De man zonder ego
De
weinig ambitieuze Egbert Klein werkt bij een windmolenbedrijf in
Nederland. Hij wordt door zijn baas naar Mongolië gestuurd om er een
windmolenpark te realiseren en de mensen daar te overtuigen van de
ongekende duurzame mogelijkheden die de wind en de leegte van het
steppegebied te bieden hebben. Het is op zich al bizar dat Egbert als
data-analist Mongolië moet binnenhalen als klant, vooral nadat je
hem al in de eerste pagina’s leert kennen als sullige eenzaat,
grijze muis en inspiratieloze ‘witte man’.
In
de hoofdstad Ulaanbaatar ontmoet Egbert zijn ietwat eigenzinnige gids
Batu. Er groeit begrip en vriendschap tussen de twee mannen. De
contacten met de andere personages (de twee Deense meisjes, de
uitbater van het hotel, Amra en haar zoontje Yoshua, Zhong, Tim en
Jerry) zijn eerder oppervlakkig en gekunsteld. Maar de relatie met
zijn ouders en vooral met zijn zus, die je eerst als clichématig zou
bestempelen, blijkt dan wel diepe sporen te hebben achtergelaten in
het leven van Egbert.
In
hoofdstuk 17 wordt Tim door Zhong ‘de man zonder ego’ genoemd
(pag. 173), maar ik vond die omschrijving des te meer toepasselijk
voor Egbert zelf. Al moet gezegd dat hij gaandeweg dichter bij zichzelf komt en hij zelfs voor zichzelf begint op te komen.
“Egbert
had hun uitgelegd dat blauw de kleur was van blijdschap en van
goddelijkheid.” (pag. 220-221)
Het
open einde is verrassend.
Anke
Scheeren schreef een intens, ontroerend en grappig verhaal dat juist
complex is in zijn simpelheid en subtiliteit. De steppe van Mongolië
vormt een prachtig decor.
Synopsis
Een weinig ambitieuze man wordt onverwacht op missie gestuurd naar Mongolië om de inwoners te overtuigen windturbines te plaatsen op de steppes.