Paarse Zetel met Ingmar Heytze
Op Gedichtendag 29 januari 2026 nam Ingmar Heytze plaats in de Paarse Zetel.
Heytze schrijft poëzie uit het dagelijkse leven, of, zoals hij zelf zegt, gedichten voor mensen die niet van gedichten houden, een strategie die niet altijd succesvol is, maar in zijn geval blijkbaar wel. Zijn bibliografie oogt indrukwekkend, hij was stadsdichter van Utrecht, en hij werd meermaals bekroond. Dat hij naast dichter ook performer is (75 optredens per jaar) was bij deze gelegenheid ook duidelijk te merken.
Linkshandige kinderen moesten in die tijd verplicht met de rechterhand leren schrijven, wat de leesbaarheid van hun geschriften meestal niet ten goede kwam. Zo verging het ook Ingmar Heytze. Maar dat alles veranderde toen hij voor zijn vijftiende verjaardag een schrijfmachine cadeau kreeg. Van de ene dag op de andere kon hij leesbaar schrijven, en beviel hij in één ruk van een paar honderd gedichten, waaruit in 1989 zijn eerste bundel Alleen mijn kat applaudisseert gedistilleerd werd.
Inmiddels stond hij ook al op het podium, in het zogenaamde tweede circuit, een bont allegaartje van echte en would-be dichters, die buiten de klassieke circuits actief zijn, en gefaciliteerd door de Stichting Lift, die ook de publicatie van hogervermelde dichtbundel verzorgde. Op dat moment beschouwde hij dit eerder als de afsluiting van een periode, niet als het begin van een carrière. Maar dat is dus even anders gelopen.
Wat vindt Heytze belangrijk als dichter ?
- Een kennelijke poëtica ontwikkelen (wat dat ook moge betekenen) – “kennelijk doe ik altijd dit” – vermoedelijk een zekere herkenbaarheid.
- Af en toe een vormcrisis doormaken – er zijn ergere dingen in het leven.
- Het moet een beetje lopen, en klinken (niet noodzakelijk rijmen).
- Poëzie zit in wat je vertelt, niet in hoe je het vertelt.
- Vrees dan ook niet om verzen en proza te combineren – wanneer een passage in een gedicht de facto neerkomt op een stuk proza, laat het dan zo staan, en zet het niet om in gekunstelde verzen.
- Laat je niet afleiden door allerlei stijlkenmerken bij het schrijven, dat lukt toch niet, en het evolueert sowieso tijdens het schrijven.
- Verzin je eigen trucs – iedere dichter heeft die, en het is vaak niet moeilijk om die te imiteren, maar het wordt nooit zo goed als het origineel.
- De kracht van de opsomming.
- Podiumpoëzie is niet minderwaardig.
Typisch voor Heytze is dat hij naar een pointe toewerkt, een erfenis van zijn moeder die een uitgebreide collectie cabaret-platen had. Die liedjes zitten op dezelfde manier in elkaar als gedichten. Hij komt er ook ruiterlijk voor uit dat hij steelt als de raven, en dat dit altijd met opzet is.
Doorheen zijn werk kan je de grote stappen in zijn levensverhaal volgen – jeugd, liefde, kinderen, dood en verlies. Zo gaat De man die ophield te bestaan over zwangerschap en geboorte, dingen waar je als man niet meer aan te pas komt.
Opdrachten vindt Heytze af en toe leuk om te doen, mits er een “ingang” voor is; ze verschillen van “autonome” gedichten door het feit dat ze op een bepaald moment af moeten zijn.
De recente bundel Postkamer verzamelt brief-achtige gedichten, vanuit een filosofie dat een gedicht iemand wil aanspreken, en dus ook kan beschouwd worden als een brief aan de lezer.
Tot slot nog even over de nevenactiviteiten van Ingmar Heytze. Met columns is hij gestopt. Podcasts zijn een leuke hobby.
Jan Matthys
Foto cop. Keke Keukelaar