Alles behalve het antwoord op vraag 7
Richard Flanagan heeft in zijn leven de belangrijkste Angelsaksische prijs voor fictie gewonnen, en ook die voor non-fictie. Dat is ongewoon. De non-fictieprijs is voor Vraag 7. Dat neemt meteen mijn knagende twijfel weg hoe autobiografisch en hoe waarheidsgetrouw dit boek wel is. Flanagan geeft aan het einde toe de dialogen zelf verzonnen te hebben, maar dat is toch in alle (auto)biografieën voor een stuk het geval?
De kern, dit wil zeggen de wortels, van dit boek is/zijn te vinden in Roseberry, een plaatsje in Tasmanië vanwaar de auteur afkomstig is. Normaal spreken familiegeschiedenissen me niet aan, zelfs niet als ze maar hier en daar een paragraaf krijgen in een boek, omdat ik de personages door elkaar haal en ze direct weer vergeet, maar Flanagan slaagt erin met één beeld zijn moeder, vader en grootmoeder te tekenen met woorden. Harde handen en tranen van berouw maken daar deel van uit. De tranen stromen niet over het gezicht, maar banen zich een langzame weg waarbij ze de groeven van de jaren en de harde levens volgen.
Flanagan sluit echter ook de grote wereld niet buiten. Hoe kan het ook? Zijn eigen speel- en woongrond uit zijn jeugd is, zo blijkt bij een later bezoek voor een reportage, overwoekerd aan het geraken door de terugvechtende natuur. Dat de atoombom aan bod komt in dit boek mag ook niet verrassen, want ze had effect op de levens ginds achter. Flanagan schetst levendig wat er door de diverse betrokkenen hoe hun hoofden gaat bij de ontwikkeling en vervolgens ook bij het gebruik van de bom. En heeft het over de 60.000 of 140.000 of zijn het vele honderdduizenden doden die daar het gevolg van zijn.
Vele links tussen thema's moet je zelf maar uitvissen, zoals die tussen de literatuur en het leven van H.G. Wells, een oerlelijke auteur die desalniettemin een vrouwenmagneet bleek te zijn en Rebecca West, nog een mythische figuur, aan de haak wist te slaan. Al is het ook andersom. Tussendoor, en dan zijn we weer thuis, loopt er nog een exemplaar van de bijna uitgestorven Tasmaanse tijger de weg over vlak voor de familieauto, waarvan de moeder van schrijver en hoofdpersonage de chauffeur was. Die moeder is een snelheidsduivel, een duivel van een heel andere soort dan het dier, waarvoor ze stoppen en uitstappen om het proberen terug te zien.
Losse essays blijken onlosmakende banden te hebben of krijgen die van de auteur. Hij pingpongt tussen verschillende verledens en nu. Zo wordt de bewuste uitroeiing van de inheemse bevolking toegelicht, en even verder de slavernij waaraan de kolonialen door de Britten onderworpen worden. Fascinerend, verslavend. En, tot slot, is er nog het antwoord op die fameuze Vraag 7. Die vraag en dat antwoord moet je zelf maar achterhalen, als deze lezerstip je heeft kunnen verleiden.