Dwingende woorden
Victor Klemperer (1881 – 1960) heeft Duitsland onder niet minder dan vier verschillende gedaanten meegemaakt: als keizerrijk onder Frederik III en Wilhelm II, als de republiek van Weimar, als de dictatuur van Hitler, en als het gedeelde land na de conferentie van Potsdam. Hij was de zoon van een rabbijn. Hij studeerde filosofie en naast Romaanse ook Germaanse filologie, trouwde met de (niet-Joodse) Duitse pianiste Eva Schlemmer, bekeerde zich tot het protestantisme, en deed in de Eerste Wereldoorlog militaire dienst als vrijwilliger. Niets kon echter beletten dat hij, na de machtsovername door Hitler in 1933, als Jood gaandeweg allerlei rechten verloor en vernederingen moest ondergaan. Hij werd ontslagen als professor aan de Technische Hochschule in Dresden, werd uit zijn huis gezet om zijn intrek te nemen in een zogenaamd Judenhaus, moest in een fabriek gaan werken, kreeg geen toegang meer tot bibliotheken en mocht ook geen abonnement meer nemen op kranten of tijdschriften. Zijn arbeid aan een studie van de geschiedenis van de Franse literatuur in de achttiende eeuw diende hij noodgedwongen op te geven, maar clandestien hield hij een dagboek bij en maakte hij – de filoloog kon het niet laten – notities over het specifiek taalgebruik van de nazi’s.
Die notities werden in 1947 in boekvorm in de DDR (waar Klemperer zich was gaan vestigen) gepubliceerd onder de titel LTI – Notizbuch eines Philologen. LTI is de afkorting van Lingua Tertii Imperii, Latijn voor “de taal van het Derde Rijk”, waarmee Klemperer meteen de vele afkortingen op de korrel neemt waarvan het nationaalsocialisme zich bediende: BDM (Bund Deutscher Mädel), HJ (Hitlertjugend), DAF (Deutsche Arbeitsfront), SA (Sturmabteilung), SS (Schutzstaffel)…
Maar verder zal erop gewezen worden dat die afkortingen een functie hadden. Ondanks de afwijzing van het katholicisme, mikt de LTI op het creëren van een geloof met de Führer als god en Mein Kampf als de bijbel. Ook het “Rijk” doet misschien denken aan “uw Rijk kome…” en bovendien zal met het Derde Rijk na twee mislukkingen eindelijk de eeuwige zaligheid worden bereikt. Het nazisme plant overal zijn hakenkruis, elke afkorting is verwant met het ichthus-teken van de eerste gemeenschappen van christenen en maakt de herkenner altijd meteen lid van een eedgenootschap. (Ichthus is Grieks voor “vis” maar ook letterwoord voor Iesus Christos Theos Huios Sotyr, Jezus Christus de Zoon Gods, Redder). Het nazisme wil niet alleen alles organiseren, het wil zich ook meester maken van het innerlijk leven, het wil een religie zijn. Het wil mystificeren.
De LTI is in haar kern arm, monotoon en gefixeerd. Ze richt zich via pers, radio en bioscoop tot een breed publiek en moet door iedereen worden begrepen. Ze doet een nadrukkelijk beroep op sentiment en instinct. Ze is doordrenkt van heldhaftigheid en strijdvaardigheid totterdood.
De LTI bulkt van overdrijvingen in getallen en in woorden (total), en schuwt geen superlatieven: elke gewonnen veldslag is de grootste in de wereldgeschiedenis. (Daarentegen is ze sterk in het ontwikkelen van allerlei eufemismen als het om tegenslagen en verliezen gaat.)
Volk is een kernwoord, met alle afgeleiden: volksfremd, Volksfest, Volksgenosse, Volksgemeinschaft…
Als je vijfentwintig procent niet-arisch bloed in je aders hebt ben je artfremd. Je hebt Volljuden en Halbjuden. Seksuele relaties tussen Joden en Ariërs betekent Rassenschande. Een Staatsakt is een officiële ceremonie, zoals er talloze worden aufgezogen, d.i. opgevoerd bij wijze van grootschalig propagandamiddel. Je geloof in het eeuwigdurende Duitse Rijk dient fanatisch te zijn.
Als je zoon sneuvelt, meld je dat uiteraard met droefheid, maar omwille van het Rijk met trotse droefheid.
Klemperer legt een verband met de Duitse Romantiek, waarvan een essentiële trek het ontbreken van elke limiet is. In dezelfde romantische sfeer wordt ook in het verleden gedoken. De S van SS wordt weergegeven door een runenteken dat veel wegheeft van een bliksemschicht, wat snelheid en energie suggereert. Op de officiële schrijfmachines is daarvoor zelfs een speciale toets voorzien in de letterkast van de drukkers een speciaal karakter. Voor de aankondiging van geboortes en overlijdens zijn ook runentekens beschikbaar: een opgerichte fakkel i.p.v. een sterretje, een omgekeerde fakkel i.p.v. een kruis. Naar de middeleeuwen wordt dan weer verwezen met Gefolgschaft, als wettelijke term voor het personeel van een bedrijf, alsof het om vazallen van een heer gaat.
En hoe kun je je nog meer meester maken van alles dan door het te herbenoemen? Al snel is er overal een Hitlersstrasse of een Göringstrasse. Het grondgebied werd “geteutoniseerd”. Het woord Gau staat voor een provincie, het woord Mark voor een grensprovincie (Ostmark, het geannexeerde Oostenrijk; Westmark, Saarland). Hetzelfde gebeurt met namen van steden: Lodz werd Litzmannstadt. Maar er wordt ook op persoonlijk vlak ingegrepen: Duitsers moeten Duitse namen dragen (geen christelijke): Bernd-Dietmar, Baldur, Uta. Joden daarentegen moeten Joodse namen dragen (Baruch, Recha) om als dusdanig herkenbaar te zijn; indien ze reeds een Duitse naam hadden, moeten ze er Israël of Sara aan toevoegen.
Klemperer onderzoekt nog veel meer aspecten. Hij ontdekt waarom het uitroepteken, verwonderlijk genoeg, niet het favoriete interpunctieteken van de LTI is, maar wel aanhalingstekens die het geciteerde moeten ironiseren (de “wetenschapper” Einstein, geen echte wetenschapper, hij is immers Joods). Hij betrapt de nazi’s op het gebruik van buitenlandse leenwoorden als die een ronkender effect kunnen maken (diffamieren klinkt beter dan slechtmachen). Hij beschrijft de effecten van de intoxicatie door de LTI: hoe ze niet alleen doordringt in een brochure van de Orde van Apothekers, maar ook in de grote overzichten van de Duitse (literatuur)geschiedenis die in de jaren dertig verschijnen. En ze gaat zo ver dat ze zelfs wordt overgenomen door de slachtoffers en de tegenstanders van het Hitlerregime. Klemperer stelt kritisch vast dat het zionisme door Theodor Herzl geformuleerd is in een wel zeer aan de LTI verwante taal.
Naast en tussen Klemperers taalkundige notities is LTI ook een uiterst lucide en lezenswaardig verslag van scènes uit zijn dagelijks leven in de twaalf jaren van het Duizendjarig Rijk, van ontmoetingen, gesprekken, en gebeurtenissen, zoals – uiteindelijk – zijn onverhoopte vlucht na het bombardement van Dresden.
LTI moet niet gelezen worden als een curiosum, een studie van linguistieke eigenaardigheden uit een vervlogen nare tijd. Tachtig jaar na de ondergang van het Derde Rijk blijkt immers zijn taal nog steeds geen dode taal te zijn geworden. De president van Verenigde Staten pleegt zich graag te vertonen met een populair petje waarop de magische afkorting MAGA staat. Zijn Minister van Defensie is herdoopt tot Minister van Oorlog. In mijn krant van 18 oktober 2025 zie ik een foto met daarop een verkiezingsaffiche van de Nederlandse PVV. De slogan: “Dit is UW land”. Daarboven een foto van de heer Geert Wilders die met zijn wijsvinger op de toeschouwer mikt, ongetwijfeld recht naar het hart van de op de Bataafse bodem geboren en getogen kiezer. In mijn krant van 21 oktober 2025 lees ik dat de directeur strategie van Vlaanderens meest rechtse partij van een “totale oorlog” tegen links gewaagt indien rechts aan de macht zal komen. “Wohlt ihr den totalen Krieg?” was een kreet uit een speech van Joseph Goebbels op 18 februari 1943.