Heldhaftig ten onder
'Wat zeggen ze,' vraagt grootvader zwak, 'wat voor weer wordt het?' 'Natte sneeuw,' zeg ik.
Het titelverhaal van de verhalenbundel Natte sneeuw is van het mooiste dat ik ooit gelezen heb, denk ik terwijl ik het lees. Het gaat over niet heel veel, en er is geen kop, lijf of staart te ontwaren. Stig Dagerman (Zweden, 1923-1954) weet als niemand de vreemdheid van het alledaagse te verwoorden. De vervreemding van personages die in de vertrouwde werkelijkheid hun weg niet meer vinden.
Soms zit je in een surrealistisch schilderij. Een andere keer in een horrorverhaal, een filosofisch traktaat, een gedicht, een droom of in een slapstickfilm. Zelden creëert Dagerman een wereld die geruststellend is. Een man herkent het gezicht in de spiegel niet totdat zijn vrouw hem erop wijst dat het het zijne is. Iemand sluipt slapeloos op zijn sloffen en in pyjama uit bed, morrelt luidruchtig in de andere kamer om vervolgens met zijn zware sneeuwschoenen en winterjas aan weer naast zijn vrouw te gaan liggen, die zich onder de dekens weggestoken heeft. Wanneer ze opstaat, slaat ze hem met de hamer die hij meegebracht had, de schedel in. Einde verhaal.
Bij elk nieuw verhaal is het weer even verdwaasd rondtasten en uitzoeken wat er aan de hand is. Er ligt een magische of een surrealistische laag over de werkelijkheid. Geruststellend is het niet. Dagerman schrijft verhalen van alledaagse waanzin. Het geheugen en de herinnering nemen een loopje met de realiteit. Dat wringt en dat jeukt. De literaire referentiepunten zijn Camus, Jotie 'T Hooft, J.M.A. Biesheuvel en vooral Kafka. Maar Dagerman heeft in de allereerste plaats een heel eigen - een heel verontrustende - stem.
'Als kind ben je altijd creatief. Later wordt het ons meestal afgeleerd. Zo bestaat de kunst om schrijver te worden er onder andere uit om je er niet door onder andere het leven of de mensen of geld van af te laten brengen.'
Soms slaat de toon helemaal om. Dagerman vervangt het surreële dan en kiest resoluut voor autobiografische verhalen in de ik-persoon. Of voor wanhopige filosofische bespiegelingen over (on)vrijheid, (on)geluk en zelfmoord.
'Ik meen begrepen te hebben dat de zelfmoord het enige bewijs van de menselijke vrijheid is.'
Met de bijzonder getalenteerde schrijver is het - verrast het nog? - niet goed afgelopen. Op zijn 31ste heeft hij zichzelf van het leven beroofd. Was hij uitgeschreven? Zag hij de waan en de waanzin van het leven niet meer zitten? Hij liet een meesterlijke roman achter, Het Verbrande Kind - een ijkpunt in mijn coming of age als jonge lezer. En een aantal prachtige kortverhalen die nu gebundeld en heruitgegeven zijn door de fijne uitgeverij Koppernik.
'De wereld geeft mij geld en roem en stilte in ruil. Maar wat kan mij geld schelen en wat kan het mij schelen of ik bijdraag tot de bevordering van de literatuur - ik geef slechts om dat wat ik nooit krijg: de bevestiging dat mijn woorden het hart van de wereld hebben geraakt.'
Synopsis
Verzameling van alle korte prozateksten van de jong gestorven Zweedse schrijver (1923-1954).