Getormenteerde levens op een Schots eiland
We bevinden ons op een afgelegen eiland van de Schotse Hebriden. Het leven is hard en de kleine presbyteriaanse gemeenschap zit op elkaar slip. Cal, de zoon van John zit op het vasteland en studeert op de kunstacademie. Zijn vader laat hem met een smoes terugkomen en ziet wat zijn zoon niet meer is van wat hij voor ogen had. Lang haar en van God los. Zijn vader die samenwoont met zijn schoonmoeder, na een scheiding tracht hem naar zijn hand te zetten. Hij houdt het hoofd net boven water met schapen kweken en weven. Hij is ook nog voorzanger in de kerk. De eilandbewoners zijn er al eeuwenlang pachters en hebben het niet breed. John zou graag hebben dat zijn zoon huwt met een betere partij, maar zijn aandacht gaat niet die richting uit. Het boek schetst mooi hoe een kleine gemeenschap in al zijn stugheid probeert met hun gevoelige kantjes in dit ruige klimaat te overleven. In de laatste dertig bladzijden krijgen we nog een serieuze openbaring te verwerken. Het is een boek om mee te nemen op reis en een eenzame plek op te zoeken om u erin te verdiepen. De schrijver had eerder al een even mooi exemplaar bijeen geschreven, nl. Shuggie Bain.