Jean-Paul Den Haerynck
Geen dag zonder literatuur.

De prins, zijn schaap en de baobabs: verre van een sprookje!

10 augustus 2022

Filoloog en leraar Patrick Schockaert heeft het succesboekje Le petit prince (1943) van Antoine de Saint-Exupéry tientallen keren gelezen en herlezen, decennialang. Zoals Saint-Exupéry zelf er jaren over deed om tekst en tekeningen te formuleren en bij te schaven, om zijn belangrijkste boodschap neer te schrijven in een sober literair testament, dat hij tegenover vrienden altijd ‘mon poème’ noemde. En er uitdrukkelijk bij vertelde dat hij alleszins niet aan een sprookje voor kinderen werkte!

Dat is ook de eerste vaststelling van Schockaert, die tientallen reacties op het verschijnen van Le petit prince, essays en andere bronnen confronteerde met uitspraken van De Saint-Exupéry zelf, die opgenomen zijn in biografieën en correspondentie. Vervolgens ontrafelde Schockaert met dat materiaal bij de hand nogmaals het verhaal, de structuur en de personages tot in alle mogelijke hoeken en verborgen symbolen:

Het is géén sprookje over een kleine astronaut, het is een verhaal
‘vol wolfijzers en schietgeweren’.

De kleine prins is ongelooflijk populair: na bijna 80 jaar nog voortdurend (en meestal verkeerd!) gelezen door een breed publiek, in bijna alle talen, 150 miljoen exemplaren verkocht wereldwijd. Na de Bijbel wellicht het meest vertaalde boek ooit. Hoe is dat mogelijk?

Patrick Schockaert haalt meerdere redenen aan: de eenvoud van taal, de makkelijke identificatie van de lezer met de personages; in functie van de leeftijd van de lezers is dat met de prins, de piloot, of met de auteur.
Die veelzijdigheid is ook het gevolg van bewuste vaagheid: het is nogal eens onduidelijk wie er in het verhaal precies aan het woord is! En in bepaalde scenes blijft veel onuitgesproken, wordt er lang gezwegen of van de hak op de tak gesprongen.
Tegelijk is de toon erg melancholisch, is er ruimte voor omkijken en aanschouwen. Maar ook voor filosofische redenering en nuance.

De naïef lijkende (kinder-)tekeningen verhullen volgens Schockaert nog méér de dubbelzinnigheid van de tekst. Er is veel gepubliceerd over De kleine prins, over invloeden van Plato tot psychoanalytische onderzoeken van Saint-Exupéry’s mislukte examens en persoonlijkheidsstoornissen. Ja! de auteur was geen makkelijk mens, leidde een vaak turbulent leven met wisselende relaties en ging als oorlogsvlieger soms met doodsverachting de lucht in. (Hij werd eens op het nippertje gered in de woestijn en werd in 1944 wellicht neergeschoten boven de Middellandse Zee; zijn lichaam is nooit teruggevonden).
Schockaert doet veel van die (psychische) analyses af als malades imaginaires, want al die analisten hebben nauwelijks enig oog voor DE TEKST van De kleine prins, noch voor de belangrijkste implicaties van de SCHETSEN die de piloot in het begin voor de prins tekent: de hoed, de slang, de olifant!

Dat kan beter, dacht Schockaert, en hij focust op alle aspecten van het boek en leidt ons in Het raadsel van De kleine prins van de ene vondst naar de andere verrassing. Enkele serieuze recensenten wezen bij de publicatie al op de verschillen met, maar ook op dezelfde sterktes in ander werk van Saint-Exupéry, zoals Vol de nuit, Terre des hommes en Pilote de guerre:
‘ils ont en commune cette beauté, cette transparence et ce raffinement des espaces de hautes solitudes où l’esprit de l’homme a la possibilité de méditer et de s’interroger sur le sens des choses. Le petit prince est une parabole pour les grandes personnes, déguisée en une banale histoire pour enfants.’
(Béatrice Sherman, The New York Times Book Review, 11.04.1943).

Een gelijkenis of parabel dus, maar ook een ‘vermomming’!

Precies omdat Saint-Exupéry zijn boodschap zo voorbeeldig in tekst en tekeningen ‘vermomd’ heeft opgeTEKENd, doet Patrick Schockaert een uitputtende ronde langs de misvattingen waartoe ook de volwassen lezer zich veel te snel laat verleiden, en wat we er dan wél in moeten zoeken:
- de symboliek van het kind (maar géén verhaal voor kinderen),
- van het schaap en de planeet (over kuddedieren en reizen om te leren),
- van de ‘gevaarlijke’ baobabs (over het nazisme voor en tijdens W.O.II en de onuitroeibare haat),
- van zonsondergangen (over dromen en ontgoochelingen),
- van de roos (over emotionele intelligentie en de universele vrouw),
- van de vulkanen (over trekvogels en het vuur van de socratici),
- van de koning, de aardrijkskundige, de astronoom en de lantaarnopsteker
(over narcisme en machtsmisbruik, wetenschappers en eeuwigheidswaarden, racisme en kennis, technologie en zelfopoffering).
Zodoende herleidt Schockaert alle elementen in het verhaal tot hun verborgen maatschappelijke en humane betekenissen.

En dan is er nog de focus op onze ‘Aarde’: een planeet vol woestijnen, slangen, bloemen én onvindbare mensen: die laatsten worden immers meegevoerd met de wind en ‘missen wortels’, terwijl de raadselachtige slang ‘alle raadsels kan oplossen’ en al sinds eeuwen het symbool is van verborgen wijsheid en zelfkennis, die door de humanisten werd onderzocht.

Met de getemde woestijnvos (een autobiografisch verhaal-in-het-verhaal, dat ook in Saint-Exupéry’s werk Citadelle voorkomt) gaat het over diepe vriendschap én paradoxaal genoeg ook over geweld en oorlog. En vervolgens – tijdens contemplaties bij een waterput – over de dood, zingeving en dienstbaarheid. Dat waren ook al thema’s in Terre des hommes, een van Saint-Exupéry’s autobiografische romans.

Niet voor niets geeft Saint-Exupéry ons in De kleine prins al van bij het begin zijn conclusie mee, die hij na gesprekken met vrienden en kennissen kon trekken; hij deed de proef met tekening nr. 1 met elke volwassene die een beetje lucide leek, maar

Iedereen antwoordde zonder enig nadenken ‘Het is een hoed’.
(En wat eronder steekt, vraagt men zich niet af.)

Zien we als volwassen lezer dan niet, stelt Schockaert, dat een dikke boa die op een hoed lijkt, ook een olifant kan bevatten? En dat een slang ook het ‘roofdier van de jungle’ (i.c. de nazi’s) kan inslikken? De kleine prins kàn je dus helemaal niet lezen als een ‘sprookje’. Wie het doorgrondt, ziet het eerder als een bitsig laatste pamflet van zijn auteur.

Zo moet men ook de ‘wanhoopsdaad’ van de prins op het eind van zijn queeste of inwijdingsproces begrijpen. En mag je niet vergeten dat de prins geen eigennaam kreeg, maar net zoals de andere personages ook een ‘type’ is (het geweten van de auteur?)
En dat ook een lege kist geen echte leegte is, maar een potentiële ‘ruimte die gelezen en gevuld kan worden, zowel door een heilige als door een moordenaar’, of desnoods zelfs door een imaginair schaap!, houdt Schockaert ons voor.

De kleine prins is volgens hem dan ook op zeer intelligente wijze opgezet als een ‘valstrik’ voor oppervlakkige lezers, die op elke bladzijde van Saint-Exupéry wel een veeg uit de pan krijgen. Als aandachtige lezer en kijker kwam hij tot de conclusie dat het in werkelijkheid gaat om een pijnlijke en onverbiddelijke biecht, recht uit de ziel van de tijdens de oorlogsjaren zwaar ontgoochelde Antoine de Saint-Exupéry zelf.

Het raadsel van De kleine prins is tegelijk een samenvatting van eerdere studies door andere aandachtige lezers én een persoonlijke, diepgaande en geloofwaardige analyse. Alleen is het doodjammer dat er achterin geen volledige bibliografie is opgenomen, om de verbaasde lezer zelf verder op zoek te laten gaan in de talrijke bronnen waarnaar Schockaert in de tekst en in enkele voetnoten verwijst.

Jean-Paul Den Haerynck
Geen dag zonder literatuur.

Het raadsel van de Kleine Prins : een literaire analyse
Titel:
Het raadsel van de Kleine Prins : een literaire analyse
Auteur:
Patrick Schockaert
# pagina's:
148 p.
Uitgeverij:
Patrick Schockaert
ISBN:
9789464442878
Materiaal:
Boek

Gerelateerde leestips