Creatief en bipolair, een interview met Eric Kenis over zijn, jawel hoor, achtste (!) boek
Wat kan je als redacteur van Gent Leest het beste doen op Wereldboekendag, hier in Vlaanderen Vlaanderen Leest Dag genoemd? Je collega-redacteur interviewen die net zijn laatste boek uitgaf en samen koffie/thee drinken in De Krook natuurlijk!
Redacteur Lut Vael was helemaal in de ban van deze creatieve én bipolaire man en moest dan ook harde keuzes maken bij het uitschrijven van dit interview dat maar liefst twee uur duurde.
Eric, je vertelde me zopas dat dit je achtste boek is. Daarmee zit je al boven het gemiddelde op de Vlaamse auteursmarkt, zeker in een tijdsspanne van nog geen vijftien jaar. Niet elke auteur is zo productief. Vertel, hoe krijg je dat voor elkaar?
Eigenlijk heb ik vooral “ondernemersboeken” geschreven in de reeks Hoek Af. Dat was nog in de tijd dat ik bedrijfsconsultant was. Maar de naam Hoek Af geeft al wel wat mijn eigenheid en de mensen waarover ik schrijf weer. Maar daarover straks meer. Die boekenreeks produceerde ik ook niet alleen, daar zat een heel team en verschillende organisaties achter, een heel ander verdienmodel dan dit huidige boek. Met partners als ING en VOKA had ik gegarandeerde afnames van telkens 1000 exemplaren en zij gingen met mijn boek op toer. Voor mijn huidige boek heb ik een eerste druk van 250 exemplaren en ik moet voor het grote merendeel zelf de promotie doen. Verkoop ik zelf dan heb ik 6€ winst per exemplaar, verkoopt de uitgeverij/boekhandel dan hou ik er slechts 2,5€ aan over. Dat is geen verdienmodel meer maar een bedelmodel. (lacht cynisch)
Daarnaast schreef ik 2 boeken als ghostwriter: over de voeding van morgen en over Jo Lernout. Tot slot schreef ik een verjaardag boek voor mijn eigen 60e verjaardag: Dwars, wat ik cadeau gedaan heb aan mijn vrienden.
Maar die grote productiviteit, mag ik daar straks nog op terugkomen?
Daar komen we zeker nog op terug ;-)
Hoek af, Dwars en dan nu Creatief en bipolair. Mag ik zeggen dat je niet direct over gemakkelijke onderwerpen schrijft?
Voor mij bestaat er eigenlijk geen onderscheid meer in fictie en non-fictie. Men noemt het nu wel eens autofictie om aan te geven dat auteurs putten uit hun persoonlijke ervaringen maar toch een “verhaal” schrijven dat niet helemaal strookt met de waarheid. In Vlaanderen is Lize Spit daar een voorbeeld van. Momenteel lees ik ook een boek over Mussolini, geschreven door de Italiaanse schrijver Antonio Scurati. Dat boek staat vol met feiten, alleen de dialogen zijn vaak verzonnen. Het is een stijl die ook wel eens docu-fictie genoemd wordt en heel meeslepend is.
Mijn eigen boek, Creatief en bipolair, schetst portretten van heel wat bekende mensen van wie we soms wel en soms niet wisten dat ze met een mentale stoornis kampten. Sommigen hadden zelfs meerdere diagnoses, maar in het boek zoom ik vooral in op de stoornis bipolariteit.
Net omdat ik zelf een ervaringsdeskundige ben, heb ik me laten begeleiden in het schrijven door Dr. Sabine Wyckaert. Zij is psychiater in het UPC KU Leuven en is gespecialiseerd in bipolaire stoornissen.
Een bipolaire stoornis, vroeger kenden we dat als “manisch-depressief”, is dat eigenlijk veel voorkomend?
Volgens Dr. Wyckaert liggen de Belgische cijfers op 2% van de bevolking. Afgaand op de internationale literatuur spreken we zelfs over 4%, dat betekent “in mijn straat zijn er 7”! Ik ken die mensen niet, maar statistisch zijn ze er wel. Of, laat ik het anders zeggen, als ik met jou of eender wie hierover praat, zegt iedereen: ik ken ook zo iemand. Dat maakt eigenlijk dat er allicht nog heel wat “onderdiagnose” is. De realisatie van de stoornis komt er meestal in de vroege volwassenheid, tussen de 20 en de 30 jaar. Het is ook een erfelijke stoornis. Dat betekent voor mij dat ik mijn kinderen preventief naar de psychiater stuur. In mijn boek heb ik het ook over het belang van psycho-educatie: hoe meer je weet over de stoornis, hoe meer je begrijpt hoe het werkt, hoe beter je ermee leert te leven. Want genezen is niet mogelijk.
Ongeneeslijk ziek, dat associëren we eigenlijk nog altijd veel meer met alle mogelijke kankers of fysische aandoeningen. Wanneer het over de geest gaat, spreken we tegenwoordig over mentale kwetsbaarheid over stoornissen van de hersenen. Is dat belangrijk, hoe we het noemen?
Iris Sommer schreef in haar boek Haperende hersenen dat alle hersenaandoeningen tot op zekere hoogte gelijkenissen vertonen met elkaar. En dat is eigenlijk ook logisch want het gaat telkens over diezelfde hersenen en hun werking. Niet alleen de klachten maar ook de preventie en behandeling vertonen veel gelijkenissen.
Toch zijn er ook verschillen en net daarom is een goede diagnose de sleutel tot een oplossing, een correcte behandeling en dus, tot een beter leven.
Het is ook belangrijk te weten dat bipolariteit net als autisme een spectrumstoornis is. Het is dus geen kwestie van “je hebt het” of “je hebt het niet”, wat de diagnose vaak bemoeilijkt.
Hoe het genoemd wordt, evolueert ook mee met de tijd. Vroeger werd inderdaad over manische depressie gesproken, daarvoor over melancholie. In de benaming kan men ook terug vinden wat men al wel wist of nog niet over de stoornis. In de huidige benaming, bipolariteit, staat vooral de stemmingswisseling centraal rond de twee polen: periodes van ongeremde energie afgewisseld met periodes van diepe depressie. Er is geen vast patroon in de afwisseling, ook zijn er geen duidelijke oorzaken voor die afwisseling.
Er zijn mensen die kortere periodes hebben waarin de stemmingswisselingen dus korter op elkaar volgen, soms van week tot week. Dat is nog maar recent dat men ook die groep mee”telt” waardoor dus ook de cijfers zijn gestegen. Het aspect “stemmingswisseling” is dus eigenlijk wel het cruciale punt in de diagnose.
Net zoals bij fysische ziektes is een correcte diagnose toch cruciaal voor een correcte behandeling. Mogen we er dan van uitgaan dat een correcte behandeling vroeger vaak onbestaand was?
Dat klopt. Je zal in mijn boek voorbeelden lezen van mensen uit een prediagnostisch tijdperk, een amateuristisch diagnostisch tijdperk en, nu, een wetenschappelijk diagnostisch tijdperk.
Vincent Van Gogh wordt door minstens zoveel mensen als een goed voorbeeld van bipolariteit genoemd als dat er mensen zijn die hem schizofreen noemen. We kunnen hem niet nu diagnosticeren, we kunnen wel nagaan wat we weten van hem en welke “vinkjes” we kunnen afvinken. Maar helemaal zeker kunnen we nooit zijn.
Wat wel vaststaat is dat bij een foute behandeling het risico op een fatale afloop serieus toeneemt. Zo werden mensen vroeger vaak enkel behandeld voor depressie wat in sommige gevallen de manie deed uitvergroten met alle risico’s van dien.
Zelfs nu is het nog zo dat bij puberende jongeren vaak alle kanten op gediagnosticeerd wordt: ADHD, borderline, hoogbegaafd, laagbegaafd, … zoveel geschoten, altijd mis, vaak blijkt het dan tussen 20 en 30 toch duidelijk te manifesteren als bipolariteit, … of toch niet. Het blijft erg moeilijk.
Maar bij jou kwam de diagnose niet zo vroeg?
Neen, ik kreeg pas een duidelijke diagnose toen ik vijftig was. Deels komt dat doordat bij sommige mensen, ook bij mij, de manische periode “lichter” is, wat ik in mijn boek hypomaan of “manisch light” noem, wat vooral wil zeggen dat er wel sprake is van een verhoogde activiteit en doe-drang maar dat het wel functioneel blijft. In een dergelijke periode heb ik eigenlijk het gevoel op het toppunt van mijn potentieel te functioneren. Ook je omgeving gaat dat niet direct linken aan een stoornis. Ik werd wel altijd een eigenzinnig iemand gevonden, soms ook moeilijk om mee samen te werken. Maar ik had ook altijd mensen die me stimuleerden in wat ik ondernam.
Zelfs toen de diagnose er al was, ben ik blijven revolteren tegen de therapie, tegen de medicatie, niet luisteren zeg maar, en heb ik toch meer dan tien jaar onnodig zwaarder afgezien dan nodig omdat ik mijn therapie niet au sérieux nam, mijn medicijnen niet nam bijvoorbeeld. Maar eigenlijk was dat deel van mijn ziekte.
Zo komen we ook bij de titel van je boek en de vaststelling dat er vaak een grote correlatie is tussen grote creativiteit/ hoge productiviteit en bipolariteit.
In de huidige tijdsperiode zijn veel mensen bewust open over hun stoornis. Denk aan Demi Lovato, een jonge zangeres die vertelt over haar slapeloze nachten en haar malende hoofd. Ze is heel open over haar hyper creatieve periodes waarin ze zich aan de piano zet en in één nacht zeven songs produceert. Die hoge productiviteit, dat presteren op het toppunt van je kunnen, dat super creatieve, dat is dus waar ik nog op wou terug komen, het is datgene wat vele bipolaire mensen ook nog eens in het bijzonder verbindt, de creativiteit.
Maar let wel, dit gaat NIET over wat er in zwaar manische periodes gebeurt: dan DENK je dat je God bent en ware kunst neerzet maar in werkelijkheid ben je alleen maar heel erg ziek op dat moment.
In mijn boek portretteer ik een dertigtal bekende mensen en vertel ik ook kort iets over mezelf. Vaak gaat het over echt wereldbekende personen, auteurs, schilders, muzikanten, een paar politici, een acteur, … vooral de mensen uit vorige tijdsperioden wisten vaak zelf niet wat er mis met hen was.
Opvallend aan jonge mensen uit onze tijden is dat ze vaak heel open zijn over hun mentale stoornis en als rolmodel willen fungeren, luister naar Selina Gomez en Chappelle Roan bijvoorbeeld. Dat is erg belangrijk om het stigma te doorbreken. Uit eigen ervaring kan ik ook zeggen dat het op twee manieren helpt.
Het helpt om rolmodellen te hebben, te weten dat je niet alleen bent, te zien dat mensen naar wie je opkijkt ook worstelen met datgene waar jij mee worstelt. Maar het helpt ook om een rolmodel te willen zijn voor anderen. Want rolmodellen inspireren. Ze laten zien wat je kan ondanks dat je bepaalde beperkingen hebt. Ondanks én ook dankzij! Ook dat is waar. Dankzij hun mogelijkheid om origineler te denken en te handelen, buiten de vakjes te durven stappen, zijn mensen met een bipolaire stoornis tot grootse dingen in staat.
Misschien toch nog een kanttekening hierbij. Het staat ontegensprekelijk vast dat heel veel creatieve mensen bipolair zijn, maar het is geen één op één relatie. Er zijn ook creatievelingen die helemaal niet bipolair zijn en ook bipolaire mensen met weinig opvallende bezigheden. In mijn boek laat ik vooral het licht schijnen over grootse creatievelingen die meer dan waarschijnlijk ook bipolair waren.
Tijdens de verhalen in je boek en ook in de opbouw ervan komen geregeld “de vinkjes” terug. Zijn die vinkjes enkel belangrijk voor een diagnose of zijn ze nog van een ander nut?
In mijn boek heb ik ze vooral gebruikt om bij mensen uit het verleden op basis van beschikbaar archiefmateriaal na te gaan of we kunnen spreken van bipolariteit.
In het hier en nu is het echter ook van belang als “verklikker” zeg maar. Ken je mensen die het lastig hebben en waarvan sommige gedragingen je plots anders voorkomen na het lezen van dit boek, reik hen de hand. Ik word er soms gek van als mensen tegen mij zeggen “Eric, als er iets is, …” Ja! Verdorie, er is natuurlijk iets! En je kan altijd iets doen! In deze situaties geldt dat je je beter te veel kan moeien dan te weinig.
Er zijn zware risico’s wanneer mensen niet geholpen worden waarvan zelfmoord de gevaarlijkste is. Maar ook zelfverwaarlozing en het laten slingeren van administratie zijn belangrijke signalen, net zoals zware (neiging tot) verslavingen.
Ook daarom heb ik het boek geschreven: om mensen te vertellen wat er nodig is om te kunnen blijven leven met bipolariteit. Ik wil het graag nog eens herhalen omdat het zo belangrijk is: je moet bereid zijn je te laten helpen, niet alleen door vrienden maar ook professioneel, psycho-educatie is een must, evenals het vinden van de juiste medicatie die voor jou werkzaam is. Structuur in je leven is levensnoodzakelijk: regelmaat in voeding, slaap en beweging! Het helpt ook omdat het jou en je omgeving laat opmerken wanneer je weer uit balans gaat. Je structuur (laten) bewaken is dus key!
En ik leerde van Chappell Roan, Selena Gomez en andere, onbekende, jonge mensen de superkracht van rolmodellen te hebben en er één te durven zijn! Dit vertellen, dit boek schrijven, is deel van mijn eigen therapie.
Misschien ook nog belangrijk om aan te geven dat niet iedereen in mijn boek een kunstenaar is. Zelf zat ik in de businesswereld. Churchill was een politicus, wel een heel creatieve denker. Gascoigne was een voetballer. Je moet het boek helemaal lezen om te weten waarom we erin terecht gekomen zijn. (lacht)
We kennen ook allemaal de zogenaamde 27-club, met beroemde artiesten als Kurt Cobain, Janis Joplin, Amy Winehouse. Hun namen zie ik ook terugkomen in jouw inhoudstafel. Is dat toeval?
Ja en neen. De 27-club of forever 27-club zijn artiesten die allemaal op dezelfde leeftijd stierven, ontegensprekelijk veel te jong, en ook allemaal uitzonderlijk getalenteerd waren. Wat ze ook vrijwel allemaal delen is hun afhankelijkheid van alcohol of drugs. En de ongewoon grote druk van het artiestenleven die zwaar op hun woog. Janis en Amy hebben beiden zwaar onder invloed opgetreden. Terwijl het publiek hen nog steeds bovengemiddeld vond presteren, leden zij openlijk onder hun publiekelijk afgaan en het niet geholpen worden. Het heeft ook iets heel erg pijnlijk hoe mensen zo bewonderd worden terwijl ze tegelijkertijd ook heel erg ziek zijn. Het “ondanks en dankzij” is voor hen niet neutraal.
Verslaving is ook één van de zwaardere risico’s die bij bipolariteit horen. Maar niet alle leden van de 27-club waren bipolair.
Eric, we zijn ook allebei redacteur van Gent Leest. We lezen ook veel non-fictie, memoires en (auto)biografieën. Laten we nog eens inzoomen op de auteurs die in je boek aan bod komen. Het zijn er ook behoorlijk wat. Laten we beginnen bij de internationaal bekende namen: Sylvia Plath, Ernest Hemingway, Charles Dickens.
Over de alcoholverslaving van Ernest Hemingway is heel veel geschreven. Over de factor erfelijkheid minder. Dat is verwonderlijk als heel duidelijk blijkt dat in vier generaties Hemingway’s er vijf sterven door zelfmoord. Van verschillenden onder hen staan ook opnames in psychiatrie en het voorkomen van psychoses geboekstaafd. Hoewel de discussie over al dan niet bipolariteit blijft, is het overduidelijk dat er een erfelijke factor wat betreft mentale gezondheid aan de orde was. Eveneens goed geweten is dat Ernest Hemingway, die zijn fysieke gezondheid en conditie bijna militaristisch onderhield, zijn mentale gezondheid geen aandacht schonk, wat eveneens opmerkelijk is.
Van Charles Dickens is dan weer zijn zeer hoge productiviteit en zijn onvermogen tot rusten één van de vinkjes. De grote auteur van de 19e eeuw wordt nog steeds gelezen. Wie kent er niet zijn klassiekers als Oliver Twist, David Copperfield en Great Expectations? De man werd slechts 58 maar produceerde op die tijd een indrukwekkend en tijdloos oeuvre. Hij was ook een miljonair in die tijd met een grote familie die door hem werd onderhouden. Maar Dickens maakte ook grote schulden en smeet het geld vaak door deuren en ramen buiten. Ook daar vinkjes dus.
Sylvia Plath is een van de meest tragische voorbeelden van foute diagnoses, die leiden tot foute behandelingen die dan weer leiden tot groter voorkomen van symptomen die uiteindelijk geleid hebben tot de zelfmoord van één van de meest talentvolle schrijvers en dichters uit de Angelsaksische literatuur. In haar gedichtenbundel Ariël toont Plath zich in al haar ongecontroleerdheid, zowel in haar pieken als haar dalen. We zien er zowel haar hypomane, manische als depressieve zelf aan het werk.
Ook dichter bij ons, in tijd, maar ook geografisch kennen we bipolaire auteurs sterker nog, jij hebt er zelf enkele geïnterviewd.
Ik herinner me nog heel goed het gesprek dat ik had met Joost Zwagerman in Amsterdam en dat heel ver over de mij toegemeten tijd ging, …
(zoiets als dit gesprek dus …) (We lachen en Eric stemt in, het is een vinkje bij de manie, het blijven praten.)
Maar eigenlijk wil ik over de figuur van Zwagerman vooral vertellen wat een shock het voor mij was om het boek De langste adem te lezen van zijn vrouw en buddy Arielle Veerman.
Ik had altijd al een zwak voor Zwagerman gehad, vond hem een hele lieve man, herkende ook veel in hem. Toen ik het boek van zijn vrouw las, ben ik heel hard geschrokken. De hyperkant van Zwagerman kende iedereen. Zijn psychotische kant kende vrijwel niemand. Het boek van Veerman is erg belangrijk omdat het één van de weinige beschikbare boeken is die beschrijven wat de ziekte doet met de omgeving en hoe moeilijk het is om te leven met een bipolair iemand, zelfs als de liefde groot is.
Jean Marie Berckmans heb ik drie keer geïnterviewd, de eerste keer in de Radio Scorpio-studio in Leuven, de tweede keer bij mij thuis en de derde keer in het legendarische Café De Raaf.
Berckmans is dicht bij huis een voorbeeld van een zeer getormenteerd leven en ondanks dat toch een weergaloos schrijver die door de generatie “jonge goden” Brusselmans, Lanoye, Giphart, Zwagerman bejubeld werd. Zelf blijf ik zijn verhalenbundel “Café De Raaf Nog Steeds Gesloten” aanbevelen aan iedereen op zoek naar inspiratie.
Een laatste vraag voor nu, want ik heb zo’n beetje het gevoel dat we hier nog heel veel over zouden kunnen praten: in jouw boek breng je portretten van mensen die creatief en bipolair zijn. Hoe ben je bij hen terecht gekomen, door hun creativiteit of door hun bipolariteit en hoe bepaal je de verhouding tussen wat je vertelt over hen?
Eigenlijk is ook hier mijn therapie de drive geweest. Op aanraden van mijn psychiater ben ik heel veel over bipolariteit gaan lezen en zo ben ik begonnen met het aanmaken van twee woordwolken. De eerste was zeg maar de vinkjeswolk waarbij ik kenmerken die minder vaak voorkwamen een kleinere waarde gaf. Als ze veel voorkwamen kregen ze een grotere waarde. En dan ben ik in een tweede wolk die kenmerken gaan spiegelen bij mensen die ik al kende of bij mensen van wie ik wist dat er een vermoeden was. Zo kwam ik uit bij zuivere diagnoses zeg maar of eerder bij comorbiditeit zoals bij Van Gogh die duidelijk psychotisch gedrag vertoonde.
En ik herhaal dan graag nog eens mijn inspiratie: ik ben er zelf van overtuigd dat rolmodellen ervoor zorgen dat mensen iets buitengewoons gaan doen. Daarom heb ik besloten met bekende figuren te werken.
En ik zeg ook nog eens dat we in Vlaanderen een gebrek hebben aan bekende rolmodellen. We hebben wel mensen die pleiten voor openheid over mentale stoornissen en we hebben recent een week aandacht gekregen voor onzichtbare ziekten maar het blijft te vaag en te tijdelijk.
Hopelijk kan mijn boek daar iets in bespreekbaar maken.
Dat hoop ik samen met jou Eric! Ik ga het alvast met veel interesse lezen!
Bedankt voor je tijd!
Lut Vael
Lees ook mijn leestip over het boek.