Zoon schrijver lezer minnaar bewonderaar zieke en boetedoener
Rad van tong, luid van stem. Zo presenteerde Joost Zwagerman zich veelal tijdens zijn mediaoptredens en ook in zijn teksten. Met veel bravoure, met grote overtuiging, en met veel overtuigingskracht. Maar het meeste daarvan bestond uit overschreeuwen. Zijn angsten, zijn onzekerheden, zijn frustraties en obsessies. Ze namen alleen maar toe in de loop van zijn leven en literaire loopbaan. En het geheel werd een dodelijke cocktail. Zwagerman stapte in 2015 uit het leven. Tegenstrijdig genoeg deed hij daarmee wat hij anderen met de stelligste zekerheid ontraadde: het was fout, een nederlaag, en moord.
Maria Vlaar heeft nu in 660 pagina's, exclusief 100 pagina's voetnoten, dat leven van Zwagerman - die zeven levens, zoals ze het in haar ondertitel noemt - ontrafeld. Het is op veel manieren een huzarenstukje. Omdat het boek leest als een trein, omdat het op een originele manier geconstrueerd is - een combinatie van thematisch en chronologisch. Omdat het allesomvattend is. Zo'n sneltrein was Zwagerman ook, zo'n architect van zijn schrijversleven ook.
Maar Zwaag is vooral ontluisterend. Wat blijft er na de laatste pagina nog heel van het beeld van de grote en populaire volksschrijver Zwagerman? Hij wordt te kijk gezet - nee, hij zet zichzelf te kijk, en Vlaar analyseert en registreert dat - als obsessief carrièrebelust, conservatief in zijn opvattingen over vrouwen en waarden, seksverslaafd, op geld en succes gefocust, extreem egocentrisch en aandachtsgeil, als ziekelijk ook. Met overal en telkens weer dat schreeuwerige en dat onzekere.
Zou ik hierna nog beginnen aan Zes Sterren en Vals Licht, twee romans die hier al jaren liggen te wachten tot ik ze lees? Ik vrees dat met Zwaag het definitieve Joost Zwagerman boek geschreven is. Helaas voor zijn ambities en zijn legacy gebeurde dat niet door hemzelf, maar door zijn biograaf.