Ook ik in Arcadië (Goethe, Italiaanse reis). De stem van de troubadour
Wim De Winter is een geboren verteller. Hij is ook een reiziger. Lang geleden werden reizigers geëerd. Reizen was immers een hele onderneming. Zij brachten verhalen mee. Net zoals herders, die met hun kudden van de winterweiden naar de zomerweiden trokken. En omgekeerd. Over de bergen. Zij brachten niet alleen verhalen mee, maar ook andere gebruiken, religies, enzovoort.
Een speciaal soort reizigers vormen de troubadours. Zij vertaalden hun belevenissen in dichtvorm. Die ze dan ook nog eens begeleidden met hun luit.
Wim combineert dit alles. Verre reizen, vanwaar hij verhalen meebrengt, de dichtvorm en de muziek. In zijn tweede bundel Oogschaduw horen we verre klanken:
de doden keren nooit terug
dus moet het goed zijn daar
onder de aarde, of hierboven
“waar zoeken leeft is vinden dood”
zoals de herder zei
“want onze voorouders zijn bergen”
Dit lied is door Wim opgetekend in een bergdorp in Kreta. Wanneer je hem ontmoet, vertelt hij met liefde over zijn ontmoetingen. Hij slaagt erin een wazige, mysterieuze sfeer in zijn vertellingen te creëren. Zoals een reiziger, die brood en droge kleren krijgt. Gezeten bij de haard. En dan is er de poëzie. Die dit alles nog verdicht. En mysterieuzer maakt:
In het rokerige bergdorp klonken
in het holst van de nacht deze verzen,
uit dorstige raspende herderskelen
Rond een reiziger hangt ook het aura van de liefde. Troubadours zongen niet voor niets minneliederen. Herders en zangers hadden op hun verre tochten wel eens geliefden. Liefdes die onvervuld bleven. En waar ze met weemoed aan terugdachten. De auteur roept deze droombeelden op:
je getwijgde haar, gelijnde jurk
je bloemengeur, je hand
onze blikken die elkaar ontmoetten
(…)
de muzikant die wild zijn lyra stemt
lijkt wel een sater, naast het water
zingt hij zijn lied onder de bomen
over verloren dromen
van wat nooit kon zijn
en wat nooit uit kon komen
De dichtbundel Oogschaduw charmeert door de oosterse sfeer, het ritme van de lyriek en het subtiele rijm. Boeiend is ook de afwisseling in typografie.
Geniet van deze bundel verzen. Van de klanken die Wim De Winter meebrengt van zijn verre reizen. Van zijn onvervulde verlangens. Zijn muziek. En zijn heerlijke donkere stem.