege dood in 1920, haar kinderen, die ze bij een vorige man had, officieus adopteren. Lenin was volgens de auteur absoluut geen feminist in de moderne betekenis van het woord, laat staan een romantische bohémien, integendeel: hij schimpte wel op de bourgeoisie maar groeide zelf op in een welgesteld burgerlijk milieu en niettegenstaande al zijn revolutionaire ideeën bleef hij in veel opzichten zijn leven lang een conventionele, burgerlijke man. Blijkt ook uit zijn reactie op een artikel met een pleidooi voor de vrije liefde van de hand van zijn vrijgevochten minnares, die trouwens zelf ook geen onaardig intellectueel was: “De eis van vrije liefde, zei hij was politiek incorrect – want een bourgeois idee, geen proletarisch idee – ‘je moet de objectieve logica van de klassenverhoudingen meer betrekken bij kwesties wat de liefde betreffen’.’”

Anders dan ook dit voorgaande citaat laat uitschijnen, was Lenin volgens Sebastyen niet zo emotieloos, kil en logisch als hij in vorige biografieën werd geportretteerd: “Lenin werd even sterk door emoties gedreven als door ideologie. De wraaklust die hij voelde nadat zijn oudere broer was terechtgesteld wegens betrokkenheid bij de moordaanslag op de tsaar motiveerde hem evenzeer als zijn geloof in Marx’ meerwaardetheorie.”

En hij zou ook niet zo eendimensionaal als gedacht zijn: hij hield volgens Sebestyen zeker evenveel van wandelingen in de natuur en de bergen met zijn vrouw of schaarse kompanen als van de voorbereiding van de Revolutie. En had dat zelfs broodnodig om te herstellen, want het intellectuele en organisatorische gesteggel tussen de Russische revolutionaire bannelingen binnen de krabbenmand van de revolutionaire Sociaaldemocratische Arbeiderspartij kon slopend zijn voor de gezondheid van hun belangrijkste revolutionaire leider in het buitenland. Het gebrek aan tijd voor wandelingen en rust de jaren na de Oktoberrevolutie in 1917 en de werkdruk die hij zichzelf oplegde zou er volgens zijn biograaf ook mee voor gezorgd hebben dat zijn gezondheid snel achteruitging.

Dat Lenin als een starre ideoloog en een fanaticus wordt omschreven kan Sebestyen tot op zekere hoogte volgen, maar toch was hij ook veel pragmatischer dan je van een ideoloog zou verwachten: “Als ideologie en opportunisme op elkaar botsten koos hij zonder de uitzondering de tactische weg boven doctrinaire zuiverheid. Hij kon het roer helemaal omgooien als hij daarmee zijn doel beter kon bereiken.” Hij zette volgens Sebestyen met enige regelmaat het marxisme op zijn kop als hem dat om tactische redenen beter uitkwam en kon draaien, liegen, intrigeren, verwarring stichten en indien nodig steun zoeken bij de duivel, zoals Lenins jeugdidool, de revolutionair Plechanov hem later terecht verweet. Plechanov, de vader van het Russische marxisme, zou fel met Lenin botsen, en binnen de Sociaaldemocratische Arbeiderspartij een van de aanvoerders worden van de fractie van de mensjewieken, de tegenstanders van de fanatiekere en onverzoenlijker bolsjewisten die onder Lenins leiding stonden ; na de Oktoberrevolutie zou hij uiteindelijk zelfs vluchten voor hem.

Op alle aspecten van deze uitgebreide, maar overzichtelijk in kleine hoofdstukjes ingedeelde biografie kunnen we natuurlijk niet ingaan maar op Gent Leest mogen we wel even aandacht besteden op de literaire voorkeuren van Lenin, die trouwens ook veel over hem reveleren. Lenins literaire en artistieke smaak was conservatief en in tegenstelling tot literaire omnivoren als Stalin of Trotski las hij opvallend weinig literatuur. Hij beoordeelde schrijvers meer op hun politieke voorkeur dan op hun artistieke kwaliteiten: hij had een afschuw van Tolstojs wereldbeschouwing en Dostojevski kon hij helemaal niet uitstaan. Alleen de liberaal Toergenjev vond hij ondanks zijn overtuiging wel goed. Maar zijn absolute literaire held was juist de nu bijna vergeten Tsjernysjevski, de man die als reactie op Toergenjevs Vaders en zonen de revolutionaire roman Wat te doen ? schreef. Een van zijn medestanders die kritiek op de povere literaire kwaliteiten van dat boek durfde te uiten viel meteen in ongenade. Hij zou die titel doelbewust overnemen in zijn eigen publicatie uit 1902 Wat te doen ?, dat een concrete strategie voor het welslagen van een socialistische revolutie, die de bijbel van de toenmalige bolsjewieken zou worden.

Lenin had wel een grote liefde voor bibliotheken: om zijn artikels en publicaties voor te bereiden bracht hij een belangrijk deel van zijn tijd door in de bibliotheken van de talrijke steden waar hij voor 1917 als revolutionaire balling zou verblijven. Het ongelooflijke belang dat hij aan bibliotheken hechtte blijkt uit het feit dat hij terwijl de Revolutie nog niet geconsolideerd was, de bevolking in Sint-Petersburg honger leed en de oorlog met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije nog woedde urenlang persoonlijk bleef pennen aan een gedetailleerd bibliotheekdecreet, over onder andere het interbibliothecair leenverkeer en de openingsuren van de leeszaal. Het zegt ook veel over zijn controledwang, zijn perfectionisme, zijn moeite om zaken te kunnen delegeren en zijn volgens Sebestyen soms gebrekkig vermogen om essentiële van minder belangrijke zaken te onderscheiden en prioriteit te geven. Dat zijn eigen vrouw Nadja uiteindelijk in haar functie op het Volkscommissariaat van Verlichting met zijn steun de Russische openbare bibliotheken van ‘onaanvaardbare’ werken en auteurs (Kant, Schopenhauer, Descartes… !) zou uitzuiveren kon ook geen toeval zijn.

Een van de minpuntjes dat de eindredactie van dit nochtans vlot lezende boek beter had gekund: af en toe wat spellingsfouten, occasioneel verkeerde data…. Ook zou je soms wel willen dat de auteur wat dieper op Lenins theoretische opvattingen en discussies met andere marxistische intellectuelen en leiders was ingegaan, maar dan had deze nu al omvangrijke publicatie een meerdelige uitgave moeten worden.

Het voornaamste bezwaar bij Sebestyens biografie is dat hij toch iets te mild over Lenin lijkt te oordelen. De auteur noemt hem weliswaar meedogenloos, autoritair, intolerant, een onmogelijk mens in de omgang, geen tegenspraak duldend ; ook had hij onbeheerste woedeaanvallen die steeds talrijker en heviger zouden worden. Dat blijkt inderdaad ten overvloede uit dit boek. Maar Sebestyens persoonlijk oordeel is dat hij niet ijdel was en kon lachen, zelfs met zichzelf, en ook emotioneler, minder kil en veel pragmatischer was dan gedacht. Mogelijk, maar in zijn boek vind je eveneens een massa feiten en anekdotes waarmee je ook het tegenovergestelde kan suggereren. Als je voortdurend met een foto van je groot literair en revolutionair idool Tsjernysjevski, de schrijver van de roman Wat te doen, in je portefeuille rondloopt, in plaats van de foto van je vrouw of minnares is dat wel een aanduiding wat er op de eerste plaats komt. Lenin volgens de auteur niet zo een-dimensioneel als gedacht ? De Revolutie en niets dan de Revolutie, was toch mijn persoonlijke indruk na het lezen van dit boek …

Lenin was niet wreed, geen sadist en geen monster en informeerde anders dan Stalin, Hitler of Mao nooit naar hoe zijn slachtoffers waren omgekomen. Doden waren voor hem theoretisch van aard, louter getallen, stelt de auteur. Maar zijn de gevolgen van zo een immorele ‘Het doel heiligt de middelen’-mentaliteit dan altijd ‘beter’ dan beslissingen van leiders die intrinsiek, op persoonlijk vlak wreder waren ?

In juni 1918 verweet Lenin Stalin bijvoorbeeld bij de ‘zuiveringen’ van de stad Tsaritsyn, het latere Stalingrad en huidige Wolgograd, niet rigoureus te zijn opgetreden en spoorde hij hem aan om meedogenloos te zijn. Of nog een van zijn uitspraken: “Ons is alles toegestaan, want wij zijnde eersten ter wereld die het zwaard niet opheffen om anderen te onderdrukken en te onderwerpen, maar om iedereen uit knechtschap te bevrijden (…) Bloed? Laat er maar bloed vloeien als het alleen daardoor mogelijk is de grijs-wit-zwarte vlag van de oude piratenkliek rood te laten kleuren, want alleen de definitieve dood van die oude wereld kan ons behoeden voor de terugkeer van de oude jakhalzen.” Of Lenins antwoord op de kritiek van Steinberg, zijn Volkscommissaris voor justitie, die zijn bevel om plunderaars, vandalen en contrarevolutionaire agitatoren ter plekke neer te schieten voor de Revolutie desastreus achtte “Juist integendeel (…) Gelooft u echt dat we kunnen overwinnen zonder de allerwreedste revolutionaire terreur ?“ “Maar waarom hebben we dan überhaupt een volkscommissariaat van Justitie? Laten we het dan gewoon het volkscommissariaat van Sociale Uitroeiing noemen, dan is het tenminste duidelijk.” (…) “Heel goed, zo zou het ook moeten heten, alleen kunnen we dat zo niet zeggen.”

En desondanks wil Sebestyen Lenin niet wreed noemen ?

Sebestyen bevestigt dat zijn voornaamste liberale en tsaristische tegenstanders incompetent waren, maar benadrukt zelf iets te weinig hoeveel geluk Lenin wel heeft gehad ; hoe onvoorbereid en ongeduldig hij soms was. Zijn radicale en compromisloze houding tov de liberale regering na de Februarirevolutie en zijn vaste overtuiging om de Revolutie te beginnen deed niet alleen ‘gematigder’ mede-revolutionairen zoals zijn nabije vertrouweling Zinoviev en Kamenev soms wat terugdeinzen, maar zelfs Stalin vond zijn houding bijwijlen roekeloos. Lenin was bereid ontzettende risico’s te nemen, zoals bijvoorbeeld uit een rijdende trein te springen om aan de agenten van de Ochrana, de geheime politie, te ontsnappen. Het welslagen van de Revolutie was echt kantje-boordje geweest zoals blijkt uit het een ander recent boek De Russische Revolutie: een nieuwe geschiedenis van Sean McMeekin …

Maar je hoeft het niet altijd eens te zijn met Sebestyens eindoordelen om deze vlot leesbare, gedetailleerde en onthullende biografie uitermate boeiend te vinden.

Synopsis

Biografie van de Russische revolutionair en dictator (1870-1924).

Leestip van Wouter De Raes

Lenin : leven en legende
Titel:
Lenin : leven en legende
Auteur:
Victor Sebestyen
# pagina's:
716 p., [16] pagina's platen : kaarten
Uitgeverij:
Spectrum
ISBN:
9789000354535
Materiaal:
Boek