De absurditeit van een apocalyptische overlevingstocht
Dit boek gaat over een groep van 40 vrouwen die opgesloten zitten in een kooi in een ondergrondse ruimte, zonder dat ze precies weten waarom ze daar zitten. Ze worden dag en nacht bewaakt door drie bewakers, die elkaar telkens aflossen. De hoofdpersoon is een meisje dat veel jonger is dan de rest, zij heeft nooit een ander leven gekend en weet bijna niets van de wereld buiten de gevangenschap, enkel het weinige dat de andere vrouwen haar willen vertellen: zij hebben tenminste nog hun herinneringen. Het meisje beschrijft de vrouwen van op een zekere afstand, eigenlijk is er maar één vrouw met wie ze ietwat contact heeft.
Wanneer de groep onverwacht en door een ‘gelukkig’ toeval vrijkomt, volgt er een tocht door eindeloos lege vlakten en langs andere ondergrondse wachtposten. Het verhaal is eigenlijk één lange monoloog zonder antwoorden. Een uniek verhaal over hoop, wanhoop, liefde, eenzaamheid, leergierigheid en een leven zonder doel in een troosteloze situatie.
De vrouwen worstelen op verschillende manieren met de vraag naar de reden van hun bestaan. Ze twijfelen zelfs of ze nog op de aarde of op een andere planeet zitten. Het boek gaat over menselijkheid in barre situaties en de vindingrijkheid in een dystopische, post-aardse situatie.
Het einde laat de lezer met een onbevredigd gevoel achter, maar dit past dan weer uitstekend bij dit verhaal.
OPGELET
Lees
je het papieren boek? Lees dan het voorwoord-de introductie pas nadat
je het boek uit hebt. Zoniet krijg je al alle spoilers!
Synopsis
Een groep volwassen vrouwen en een meisje proberen na een jarenlange mysterieuze gevangenschap te overleven in een onbewoond gebied.