Intelligente misdaadroman
Met een voldaan gevoel sloeg ik de laatste bladzijde van De Tweede Moord om, en dat overkomt me niet vaak bij een detectiveverhaal. Maar de misdaadroman van Helena Buckinx springt er werkelijk uit door een sterke psychologische diepgang en een meesterlijk plot.
Alle personages zijn mensen van vlees en bloed. Door de techniek van perspectiefwissel voelen we met hen mee en krijgen inzicht in de diepere lagen van hun ziel. Dragen we immers niet allemaal een frustratie of tristesse met ons mee? De vele vertelstemmen vloeien naadloos en natuurlijk in elkaar over, het is heerlijk om een polyfonie het verhaal te horen vertellen.
Gedurende het hele boek blijft de spanning erin. Druppelsgewijs krijgt de lezer aanwijzingen van mogelijke daders en motieven. Het blijft een raadsel tot aan het einde. Wat deze misdaadroman echt anders maakt: er komt niet één druppel bloed aan te pas en het gebruikte moordwapen is bijzonder origineel.
De auteur hanteert een rijke taal, rake uitdrukkingen, veel fijne zinnen, gedetailleerde beschrijvingen van de setting en van het non-verbale gedrag van de personages. Wat een observatievermogen en psychologisch inzicht in de menselijke natuur! Deze zijn voor de auteur gelukkig geen reden om een donkere kijk op het leven te hebben. Er komen altijd nieuwe kansen is het gevoel dat ik aan het boek overhoud.
De naam van het hoofdpersonage is Peama Miller. Op de boekvoorstelling hoorde ik dat Peama de voornaam is van Buckinx’ grootmoeder. Zou de familienaam Miller ook aan iemand refereren? Misschien aan Agatha Mary Clarissa Miller, beter bekend als Agatha Christie?
Hoe het ook zij, een misdaadroman vol intelligente vondsten!