Een fantastisch sprookje over vriendschap en grenzen verleggen
Na het boek Lampje, dat ik nog steeds een prachtig, ontroerend verhaal vind, lag Krekel te wenken. Het boek heeft opnieuw een meisje, Eliza, als hoofdfiguur. Ze woont met haar vader en vijf broers in een deftig huis. Bij de geboorte van haar zesde broertje is haar moeder overleden. Daarom wil haar vader het zesde broertje, Krekel, niet meer zien. Eliza voedt haar broertje helemaal alleen op. Op een dag vindt haar vader een nieuwe echtgenote op de kermis, Duifje is haar naam. Van zodra ze in huis kwam, lijkt ze Eliza's vader en omgeving te betoveren. Als op een dag ook Eliza haar vijf broers verdwenen zijn, ze vertrokken als matroos op een schip dat nu blijkt te zijn vergaan, besluit ze het heft in eigen handen te nemen. Ze gelooft niet dat haar broers dood zijn en wil hen gaan zoeken.
Met haar broertje trekt ze naar het havenstadje waar ze een plekje op een boot wil bemachtigen. Ze moet naar de Witte Kliffen geraken om haar broers te redden. Dan begint een echt avontuur: we ontmoeten figuren die ook al in haar eerste boek Lampje voorkwamen, de familie Rozenhout, juffrouw Amalia, enz. Ze worden allemaal getypeerd en worden door het boek sterkere personages die hun angst overwinnen en meer beginnen durven. Van het begin tot het eind leef je mee met Eliza, Krekel en hun vrienden.
Een plezier om te lezen, fantastisch hoe je als lezer het landschap en de personages levendig voorbij ziet komen. Net als in Lampje heeft Annet Schaap aandacht voor de zwakkere personen in de samenleving, geeft ze meisjes een grotere rol dan jongens, want als jongen mag je nu eenmaal meer.
Een echte aanrader voor iedereen met kinderen, zou in iedere boekenkast moeten staan.