Erwin Penning
Leestip van Erwin Penning
De boeken maken de mens!

Het onverbeterlijke mensdom

7 april 2026

Jonathan Swift (1667 – 1745) was in 1695 tot priester gewijd in de Kerk van Engeland en was in 1713 bevorderd tot deken van de kathedraal van Saint Patrick in Dublin, maar zijn geestelijk ambt belette hem niet literair actief te zijn. En dat dan wel in het heikele genre van de scherpe politieke satire. In het Engeland van die tijd – Swift was in Ierland geboren maar bracht een aantal jaren in Londen door – stonden twee partijen al tegenover elkaar: de Whigs en de Tory’s. De eersten verdedigden het Parlement als staatsmacht en pleitten voor religieuze tolerantie, de tweeden steunden de traditionele instellingen en hiërarchie, en zeker de monarchie en de anglicaanse kerk. Swift, aanvankelijk eerder een Whig, werd Tory. In 1726 verscheen, zij het toen anoniem, zijn Gulliver’s Travels.

Gullivers reizen, politieke satire? Menigeen zal zich Swifts bekendste werk eerder herinneren als kinderboek of als tekenfilm. Maar dan geldt het hooguit de eerste twee delen van de Travels into Several Remote Nations of the World. In Four Parts. By Lemuel Gulliver, First a Surgeon, and then a Captain of Several Ships. En uiteraard gezuiverd van alles wat voor kinderen onbehoorlijk of irrelevant voorkomt, met louter behoud van het avontuurlijke en het fantastische aspect van het verhaal.

Als gevolg van een schipbreuk, of in de steek gelaten door de rest van zijn op de vlucht geslagen scheepsmakkers, dan weer het slachtoffer van piraten, of ten slotte afgezet door zijn muitende bemanning, telkens komt Gulliver terecht op voorheen totaal onbekende plekken. Op de eilanden Lilliput en Blefuscu, gescheiden door een zeestraat, leven mensjes van 15 centimeter groot. De inwoners van Brobdingnag zijn daarentegen 22 meter groot. Het eiland Balnibarbi wordt vanuit de lucht geregeerd door het vliegend eiland Laputa. Glubbdubdrib is het Eiland van de Tovenaars, waar de Gouverneur de gave heeft om de doden voor vierentwintig uur weer tot leven te roepen. (Gulliver ontmoet er enkele “helden” uit het hiernamaals die hem bekennen helemaal geen helden te zijn, maar door gewillige geschiedschrijvers op een voetstuk te zijn gezet.) Op Luggnagg komen er af en toe boorlingen met een bijzonder kenteken ter wereld, die Struldbruggs worden genoemd en onsterfelijk zijn. In het land van de Houyhnhnms ten slotte zijn verdierlijkte mensachtige schepsels – de Yahoos – onderworpen aan rationele paarden.

Swift gaat te werk door middel van omkeringen en contrasten. Op Lilliput is Gulliver een reus, in het reuzenland Brobdingnag is hij herleid tot een Lilliputtertje: de gigantische hofdames van de koningin houden ervan hem te ontkleden en hem in hun boezem te nestelen (of andere kunstjes met hem te doen). Het moet niet verwonderen dat de heerser van Lilliput aan grootheidswaan lijdt: “Momaren Evlame Gurdilo Shefin Mully Ully Gue, oppermachtige Keizer van Lilliput, Vreugd en Verschrikking van het Heelal, wiens rijk zich uitstrekt over vijfduizend blustrugs (ongeveer twaalf mijl in omtrek) tot de grenzen van de aarde; Alleenheerser over alle Alleenheersers, groter dan de mensenkinderen; wiens voeten tegen het middelpunt der aarde drukken en wiens hoofd tegen de zon stoot; op het neigen van wiens hoofd de knieën van alle prinsen ter wereld knikken.”

Op het vliegend eiland Laputa is men uitermate gespecialiseerd in muziek, wiskunde en astronomie, maar niet in staat om daar ook maar één praktische toepassing van te maken. Desondanks exporteerde Laputa zijn “wetenschappelijke” nieuwlichterijen naar het voordien welvarende Balnibari, waar sindsdien geen enkel huis meer wordt gebouwd dat niet schots en scheef staat, en waar de landbouw neerkomt op het in stand houden van braakland. In Lagado richtte de regering er bovendien een Academie op (een sneer naar de Royal Society) waar hooggeleerde onderzoekers zonnestralen proberen te onttrekken aan komkommers, zijde te produceren met spinnenwebben, of kolieken te genezen met een blaasbalg.

In het rijk van de Houyhnhnms (een klanknabootsing van gehinnik) is de normale verhouding tussen paard en ruiter omgekeerd: daar zijn intelligente paarden de baas over verdierlijkte mensen. Eigenlijk onderscheidt Gulliver zich fysiek niet van die Yahoos, zij het dat hij gekleed is en blijk geeft van een behoorlijk redelijk vermogen, wat hem lange tijd krediet verstrekt. Uiteindelijk wordt hij echter toch te veel Yahoo bevonden om voor altijd bij de Houyhnhnms te mogen blijven waar hij nochtans gelukkig is en zich volledig aangepast voelt. Met het gevolg dat hij, bij zijn terugkeer onder de mensen, zichzelf eerder een Houyhnhnm voelt, de stank van zijn medeburgers niet meer kan verdragen, zijn eigen gezin nog nauwelijks wenst te zien, en liever converseert met zijn paarden.

Doorheen het verhaal wordt de politiek over de hekel gehaald. In Lilliput (in feite een mini-Engeland) zijn er twee strijdende partijen: de aanhangers van de ene hebben hoge hakken onder hun schoenen, de aanhangers van de andere, lage hakken. De troonopvolger hinkt er een beetje, vermits hij aan elke schoen een hak van verschillende hoogte draagt. Ook werd er in het verleden hevig en bloedig discussie gevoerd – met inmenging van Blefuscu (Frankrijk) – over de vraag of men een ei aan de bolle dan wel aan de spitse kant dient te beginnen pellen. In Brobdingnag probeert hij van de Engelse staatsinstellingen een positief beeld te schetsen aan de plaatselijke vorst, maar middels het stellen van kritische vragen doorziet deze de invulling van die instituties en besluit dat in Engeland niemand tot de adelstand wordt verheven omwille van zijn verdienste, dat priesters er niet worden bevorderd omwille van hun vroomheid of geleerdheid, militairen niet omwille van hun inzet of moed, rechters niet omwille hun onkreukbaarheid, parlementariërs niet omwille van hun vaderlandsliefde, en leden van de Kroonraad niet omwille van hun wijsheid… Bij de Houyhnhnms is Gulliver zélf al zo ver gevorderd dat hij afstand heeft genomen van enig Engels (zogezegd) ideaalbeeld. Daar luidt het onder andere uit zijn mond dat ministers in drie primordiale kwaliteiten uitblinken: schaamteloosheid, leugenachtigheid, en omkoperij.

Mooi en menselijk – en los van de wat bittere evolutie van het verhaal – is de passage over de Struldbruggs, de getekenden die de gave van de onsterfelijkheid bezitten. Gulliver begint meteen enthousiast te fantaseren over wat hij allemaal zou doen en bereiken indien hem hetzelfde geluk te beurt zou vallen. Bovendien, redeneert hij, zouden deze onsterfelijken, als ervaringsdeskundigen over de eeuwen heen, de uitgelezen raadgevers van de regering kunnen zijn. Al snel worden hem door de plaatselijke bevolking zijn illusies ontnomen. Wat hij immers uit het oog verliest is, dat de Struldbruggs, ofschoon met een oneindig leven behept, toch verouderen, zowel fysiek als mentaal. Hun geliefden, hun vrienden, hun geheugen en zelfs hun begrip van de evoluerende taal vallen weg. En terwijl de stervelingen hopeloos verlangen naar het eeuwig leven, smachten de onsterfelijken alleen maar radeloos naar de dood. Het voorbeeld van de Struldbruggs, overweegt Gulliver/Swift zou ons moeten wapenen tegen onze doodsangst.

Het boek is natuurlijk een product van zijn tijd. De specifieke toespelingen op de achttiende-eeuwse politiek zal de hedendaagse lezer allicht koud laten, en ook de herhaalde pies- en kakhumor zal niet meer meteen besteed zijn aan een fijnbesnaarder komisch gevoel. Soms zijn aan Swift misogynie en misantropie verweten. Er is beslist wat te nemen en te laten in zijn opinies. Hij spreekt zich aan het einde van het boek duidelijk uit tegen kolonialisme, en prijst de Houyhnhnms die uitsluitend worden geleid door de Rede. En ze hebben een systeem van geboortebeperking… maar ook een kweekprogramma waarbij liefde geen rol speelt, maar wel de koppeling van kracht met bevalligheid, om degeneratie te voorkomen; tevens wordt een standenmaatschappij gehandhaafd, omdat bij de voortplanting er een onderscheid gemaakt wordt tussen nobele paarden en dienende. Niettemin blijft in het algemeen Swifts vernietigende kijk op menselijke domheid, ijdelheid, egoïsme, oorlogszucht en corruptie overeind.

Hij liet tot op vandaag zijn creatieve sporen na in de taal. “Lilliputter”, “lilliputachtig”, “lilliputs” of “lilliputtig” duiden ook in het Nederlands nog altijd op wezens of dingen die bijzonder klein zijn. En volgens het huidige Engelse woordenboek is een “yahoo” “a rude, noisy or violent person, esp. one who lacks education”, zeg maar een bruut of een ongelikte beer. Swifts meesterwerk blijft geestige en prikkelende literatuur. Een zekere verwantschap met Thomas More’s Utopia is onmiskenbaar. Het op grote ernst en waarachtigheid aanspraak makende relaas van Gullivers avonturen – parodie op de fantastische reisverslagen die toentertijd populair waren – nodigt dan ook uit tot een lezing op meer dan één niveau.

Synopsis

Fictief reisverslag, waarin via de bezochte wonderlijke landen en volkeren het sociale en politieke leven ten tijde van Swift gehekeld wordt.

Erwin Penning
Leestip van Erwin Penning
De boeken maken de mens!

Gulliver's Travels
Titel:
Gulliver's Travels
Auteur:
Jonathan Swift
# pagina's:
339 p.
Uitgeverij:
Penguin
ISBN:
9780141198989
Materiaal:
Boek
Onderwerp:
Maatschappijkritiek, Reizen
Sfeer:
Bitterzoet,
Gek

Gerelateerde leestips