Tegen de postmodernistische visie op macht is tegen mij
Eerst en vooral: dit boek is heel mooi vormgegeven. Goede hardcover, ligt ook heel lekker in de hand, en dan zo van dat dik papier: heel aangenaam! Leest ook als een trein. De vraag is waar die trein naartoe rijdt: dat is een belangrijke!
Op 7 oktober 2025 is onze premier eigenlijk al een voorproefje komen geven van dit boek. Dat was in mijn les politicologie. En als brave student was ik daar natuurlijk aanwezig. En het was nogal een evenement. En het was interessant. En op het einde moesten we dan allemaal klappen en ik ben niet zo een klapper - één van mijn minst favoriete rituelen, eigenlijk - dus ik bracht mijn handen tegen elkaar, het klapequivalent van een mompelende koorzanger, want dat valt toch niet op in de menigte. Maar de persoon naast mij, die ik slechts vaag kende op dat moment, had mijn gebrek aan enthousiasme toch opgemerkt en vroeg mij dan waarom ik zo zwak klapte. Ik begon een hele uitleg en hij zei dan dat hij even zijn fiets moest halen aan het station en ik ben dan gewoon meegewandeld en heb die jongen de volle twintig minuten lastiggevallen met mijn mening over BDW.
Ik zou in het bijzonder vanuit de redenering “tegen de postmodernistische visie op macht is tegen mij”, op basis van wat De Wever kortstondig op pagina 102 zegt over de postmodernistische visie op macht een heel vertoog kunnen afsteken over hoe De Wevers karakterisering daarvan (ik citeer: na mei '68 en de opkomst van het postmodernisme werd 'macht' in de ogen van een groot deel van de intellectuele elite zelfs inherent verdacht - louter een instrument van onderdrukking.) gewoonweg niet klopt; ik zou ellenlang kunnen mierenneuken dat, los van het feit dat de postmodernistische visie op macht niet echt relevant is in de internationale context van de verzwakte Europese positie alsmede de verzwakte trans-Atlantische relatie, het eerste principe van iemand als Foucault bijvoorbeeld, toch één van de belangrijkste van die door De Wever o zo verguisde denkers als het gaat over macht, in zijn studie naar de evolutie van de juridische straftechnieken rond de overgang naar de negentiende eeuw als uiting van de overgang naar wat hij de disciplinaire macht noemde, net was om die macht niet enkel te bestuderen vanuit dat negatieve, repressieve oogpunt, maar ook - en vooral - te kijken naar dat positieve aspect van macht, hoe macht dingen - en met name normen - kon produceren, dat zegt Foucault tig keer in eender werk uit die periode waar zijn denken rond de disciplinaire macht zich ontwikkelde, zijnde ruwweg tussen 1972 en, hoogtepunt, 1975, met Surveiller et Punir, ik citeer nu even uit dat boek letterlijk uit de principes waaruit hij dus vertrekt voor die studie naar het gevangeniswezen en de disciplinaire macht: L'étude que voici obéit à quatre règles générales: 1. Ne pas centrer l'étude des mécanismes punitifs sur leurs seuls effets "répressifs", sur leur seul côté de "sanction", mais les replacer dans toute la série des effets positifs qu'ils peuvent induire [etc. etc.], dat is pagina 284 in de verzameling Oeuvres, Tome II, u mag het erop nakijken, als UGentenaar ben ik immense fan van correct citeren, en ik zou zelfs zo een immense fan van citaten kunnen zijn dat ik irritant zou kunnen doen en gewoon nog een citaat zou kunnen aanhalen tegen die ene zin waar BDW dus zegt dat de postmodernisten macht zagen als iets louter onderdrukkends, zoals, ik zeg maar iets, pagina 474, zelfde boek: Il faut cesser de toujours décrire les effets de pouvoir en termes négatifs: il "exclut",il "réprime", il "refoule", il "censure", il "abstrait", il "masque", il "cache". En fait le pouvoir produit; il produit du réel; il produit des domaines d'objets et des rituels de vérité. L'individu et la connaissance qu'on peut en prendre relèvent de cette production.
Ik zou al die dingen kunnen doen, en ik zou gewoon omdat het kan nog een derde citaat van Foucault kunnen aanhalen, Les Anormaux, p.48: Ce que le XVIIIe siècle a mis en place par le système "discipline à effet de normalisation", par le système "discipline-normalisation", il me semble que c'est un pouvoir qui, en fait, n'est pas répressif, mais productif - la répression n'y figurant qu'à titre d'effet latéral et secondaire, par rapport à des mécanismes qui, eux, sont centraux par rapport à ce pouvoir, des mécanismes qui fabriquent, des mécanismes qui créent, des mécanismes qui produisent.
Maar dat ga ik niet doen, want dat zou irrelevant zijn. En raar. En kinderachtig.
In plaats daarvan hou ik het kort: creatieve omgang met de geschiedenis; goede analyse van het probleem ter zake; oplossingen waar ik het soms - warempel, ik weet het - mee eens ben (naar een sterker Europa, investeringen aanzwellen want waarom ook niet), hoewel ik er, zoals bij ook wat andere oplossingen, nu en dan mijn vragen bij heb (wat is een exces in de sociale zekerheid en waarom heb ik het gevoel dat De Wever van zijn nogal ruime interpretatie daarvan graag een norm wil maken? waarom wordt het idee van een ander migratiebeleid zo snel van tafel geschoven? en kan Europa regels en waarden en een sterke economie niet combineren?).
Die laatste vraag, over Europa, omdat De Wever zich daar nu toch ook graag profileert (wat hij eigenlijk wel goed doet, veel beter dan hier in België overigens, waar de regering toch elk seizoen wel op vallen staat), wou ik nog stellen op de lezing. Ik stak mijn hand heel hoog in de lucht. Het is niet gelukt. Diezelfde avond keek ik naar Terzake. Terwijl een journaliste uitlegde hoe het opvallend was dat er toch niemand een inhoudelijke vraag had gesteld (en geven die jongeren wel om de zwaarheid van deze situatie en dergelijke meer????) - wat ik dus zo had gepoogd! -, verscheen op de achtergrond, als sfeerbeeld, mijn aandachtige kop, lichte scepsis in de ogen. O, ironie!
Alles terzijde: ik ben blij dat we tenminste een premier hebben met ideeën, die ook de tijd neemt om die ideeën te verkondigen, een verademing in een tijd waar zowel de voorzitters van de socialistische als liberale partij in Vlaanderen pochen nooit te lezen - of ja, Rousseau heeft "intussen al véél boeken gelezen, maar altijd voor het werk. Romans, dat doe ik altijd nog niet." Ergens ook begrijpelijk: een boek lezen, laat staan schrijven, daar kan je misschien wel iets uit bijleren en zo, maar dat neemt allemaal tijd en je moet daar dan bij stilstaan, onze sociaaldemocraten gaan liever vooruit (en onze liberalen doen natuurlijk gewoon graag anders).
En De Wever kan goed spreken. En hij kan goed schrijven. Hij kan zijn ideeën goed presenteren. Tussen woord en daad dan staat echter geen berg, maar een politieke werkelijkheid. Je kunt die maar tot zo ver naar uw hand zetten, met alle retorische trucjes van dien - dit essay is een goede poging, nu nog een werkelijk doortastend en gebalanceerd beleid. En zorgen dat de regering niet valt wanneer de btw-doos van Pandora weer open wordt getrokken. En die extra paar miljard die er structureel nog bij moeten komen. En de financiering van de voorliefde voor kernenergie. En doorheen dat alles - het moeilijkste van al - een welbepaald persoon wiens ego er niet bepaald kleiner op geworden zal zijn na het vormen van een Brusselse regering.
Wordt nog moeilijk voor BDW. Liever hij dan ik!