De (on)menselijke kant van de oorlog
Negentien Negentien gaat over de eerste wereldoorlog en vooral ook over de nasleep ervan. Het verhaal en de personages zijn fictief, maar aangezien de auteur ook historica is, is de historische context wel correct – op enkele details na die ze achteraan het boek toelicht.
De Britse Henry Bennett heeft de loopgraven overleefd en meer bepaald de slag bij Passendaele in 1917, een internationaal symbool voor oorlogsgeweld in zijn meest gruwelijke vorm. Hier sneuvelden in honderd dagen tijd ongeveer 600.000 militairen voor een terreinwinst van slechts enkele kilometers.
Terug thuis in Engeland, kan Henry zijn draai niet meer vinden en hij beslist in 1919 naar Ieper terug te keren in de hoop daar zijn oorlogstrauma te kunnen verwerken.
Het verhaal is opgebouwd uit twee tijdslijnen: de terugkeer naar het verwoeste Ieper in 1919 en de gebeurtenissen tijdens de loopgravenoorlog in 1917. De wederopbouw na de oorlogsgruwel, beide afschuwelijk realistisch maar tegelijk poëtisch beschreven. De verwoesting van woningen, gebouwen en landschap, maar ook de verwoesting – fysiek, emotioneel en psychisch – van wie dit overleefde.
Aline Sax beschrijft de zinloosheid van oorlog, de menselijke offers tijdens en na de oorlog. Henry’s PTSS, zijn nachtmerries, zijn onvermogen om te slapen, zijn kapotte enkel, zijn angsten en hopeloosheid, de onmenselijkheid van de oorlog: het is allemaal zo ongelooflijk tastbaar beschreven dat het je de adem beneemt.
Eigenlijk is dit een atypische oorlogsroman want hij eindigt niet met de wapenstilstand, het drama stopt niet. Voor Henry lopen heden en verleden door elkaar, tot op het punt dat de lezer verneemt welke feiten hem nog extra bezwaren. Een onverwachte plottwist.
Niet
voor gevoelige lezers. Maar wel een meesterwerk, waarin
Sax erin slaagt het onbeschrijflijke te beschrijven.
Synopsis
Na terugkeer uit de Eerste Wereldoorlog voelt een Britse veteraan zich onthecht en besluit hij terug te keren naar de Belgische frontstreek.