Autofictie van voor er van het woord sprake was
Tove Ditlevsen heeft alles wat mij aanspreekt. Een grote mond, een wankele geest, een briljante stilist, een moedig slachtoffer die weigert dat te zijn. Sinds ik zelf de diagnose van een bipolaire stoornis gekregen heb en er beter mee heb leren omgaan, heb ik me nogal roekeloos gegooid op de levens en werken van bipolaire creatievelingen. En in het bijzonder schrijvers, zoals Tove Ditlevsen.
In de sectie dode schrijvers bestond de diagnose bipolair nog niet. Mensen kregen allerlei etiketten opgeplakt, maar ze waren niet altijd erg accuraat. Waardoor ook de behandeling of genezing dat niet was. De term manisch-depressief viel als het over Tove Ditlevsen ging, maar ook een heleboel andere etiketten werden - een beetje voortvarend - op haar geplakt.
Vandaag kunnen we met vrij grote stelligheid twee dingen beweren: Tove Ditlevsen had een destijds niet heel precies bepaalde bipolaire stoornis. En twee: in haar stabiele en productieve fasen produceerde ze wat we vandaag autofictie noemen van een buitengewoon literair niveau. Bref, men is het erover eens dat ze één van de grote, zoniet de allergrootste Deense schrijver is van de vorige eeuw.
Naast poëzie, journalistiek werk, schrijfklussen in opdracht van magazines en autobiografische romans schreef ze ook heel wat verhalen. Vaak zijn dat voor veelzijdige auteurs vingeroefeningen. Dat is ook in zekere mate het geval bij Kwaad geluk.
Je maakt kennis met de heel eigen toon van Ditlevsen. De meeste van de verhalen zijn eerder licht op de hand en behapbaar, alhoewel het behandelde thema vaak tragisch is. Ditlevsen schreef over de ellende van het huwelijk, de verdringing van de talenten van de vrouw in het gezin, geestelijke gezondheid, conflicten en verslaving. Maar geen zorgen: ze schrijft er geenszins topzwaar over. Ditlevsen schrijft zoals The Smiths muziek maken: vrolijke muziek over een ellendige inhoud.
Ditlevsen is anderzijds wel verpletterend openhartig. Ze schrijft bovendien in een taal die we zelfs vandaag - en ze pleegde 50 jaar geleden zelfmoord - nog altijd heel eigentijds en modern vinden. Al is dat ook de verdienste van de vertaler. Diepgang en leesbaarheid ontmoeten elkaar in de (vele) goede momenten die dit boek telt.
Een unieke tekst in de bundel heet De methode. In alle eerlijkheid, ik had er de eerste keer overheen gelezen, maar dankzij een andere review ben ik er op gewezen dat dit verhaal over zes pagina's - zoals toen nog nooit voorheen in literatuur gebeurd was - een brute en schrijnende neerslag is van wat een persoon meemaakt die zich in een psychose bevindt.
Niet alleen daarom is de bundel aan te bevelen. Bij professionele psychische zorgverleners, maar zeker ook bij literatuurliefhebbers die niet voor een confrontatie terugdeinzen. Nog nooit een Ditlevsen gelezen? Dan is Kwaad Geluk een heel goed begin. Zij het niet het hoogtepunt van haar oeuvre.
Synopsis
Verhalenbundel over onbereikbaar geluk en familie- en relatieproblemen.