Jean-Paul Den Haerynck
Geen dag zonder literatuur.

“we bouwen onze wereld zo/ dat wij er almaar moeilijker// in wonen”

2 augustus 2021

De Nederlandse dichter (ook vertaler en essayist) Joost Baars (°1975) overrompelde mij, doorwinterde poëzielezer, met zijn indrukwekkende bundel Binnenplaats. Niet omwille van het gevoelige onderwerp, maar door de enorme beheersing in zijn verwoording en opbouw. De jury van het in 2018 met de VSB-Poëzieprijs bekroonde boek typeerde Binnenplaats als een “hallucinante, mystieke” bundel. Toch is er niets zweverigs aan Baars’ poëzie en zijn de verzen veel toegankelijker dan die van pakweg Hans Faverey, liggen ze eerder in de lijn van Hadewijch.

Het (letterlijk) gebroken hart van zijn geliefde die tussen leven en dood zweeft, vraagt om een gebed als laatste redmiddel. Daarom geeft Baars de bundel een motto mee van de Amerikaanse filosoof-theoloog John D. Caputo (!). Dat citaat eindigt met de hoopgevende woorden “By the impossible everything begins.”
‘Diep en duister,’ denk je dan, maar Baars maakt het zangerig en licht. En toch, verder lezend in de gedichten, blijkt dat mijn (eens te meer verkeerd begrepen, zelfgenoegzaam gewenste) interpretatie!

Hoe je geliefde immers uit jezelf los te rukken zoals de dood het doet, hoe haar stem en nabijheid te bewaren als ze er niet meer is? Die geliefde is een pijnlijke open wonde, een nooit meer overbrugbare kloof (“Je gaapt in mij”) en de achterblijver wordt een oningevulde, eeuwig afwezige (zodat “ik iemand ben/ waar je doorheen loopt (…) /een tuintje/ nog zonder beplanting/ en zonder geruis.”
Die eerste cyclus gedichten gaat over machteloosheid, over afscheid nemen: “hoe kom je, waar ook/ thuis?”. Joost Baars speelt onophoudelijk met de woorden en de woordbetekenissen in meditatieve verschuivingen en herhalingen, zodat zijn gedichten de geliefde voortdurend oproepen, aanhalen, bezingen: “mij te buiten, ja —/ volstrekt — voltrekt. // een lijn ben ik, Jou zoekend / van Jou zoek. ik word voleind/ voltrokken”. Maar ook dat blijkt tevergeefs: “nooit zal ik Je betreden/ altijd kom Je naar mij toe.”
Het slotsom is eindeloos verlangen: “als ik bij Je ben// ik weet niet of dat is uit/ doodsverlangen of verlangen// om Jou eindelijk te laten leven.”
Concreet is die Jij-met-hoofdletter de geliefde, maar misschien — net door die hoofdletter — ook de universele Andere, het transcendente Andere, de ziel van het bestaan, waarnaar de dichter eindeloos op zoek is, in intense meditaties.

En ook de andere gedichten in de bundel maken gelijkaardige oefeningen (zelfs Baars' vertalingen van de Engelse dichter Gerard Manley Hopkins).
Wat bijvoorbeeld begint als een fenomenologische uiteenzetting over een stoel, wordt onmiddellijk verbonden met het lichaam (lijf én object), met de wetenschappelijke eigenschappen van onze wereld (zwaartekracht, aftakeling), zelfs met geboorte en het definitieve zwijgen:

“omdat gaan zitten de naam van de stoel bevestigt
en daarmee alles wat niet stoel is
en daarmee het universum onder de naam van de stoel
omdat de wet van het universum eindeloos vallen is

omdat lichamen vallen
(…)
en onder de naam van het lichaam het vallen besloten ligt
omdat elke zoon een gebroken zoon voortbrengt
omdat de taal ons bewoont en ontvalt
bevallen het eindeloos vallende lichaam zijn naam geeft”

Dat besef maakt het steeds moeilijker om in deze wereld te wonen, tenzij wij er ons naar voegen. Onze drang naar oneindige mogelijkheden, ons verlangen om te ontsnappen aan de wetten van leven en dood, maakt dat we elke dag opnieuw willen beginnen: beginnen met de menselijke en universele natuur naar onze hand te zetten, beginnen met lief te hebben, beginnen met leren verliezen!

Joost Baars toont in zijn poëziedebuut een precieze, eigen stijl en intensieve woordbehandeling die erg zeldzaam is in deze tijden van overdrijving en roepen om media-aandacht. Ook al lijkt zijn dichterschap uiteindelijk alles te relativeren, toch biedt zijn Binnenplaats een behoorlijke portie troost en haken de woorden zich vast als een angel in je vel.

Synopsis

Gedichten waarin Joost Baars (1975) met meerdere registers en invalshoeken de essentiële levensvragen onderzoekt, vooral die van leven en dood.

Jean-Paul Den Haerynck
Geen dag zonder literatuur.

Binnenplaats
Titel:
Binnenplaats
Auteur:
Joost Baars
# pagina's:
89 p.
Uitgeverij:
Uitgeverij Van Oorschot
ISBN:
9789028261877
Materiaal:
Boek
Sfeer:
Bitterzoet,
Intens

Gerelateerde leestips