630 pagina's over 1 dag in WO2
Ik heb lang geaarzeld of ik Bert Natter's boek ging tippen. Het heeft dit jaar literaire prijzen verzameld, maar toch is het geen perfect boek. Maar de balans weegt zwaar door naar het goede. Eerst mijn puntjes. Het voornaamste is dat er (voor mij) niets aan de verbeelding of creativiteit van de lezer overgelaten wordt. H/Zij ondergaat. En het tweede is dat, omwille van het opzet en de structuur, het niet zo opschiet. Alles wordt keer op keer omgedraaid om te kijken of iets nog onverteld is.
Anderzijds ! Ik heb nog nooit een boek gelezen, en had er zelfs nog nooit over nagedacht, waarin het standpunt van de (joodse) uitvoerders van de vergassing en de massaverbrandingen aan bod komt. Zo zit dit boek vol tegenstrijdigheden. Er is altijd een anderzijds. De joodse Obersturmführer die de gaskamer heeft laten aanleggen, krijgt tranen in de ogen bij Beethoven.
Verbijsterend is dat Natter erin slaagt 630 pagina's te schrijven zonder te vervelen over één dag aan het einde van de oorlog. In de loop van die dag verdwijnt het zoontje van de genoemde Obersturmführer spoorloos, wordt het verjaardagsfeest van Hitler op een buitensporig decadente wijze gevierd, wordt het crematorium afgebroken en worden alle sporen van de mishandelingen gewist en vindt de Russische invasie van het kamp plaats.
Bijzonder aangrijpend schrijft Natter over de ellende in de transportwagons, de ontreddering en ontbering in de slaapstallen, de mensonwaardige mishandelingen en de verkrachtingen die deel uitmaken van de routine van alledag. Maar ook over de optocht van de fanfare van krijgsgevangenen. Hij neemt afwisselend (blijkbaar) maar liefst 31 vertelstandpunten in. Geen invalshoek blijft onbeschreven. Terwijl ik het zo aan het opschrijven ben, bedenk ik: wellicht zijn die literaire onderscheidingen toch verdiend.