Vriendschap in woelige tijden
Wat
een aangrijpend en intrigerend boek! Het verhaal speelt zich af in de
eerste helft van de vorige eeuw, maar het lijkt wel het huidige
tijdsbeeld te weerspiegelen. Sociale onrust, kritiek op
andersdenkenden, onverdraagzaamheid, verraad, machtsmisbruik, … Maar tegelijk gaat het over vriendschap die aan liefde grenst. Van
deze roman moest ik echt een tijdlang bekomen alvorens ik in een
volgende van mijn to-read stapel kon beginnen lezen.
Het
verhaal wordt verteld door Hermann Loch (Manno) die op tienjarige
leeftijd, na het overlijden van zijn moeder, Haarlem moet verlaten.
Hij belandt in Wenen bij de zus van zijn vader, een beroepsmilitair
die hij tot dan toe nog maar één keer had gezien. Bij zijn tante
Edmonda wordt Manno min of meer aan zijn lot overgelaten. Maar als
hij op zomerkamp bevriend raakt met Béla,
Max, Franzi, Bertl en Lotte, gaat
voor hem een nieuwe wereld open en is het voortaan deze vriendschap
waar zijn hele leven om draait.
De
opkomst van het nazisme en de tweede wereldoorlog zetten de
vriendschap onder druk omdat elkeen die op zijn eigen manier beleeft.
De zes vrienden zijn ook heel verschillend wat afkomst,
geloofsovertuiging, interesses en zelfs seksuele geaardheid betreft. Ze
komen voor morele dilemma’s te staan en moeten keuzes maken die de
vriendschap hypothekeren, er ontstaan geheimen en interne conflicten.
Manno ondervindt dat niet iedereen de vriendschap even hoog naar
waarde schat als hijzelf. Je leest hoe de vriendschap zich verhoudt
tot principes en overtuigingen.
Judith
Fanto heeft een schitterende, filmische schrijfstijl. Ze schrijft
letterlijk in geuren en kleuren: Béla is een geurcomponist (hij
ontwerpt een nieuw parfum op basis van narcissen) en Manno wordt
restaurateur van schilderijen. De personages worden treffend en
intiem geportretteerd en hun onderlinge verhoudingen komen kleurrijk uit
de verf. Fanto schrijft ook met veel liefde voor detail over de
Oostenrijkse bergen en over de stad Wenen tijdens het interbellum.