Een hard boek, maar tegelijkertijd net zo kwetsbaar
Ada trekt naar Spanje om er aan de slag te gaan als houthakker. Samen met Molina en zijn twee honden leiden ze een rustig houthakkersbestaan, maar met iedere bijlslag dringen de herinneringen aan haar broer, Broos en haar vader zich op. Vroeger woonde Ada samen met haar broer Broos en haar vader in een stacaravan. Hun moeder is op jonge leeftijd gestorven en sindsdien zorgt hun vader voor hen. Zijn missie: zijn kinderen voorbereiden op het harde grote-mensen-bestaan. Uiteindelijk neemt Ada afstand van haar vader en broer en gaat ze kunst studeren, nadat ze Frédérique heeft leren kennen en die haar een duwtje in de rug geeft.
Rouwdouwers van Falun Ellie Koos is een hard boek over de harde realiteit, maar tegelijkertijd is het boek net zo kwetsbaar. De vader van Ada en Broos wil zijn kinderen harden voor de maatschappij, omdat hij hen, volgens mij, ook niet kwijt wil raken, met alle gevolgen van dien. Hij wil testen of zijn kinderen allergisch zijn aan bijensteken of hij wil zijn kinderen onverdrinkbaar maken. Op Ada heeft dit precies wel het gewenste effect, maar met Broos gaat het helaas de verkeerde kant op.
Falun Ellie Koos heeft een mooie en trefzekere stijl:
Ik zou een maand gaan. Maar die maand ging voorbij. Het werden er twee. Het werden er vier. Ik ben de tijd een beetje kwijtgeraakt. De dagen komen en gaan zoals de regen. Ik tel de druppels niet. (p. 53)
Ik heb het roken gemist: de verdovende, mat makende werking van de rook langs de tong en het ontstoken tandvlees. De doffe warmte langs de keel, in de longen. Het tintelen in je vingers als je er een paar achter elkaar rookt. Het laagje teer dat afbrokkelt wanneer je met je tong langs je voortanden schraapt. (p. 70)
Iedere vader zou zijn kind wel onverdrinkbaar willen maken. Dat spreekt voor zich. Er zijn heel weinig vaders die daar ook echt werk van maken. Dat is bewonderenswaardig. Het zijn juist al die vaders die het niet doen, zij zijn niet goed bij hun hoofd. Die vaders die maar een beetje gaan zitten hopen dat het water hun kinderen zal sparen, op goed geluk, dat zijn de geestelijk achtergestelden. (p. 133)
Toen we vertrokken kwam een begeleider ons nog achterna, hij vroeg of mijn vader er nog over na wilde denken. ‘Die jongen heeft zichzelf ook niet gemaakt,’ zei hij.
En ik zei niets maar het maakte me kwaad: we hebben onszelf toch allemaal niet gemaakt, dacht ik. Als we zo gaan beginnen dan is niemand meer aansprakelijk voor zijn eigen levensloop, dan maakt het allemaal geen klap meer uit. Je hebt jezelf niet gemaakt maar je moet het wel zelf maken. Je moet toch echt zelf je plek in de wereld uithakken. (p. 187)
In het boek staat ook mooi beschreven waarom Ada en haar vader rouwdouwers zijn:
‘Hey, rouwdouwers! Schaftijd!’ riep iemand ons vanuit de mobiele bouwkeet toe. Pa keek niet op maar maakte een wuivend handgebaar.
‘We maken het efkes af ja!’ en hij knipoogde naar me. ‘Luie honden,’ zei hij zacht. Ik grijnsde. Toen hij klaar was met de spade zakte hij naast me op zijn knieën om me te helpen met de laatste bollen.
‘Wat betekent dat, rouwdouwers?’ vroeg ik, kijkend naar zijn handen die geoefend en zorgvuldig de bollen toestopten.
‘Gewoon aanpakkers. Mensen die hun eigen boontjes doppen.’
Hij kneep met twee vingers in het peesje in mijn schouder terwijl hij opstond. ‘Zoals jij.’ (p.163)
Een boek om te koesteren. Het is één van mijn favorieten voor de Bronzen Uil 2025.
Falun Ellie Koos (1992) is schrijver en filmmaker. Hen studeerde af in Writing for Performance aan de HKU. Koos won in 2022 de Joost Zwagerman Essayprijs met het essay ‘Bruiklener’ en in 2023 ontving Koos een C.C.S. Cronestipendium voor beloftevolle auteurs van de gemeente Utrecht. Hen schreef en regisseerde de korte film De vloer is lava, die werd genomineerd voor Rialto For Short. Rouwdouwers is Falun Ellie Koos’ debuutroman.