Erwin Penning
Leestip van Erwin Penning
De boeken maken de mens!

De actualiteit van de dertiger jaren

8 maart 2026 - 75 keer bekeken

In 1938 verscheen van Thomas Mann (1875 – 1955) een bundel essays, artikels, brieven en redevoeringen onder de titel Achtung, Europa (Europa, pas op!). De schrijver, die zich in 1918 nog een goede Duitse vaderlander toonde toen zijn Betrachtungen eines Unpolitischen (Bedenkingen van een apolitiek man) verschenen, was op dat moment al eventjes nazi-Duitsland ontvlucht om zich in dat jaar tot 1952 in de Verenigde Staten te vestigen. De teksten golden als een waarschuwing voor de bewoners van het oude continent tegen het gevaar van het toenmalige fascisme, maar hebben in hun kern niets van hun actualiteit verloren.

Mann durft zich daarbij soms wel wat “vaderlijk” uit te drukken. Ten slotte was hij geen jonge kerel meer. Hij begint daar zelfs uitdrukkelijk het stuk mee dat het boek zijn titel geeft: “Eerlijkheidshalve moet ik vooropstellen dat schrijver dezes de zestig al is gepasseerd.” En hij verwijst in eerste instantie naar de massacultuur van een generatie die zich te veel heeft gewenteld in geestelijke gemakzucht en daardoor een makkelijke prooi is geworden van het fascisme: “Het collectieve is in vergelijking met het individuele gerieflijk en wel op het liederlijke af; wat de collectivistische generatie wenst, najaagt en zich permitteert is de eeuwige vakantie van het ik.” […] Waar het om gaat is de roes, de bevrijding van het ik, van het denken, om precies te zijn van het zedelijke en het verstandige in het algemeen […].” Maar al gauw moet hij toegeven dat deze ontvankelijkheid voor het fascisme helemaal geen kwestie is van leeftijd of van jeugd en het niet zo is dat oude mensen ervan uitgesloten of immuun voor zouden zijn. Zelfs Knut Hamsun, de grote Noorse auteur die net als hij de Nobelprijs voor de literatuur kreeg, is er op hoge leeftijd voor gezwicht en werd “een ijverige fascist.”

“De vanzelfsprekendheid van de democratie is overal een dubieuze zaak geworden”, stelt Mann vast. “Ook in Amerika”, voegt hij eraan toe. Dat zegt hij in een redevoering in 1938, maar dat had hij evengoed in 2026 kunnen doen. Vanwaar die aftakeling van de ideale rechtsstaat? “In elk humanisme zit een element van zwakte dat met zijn minachting van het fanatisme, zijn verdraagzaamheid en zijn liefde voor twijfel, kortom met zijn natuurlijke goedheid samenhangt en dat het eventueel noodlottig kan worden,” overweegt hij. “Wat nu nodig zou zijn is een strijdbaar humanisme […].”

Mann spreekt zich uit voor een democratisch socialisme: “Als het om de vrede gaat, horen socialisme en burgerlijke democratie bij elkaar, want de zin van vrede is de binnenlandse opgave, arbeid in de breedste en zedelijkste betekenis van het woord, het werken van de volken aan zichzelf. […] Volkomen tegengesteld aan het socialisme is het nationalisme: een volstrekt agressieve, naar buiten gerichte impuls; zijn zaak is niet het geweten, maar de macht, niet de arbeid, maar de oorlog.”

Benevens deze doorknede beschouwingen over fascisme en democratie, die aan bod komen onder de hoofdstukken Europa pas op uit 1935, Mass und Wert (Maatstaf en Waarde) uit 1937 – de programmaverklaring voor het gelijknamig emigrantentijdschrift – en Over de toekomstige overwinning van de democratie uit 1938, bevat de bundel enkele stukken waarin Mann scherp en direct reageert op de gebeurtenissen en figuren van de tijd, en daarmee behoorlijk polemisch uit de hoek komt.

In Een briefwisseling (1937), gericht aan de decaan van de filosofiefaculteit van de universiteit van Bonn, reageert hij op het feit dat zijn eredoctoraat werd ingetrokken als gevolg van het ontnemen van zijn staatsburgerschap, en maakt hij het bilan op van het naziregime dat geen enkel nader doel kan hebben dan van het Duitse volk “een eindeloos gedweeë, door geen enkele kritische gedachte geplaagde, in blinde en fanatieke onwetendheid gevangen oorlogsmachine […] te maken.”

In Het uur U (1938) doet hij een bitse uitval tegen de “pro-fascistische Engelse staatskunst”, de non-interventie politiek van Arthur Neville Chamberlain, die na het Verdrag van München dacht dat hij de wereldvrede had gered: Engeland, Frankrijk, Italië en Duitsland hadden gedoogd dat Hitler het Sudetenland (een deel van toenmalig Tsjechoslowakije) inpikte, zonder dat Tsjechoslowakije bij het Verdrag betrokken was.

Het meest verrassende stuk draagt de titel Broeder Hitler (1938), een tour de force waarin Mann probeert de Führer als een “kunstbroeder” te zien, als een collega artiest. Meedogenloos ironisch worden de “kwaliteiten” opgelijst die in het fenomeen Hitler het kunstenaarschap laten herkennen: luiheid, nergens voor deugen, hoogmoed, drang om zich te bewijzen, het gevoel van voorbestemd te zijn… Wat dat oplevert is “kunst als zwarte magie en hersenloos onverantwoordelijk product van het instinct”, “duister brouwsel en blinde misgeboorte van de tellurische onderwereld.” Mann spreekt het geloof uit dat het kunstenaarschap zich in de toekomst helderder zal manifesteren in het licht van de geest.

Het afsluitend hoofdstuk Lijden en grootheid van Richard Wagner (1933) lijkt op het eerste gezicht niet echt bij de bundel te horen bij gebreke van duidelijk politiek statement. Toch haalde Thomas Mann, zelf een grote bewonderaar van Wagner, zich met dit artikel de woede van de nazi’s (die de componist immers als hùn muzikaal idool omhelsd hadden) op de hals. Hoe kon dit ? Om te beginnen situeert hij Wagner uitdrukkelijk in de negentiende eeuw, zonder enige verwijzing naar zijn actualiteit voor het regime. Daarbij verbindt hij het werk van de componist met de grote romancyclus van de naturalist Zola, plaatst het op sociaal-ethisch vlak naast het werk van Tolstoj, en ziet zelfs een verband tussen Parsifal en het toneelstuk Als wij doden ontwaken van Ibsen. Als klap op de vuurpijl stel hij nog dat Wagner Freudiaanse psychologie en mythe met elkaar verbond. Zola, Tolstoj, Ibsen en de Jood (!) Freud behoorden nu eenmaal niet tot de canon van het Derde Rijk en dus had Mann heiligschennis gepleegd.

Enkele inschattingen die Mann deed zijn niet uitgekomen: hij dacht dat de Duitsers Hitler zouden afvallen, en dat er geen oorlog zou komen. Maar de essentie van zijn beschouwingen is wel pal overeind gebleven: zijn veroordeling van het nationalisme, zijn pleidooi voor geest versus brute kracht, voor opvoeding versus propaganda, en voor het belang van kunst en cultuur in de democratie. Of zou dit dode letter zijn?

Synopsis

Verzameling essays over het opkomende fascisme in de jaren dertig, met bijzondere aandacht voor het nationaalsocialisme in Duitsland.

Erwin Penning
Leestip van Erwin Penning
De boeken maken de mens!

Achtung, Europa! : een eigentijdse waarschuwing
Titel:
Achtung, Europa! : een eigentijdse waarschuwing
Auteur:
Thomas Mann
Vertaler:
Piet Meeuse, Barber Pol
# pagina's:
261 p.
Genre:
Essays
Uitgeverij:
Uitgeverij De Arbeiderspers
ISBN:
9789029553001
Materiaal:
Boek
Onderwerp:
Fascisme, Europa ; 1930-, Nazisme
Sfeer:
Confronterend

Gerelateerde leestips