Nu al een Vlaamse klassieker?
Een
fiets wordt in 2020 uit de Wildaalse vaart gevist. Het verhaal begint
twintig jaar eerder …
Robert,
Jenny en Wes wonen in Wildale, een Vlaams dorp met een authentieke
ouderwetse dorpsmentaliteit. Robert verliest op jonge leeftijd zijn
moeder en hij woont samen met zijn vader in een gerestaureerde
boerderij, De Vlier. Jenny’s moeder komt in het dorp terecht, op
zoek naar onderdak (ze is zwanger) en ze trekt in bij de rijke
zakenman Frank in Château Van Puymveld, waar
Jenny wordt geboren en opgroeit. Wes komt met zijn ouders en zussen
uit Amerika terug nadat de acteurscarrière van zijn vader is geflopt
en ze betrekken een nieuwbouw: de kubus.
De
drie kinderen raken bevriend en beleven zowel apart, maar vooral
samen avonturen en tragedies, eerst als pubers, later als
(jong)volwassenen. Ondertussen wordt het dorp stukje voor stukje
verkaveld, de natuur maakt plaats voor beton en hierdoor dreigt een
zorgvuldig bewaard geheim ‘boven water’ te komen.
In deze debuutroman beschrijft Arthur Goemans de kleine en grote bekommernissen van de drie vrienden en hun dorpsgenoten, de politieke en persoonlijke strijd rond de verkavelingen, het belang van afkomst en familie. Door in de loop van het verhaal terug te keren naar gebeurtenissen uit het verleden, bezorgt de auteur de lezer gaandeweg heel wat verrassende wendingen en verklaringen. Dit zorgt dan ook voor een alles verhelderende ontknoping.
Goemans hanteert een vloeiende schrijfstijl met een uitmuntend taalgebruik. Er zit ook heerlijke humor in verweven, bijvoorbeeld als hij de vader van Wes beschrijft, of de overgrootmoeder van Robert. Subliem!
De stijl doet erg ‘Vlaams’ aan en ik geloof dat dit vooral komt door de verwijzingen naar Vlaamse literatuur en poëzie. En ook door de waarheidsgetrouwe beschrijving van het leven in een Vlaams dorp.
Deze
roman hoort naar mijn gevoel thuis op een boekenplank tussen de
roemrijkste Vlaamse klassiekers.
Synopsis
Drie vrienden uit een ingeslapen plattelandsdorpje zoeken elk op hun manier een weg uit het dorp. Ze vechten met poëzie, alcohol en elektrische gitaren tegen al wat hen te klein is.